De katholieke wortels van het wegwielrennen

8174-de-katholieke-wortels-van-het-wegwielrennen (Door Ard Heuvelman)

Bij uitgeverij Sportliteratuur verscheen in 2018 van Ard Heuvelman het boek ‘Wielerreuzen van de weg’. In het vervolg van de juist afgeronde Tour de France scheef hij op verzoek van VandaagenMorgen een stuk met een minder bekende invalshoek op het wielrennen. (Kopfoto: Gino Bartali)

Lange tijd stond de kerk afwijzend tegenover sport, zeker tegenover competitieve sport en al helemaal tegenover professionele sport. Dat gold zowel voor de protestantse als de katholieke kerk. In de ogen van de kerkleiders hielden mensen door sport te beoefenen zich te weinig met geestelijke en te veel met fysieke zaken bezig. De nadruk op lichamelijke verlangens en plezier zou mensen minder gelovig maken en ten koste gaan van kerkbezoek. Maar in het begin van de twintigste eeuw won het beroepswielrennen in de katholieke landen Frankrijk, België en vooral Italië enorm aan populariteit. Bovendien kreeg ook het socialistische gedachtengoed meer aanhang. Het gezag van de katholieke kerk kwam daardoor onder steeds grotere druk te staan.


Gino Bartali
Paus Pius X die de scepter zwaaide tussen 1903 en 1914 was de eerste kerkvorst die zich bij sportmanifestaties liet zien en die, waarschijnlijk door zijn eenvoudige afkomst, populair was onder het volk. Hij was ook de bedenker van de term ‘katholieke actie’, maar dat werd pas een beweging onder het bewind van Pius XI in de jaren twintig. Doel van die ‘actie’ ofwel Azione Cattolica, was om het katholieke gedachtengoed na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog in de maatschappij te herstellen door een intensivering van het georganiseerde geloofsleven. Een speciale rol was daarbij weggelegd voor organisaties die te maken hadden met de relatie tussen de Kerk en het gezin en de jeugd. In Italië werd de zaak van de Katholieke Actie nog versterkt door de posities die een aantal van haar leden in de wielersport innamen. Zoals de grote wielervedette Gino Bartali.

bidon met wijwater
Gino ‘de vrome’ kwam openlijk uit voor zijn overtuiging in het Italië van de Duce en maakte zich zo zeer geliefd bij de kerkelijke leiders. Gino noemde zijn nieuwe fiets Santa Maria, droeg altijd een beeltenis van de heilige Theresia van Lisieux bij zich en vulde zijn bidons het liefst met wijwater. Onder paus Pius XII, die in 1939 aantrad, ging Bartali als boegbeeld van de katholieke kerk dienen. De paus was misschien wel een liefhebber van de koers en hij wist in ieder geval van het verzetswerk dat Bartali had verricht, namelijk het transport van vervalste persoonsbewijzen en documenten die honderden joden het leven hadden gered. Bartali ging ook diverse malen op audiëntie bij Pius XII.

racen voor de hoogste prijs
In 1946 ontving de paus het peloton van de Giro d’Italia voor het vertrek van de etappe van Rome naar Perugia. Maar het was in 1947 toch wel heel uitzonderlijk dat Pius wielrenner en volksheld Bartali tot voorbeeld maakte in een toespraak voor de jeugd van de Katholieke Actie: ‘De tijd van nadenken en plannen maken is voorbij. Nu is het tijd voor actie. De moeilijke strijd waar Sint Paulus over sprak is gaande. Dit is het uur van intense inspanning. Zelfs een paar seconden kunnen beslissend zijn voor de overwinning. Bewonder je eigen Gino Bartali, lid van de Katholieke Actie: hij heeft zo vaak de felbegeerde trui gewonnen. Jullie moeten ook strijden in dit grootste aller kampioenschappen, en wel zodanig dat jullie de hoogste prijs behalen: Sic currite ut comprehendatis (1 Cor. 9:24)’.

wielersport en driftleven
De organisator van de Giro d’Italia na de oorlog was Vicenzo Torriani. Op zijn scooter reed hij, getooid met de groene baret van de Azione Cattolica, door het land om het parcours van de wedstrijd uit te zetten. In de tijd dat Torriani organisator was – tot 1989 – vertrok bijna geen enkele Giro rit zonder de zegening van het peloton door de pastoor uit de startplaats. Bovendien deed de route regelmatig een bedevaartsoord of andere gewijde plaats aan. Geen wonder dat de relatie tussen de katholieke kerk en de wielersport opperbest was. Wielrennen bleek vanaf dan tegen veel kwalen een beproefd middel. Volgens meneer pastoor hielp de fiets vooral ter kanalisering van seksuele driften, zodat testosteron een adequate uitweg kreeg en de jongeman niet voortdurend aan, volgens Martin Ros, ‘het hele erge’ moest denken. Volgens Ros zette dat katholieke jongens in Nederland aan tot de koers en het mag dan ook geen wonder heten dat de beste Nederlandse renners, Jan Janssen, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper, van katholieke huize zijn, ook al zijn ze geen van drieën afkomstig uit het zuiden des lands.

bedevaartsoord voor wielerliefhebbers
Paus Pius XII verleende Gino bijstand in zijn glorieuze Tour de France van 1948. Nog een jaar later werd de Madonna del Ghisallo tot beschermheilige van de wielrenners gemaakt. Graaf Ghisallo werd hier, hoog boven het Comomeer, in de elfde eeuw door rovers bedreigd. Het enige wat hij nog kon doen was zich in gebed tot een daar aanwezig beeld van de Heilige Maagd wenden. Zij redde hem het leven. Later bouwde men een kapel om het beeld heen. Het werd een bedevaartsoord voor wielerliefhebbers en passage in de Ronde van Lombardije die hier elk najaar langskomt. Dat de Madonna patrones van de renners werd gebeurde op voorspraak van priester Vigano, die het kerkje tot wielerkapel ombouwt. Grote renners als Coppi, Bartali en Eddy Merckx schenken fietsen en truien voor de inrichting. In het Santuario brandt de vlam voor overleden renners. Voor de kapel staan de borstbeelden van Gino Bartali en Fausto Coppi. Naast de kerk is een modern museum van de wielrennerij verrezen.

de aardse ‘levensbaan’
Ter gelegenheid van het Heilig Jaar 1950 eindigde de Giro d’Italia uitzonderlijk in Rome in plaats van Milaan. Het jaar ook waarin Maria-Tenhemelopneming tot dogma werd uitgeroepen: ‘dat de Onbevlekte Moeder Gods altijd Maagd Maria, na het voltooien van haar aardse levensbaan, met lichaam en ziel tot de hemelglorie is opgenomen’. Sindsdien is 15 augustus in alle katholieke landen een wettelijke feestdag. De katholieke kerk had zich zo eind jaren veertig in het wielrennen verankerd. En die verankering was zeer stevig. Nog wel niet op het niveau van sponsoring, maar zelfs dat zou later nog gebeuren.

sportapostolaat
In Vlaanderen werden de deelnemers aan de Omloop Het Volk, een wedstrijd die in 1946 voor het eerst werd verreden, gezegend voor de start op het Sint Pietersplein in Gent. Voor de oorlog was daar al vanuit de katholieke kerk de Sporta-beweging ontstaan op initiatief van pater Antoon Van Clé. Van Clé trok zich het lot van de beroepsrenners aan die vaak in abominabele omstandigheden hun vak moesten uitoefenen. ‘Ge weet toch goed genoeg hoe de mensen een renner beschouwen als van minder soort’, had een renner hem toevertrouwd. Sporta staat voor sportapostolaat. Zij organiseerden speciale bedevaarten voor de renners. In bekende bedevaartsoorden als Oostakker en Scherpenheuvel werden voor aanvang van het wielerseizoen de fietsen gezegend. Ook kregen de renners medaillons met afbeeldingen van heiligen uitgereikt die de coureurs bij het dragen moesten beschermen. Het Belgische team dat aan de Giro d’Italia deelnam viel in 1939 de eer te beurt als eerste wielerploeg bij de paus op audiëntie te mogen verschijnen.

Vaticaans wielerteam
Toen de kerken in snel tempo waren leeggelopen heeft het Vaticaan nog een laatste truc uit de bisschopsmijter getoverd: het sponsoren van een eigen wielerteam. Daartoe werd de ploeg van de Italiaanse fietsenfabrikant Fanini in 1989 overgenomen en getooid met de naam Amore e Vita. Liefde en Leven dient als slogan voor de campagne van de kerk tegen abortus en euthanasie. Eerste ploegleider was uiteraard Gino Bartali. Sponsor Johannes Paulus II is op vele foto’s te midden van ‘zijn’ renners te zien. De ploeg heeft weinig potten kunnen breken en bovendien was het niet zo’n pientere zet van Het Vaticaan. Door toe te treden tot de markteconomie van de sport degradeerde de boodschap van de kerk naar hetzelfde niveau als die van het gokbedrijf of de supermarkt.

Het mag geen wonder heten dat heden ten dage de ongelovige Angelsaksische toppers in de grote rondes de dienst uitmaken. Zo verdwijnen de wortels van het wegwielrennen in de duistere gronden van het uitdijende verleden.

Foto hierboven: Kapel van Madonna del Ghisallo (Bron foto: Ard Heuvelman)

van de uitgever :
Voor financiering is RV&M afhankelijk van bijdragen van lezers, sympathisanten, advertenties etcetera. U kunt Rotterdam Vandaag & Morgen al steunen met een bijdrage vanaf €2 per maand of een eenmalige bijdrage met een bedrag dat u kiest op bankrekening nummer NL55INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road o.v.v. Support V&M

donderdag 22 aug 2019

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Schreven de goden de Illias en mensen de Odyssee?

Julian Jaynes (1920-1997) was een Amerikaans psycholoog en een avontuurlijk wetenschapper van groot formaat.

Ik citeer uit Wikipedia:

Jaynes was eén van de eersten die een bewustzijnstheorie als puur wetenschappelijk propageerde. In zijn boek The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind uit 1976 beschrijft hij zijn "bicameral mind", ofwel bicamerale of tweekamerige geest, theorie.

Jaynes opvatting is dat de twee hersenhelften, tot circa 3000 jaar geleden, vrijwel onafhankelijk van elkaar hebben gewerkt. In die tijd zouden mensen onbewust zijn geweest en hebben geleden onder het fenomeen ‘stemmen horen’ en andere soorten hallucinaties en zelfs onder vormen van dissociatie zoals die van de meervoudige persoonlijkheid.

De doorbraak van ‘bicamerale geest’ tot bewustzijn zou ongeveer 2700 jaar geleden, ten gevolge van de opkomst van geschreven en gelezen teksten en de spraakevolutie van de oude Grieken, hebben plaatsgevonden. In die tijd, zesde eeuw voor onze jaartelling, werden door de Grieken de democratie en natuurfilosofie ontwikkeld, dat hij ziet als een bewijs voor zijn theorie.

Wanneer we dus, aldus Jaynes, deze definitie volgen, zouden we moeten inzien dat geen van de personages in bijvoorbeeld de Ilias een bewustzijn had. Woorden worden erin niet figuurlijk maar in hun letterlijke oorspronkelijke betekenis gebruikt. ‘Psyche’ betekent adem, niet ziel, geest of bewustzijn; ‘thumus’ betekent beweging/trilling, niet emotie; ‘nous’ betekent waarneming, niet voorstellingsvermogen enz.

Jaynes neemt aan dat de wereld van de Ilias van voor 3500 jaar geleden gedomineerd werd door een tweedelige 'bicamerale geest', waarvan de rechterhelft uitvoerend is en god heette en een linkerhelft die volgzaam was en mens werd genoemd. Het waren de goden die de mensen direct of indirect (via priesters etc.) bevelen tot handelen gaven.

De 'bicamerale mens', aldus Jaynes, ontstond zo'n 11000 jaar geleden ten noorden van de zee van Galilea waar toentertijd een theocratisch georganiseerde nederzetting was gevestigd. Deze samenlevingsvorm verspreidde zich gestaag. De bicamerale beschavingen ondergingen zo'n 3500 jaar geleden geweldige culturele (uitvinding en verspreiding van het schrift) en vulkanische uitbarstingen die vele koninkrijken uiteen deed vallen. In deze chaos kon alleen het bewustzijn zich handhaven. Deze verandering wordt, volgens Jaynes, verhaald in de Odyssee die een eeuw later dan de Ilias werd geschreven. Hierin vinden we bewuste personen en psyche, nous en thumus als metaforen van bewustzijn. Tot zover Jaynes.

(door Kees Versteeg)

De foto is van azquotes.com

  • Nieuw

  • Reacties