Feyenoord: ‘Uit 1000 kelen’

7194-feyenoord-uit-1000-kelen


Nieuw boek Carel van Hees,

(Door Jim Postma)

De Rotterdamse fotograaf en filmer Carel van Hees komt haast een jaar na het landskampioenschap van Feyenoord (14 mei 2017) met een nieuw boek uit met als titel ‘Uit 1000 kelen’. Hij legde destijds met een camera de cruciale wedstrijd Feyenoord-Heracles vast en volgde aansluitend de feestvierende supporters naar de Hofpleinvijver. De volgende dag registreerde Van Hees het kampioensfeest op de Coolsingel.


De presentatie van het 112 pagina’s nieuwe boek (12,50 euro) van Carel van Hees houdt hij vanaf morgen in het Feyenoord-stadion zelf, enkele dagen voor de cruciale wedstrijd in de Kuip van aanstaande zondag tegen AZ voor de Nederlandse KNVB-beker. Het boek is te verkrijgen of te bestellen via de boekhandel. En anders is te verkrijgen via de webshop www.uit 1000kelen.nl

In het boek staat nog een gedicht van de bekende Rotterdamse dichter Hans Sleutelaar uit de cyclus Rotterdamse Kwatrijnen (2004).

Nageljongen

In weer en wind, roet en as,

Klinkt hij het staalplaat vast,

één uit naamloos velen,

zonverbrand, bierdoorbrast.

Hans Sleutelaar

Hier volgen uit het boek van Carel van Hees ‘Uit 1000 kelen’ enkele citaten:

UIT DUIZEND KELEN

1

In 1960 ben ik zes jaar en ik woon met mijn vader en moeder tegenover de Sint Laurenskerk, in het hart van Rotterdam. Vanaf het dak van onze flat kun je het Witte Huis zien liggen, ooit het hoogste kantoorgebouw van Europa. Het heeft de oorlog overleefd en is het middelpunt in een spookachtig lege vlakte. Na school word je daar cowboy of indiaan. Mijn vader en moeder draaien de platen van Frank Sinatra en Nina Simone en op school ben ik Beatle of Rolling Stone.

2

Tante Nel en oom Leo zijn onze bovenburen. Oom Leo is directeur van Olveh Levensverzekeringen. Hij gaat gekleed in kostuum, heeft gepoetste schoenen en verzorgd wit haar. Ze hebben een witte televisie, een witte telefoon, een witte ijskast en witte kleden op de vloer. Alles voelt chique en deftig.

Tante Nel heeft een Zangeres-zonder-naam-kapsel : een wijde bos zwarte krullen, die strak op hun plaats blijven door een flinke stuif haarlak. Als ze uitgaat draagt ze een korte witte bontjas en ruikt het trappenhuis naar zwoele parfum.

Oom Leo heeft twee seizoenkaarten voor Feyenoord. Tante Nel houdt van sherry en de leesmap. Dat laatste is mijn geluk. Op een zondagochtend belt oom Leo bij ons aan: ‘Ga je mee naar het stadion?’ Het zou niet bij die ene keer blijven.

3

Om in het stadion te komen moet je trappen klimmen. Na het staal en het beton is daar plotseling het grote veld en het massale hemellicht. Je kunt de rivier niet zien, maar je ruikt het nabije water van de Maas.

In de pauze koopt oom Leo twee broodjes kroket. De mosterd zit in een apart zakje. Van de tribunes klinkt het zich steeds herhalende clublied; de woorden vinden een plek in mijn hoofd om er nooit meer uit te verdwijnen.

4

Coen Moulijn is mijn held. Met zijn sierlijke schijnbewegingen brengt de linksbuiten snelheid en artisticiteit in het spel. Op de eerste tien meter is hij onhoudbaar. Dreigen met rechts, links passeren en afmaken met een voorzet op maat. Een beetje spits kan de bal er dan in zo in blazen. Honderden keren heb ik het hem zien doen, mezelf afvragend hoe het toch mogelijk is dat de backs er iedere keer weer intrappen. Ze weten dat het gaat gebeuren, alleen nooit precies wanneer. Hij is onnavolgbaar, een danser en goochelaar ineen.

Het telefoonnummer van Coen Moulijn staat gewoon in het telefoonboek.

Één keer durf ik hem te bellen. Ik ben in de veronderstelling dat hij niet zelf de telefoon op zou nemen, maar dat gebeurt wel.

‘Hallo, met Moulijn.’

‘Ehhh, ik was in het stadion vanmiddag, u was weer goed.’

‘Leuk jongen, hoe heet je ..... ? Ja, het ging wel lekker vandaag. Voetbal je zelf ook?’

5

Op 8 september 1965 speelt Feyenoord thuis tegen Real Madrid voor de eerste ronde van Europacup 1. Oom Leo en ik zijn erbij. In het doel staat Eddy Pieters Graafland. Hans Kraay is centrale verdediger en Coen Moulijn staat natuurlijk voorin op links.

Real Madrid heeft al vijf Europacups gewonnen. In hun team speelt de Hongaarse ster Ferenc Puskás. De Spanjaarden zijn meedogenloos. Laat in de eerste helft krijgt Hans Kraay een trap tegen zijn hoofd. Terwijl hij buiten het veld behandeld wordt, gaat de wedstrijd verder. Feyenoord speelt met tien man en even later scoort Puskás voor Real Madrid, 0-1.

Na de rust staat Hans Kraay met vijf krammen en een witte tulband weer op het veld en hij speelt verder als rechtsbuiten. Dat moment van pijn verbijten blijft me bij. Doorgaan. Duidelijker kan het karakter van de club niet zichtbaar worden.

Coen Moulijn draait de Spanjaarden dol, maar wordt keer op keer onderuit gehaald. De tulband van Kraay kleurt rood . Er ontstaat chaos en de scheidsrechter blaast voortijdig af. We winnen met 2-1. Twee weken later in Madrid scoort Puskás viermaal. Feyenoord verliest met 5-0, maar het Feyenoord-virus heeft me besmet. Er is geen weg terug.

Als ik in 1966 na een lange zomervakantie terugkom in Rotterdam zijn oom Leo en tante Nel verhuisd. Ik heb ze nooit meer gezien.

9

Op een zaterdag in februari 2017 koop ik in de fanshop op het nieuwe Centraal Station een donkerblauw Feyenoord T-shirt waar op staat dat de club in 1908 is opgericht. Ik hang het shirt tegenover mijn bed.

10

Drie maanden later, op zondag 14 mei, gaat de ochtend langzaam voorbij.

De laatste wedstrijd van competitie 2016-2017 moet gespeeld worden. Feyenoord heeft het hele seizoen bovenaan gestaan en het wordt moeilijk die positie vast te houden. De voorsprong is teruggezakt naar één punt. Heracles móet verslagen worden.

Ik wil vroeg in het stadion zijn en stap om 12 uur in tram 23. De stad zwijgt en wacht af. Op het Centraal Station stroomt de tram vol met rood en wit. Als de supporters ‘Hand in hand kameraden’ inzetten, zing ik mee.

Op Zuid zwaaien duizenden mensen met vlaggen en spandoeken. De stad is bezig zich te verzamelen. Het stadion, de spelers en de supporters worden één.

De temperatuur loopt op.

11

Ik koop een broodje kroket en denk aan oom Leo. Eindelijk begint de wedstrijd en in de eerste minuut scoort Dirk Kuyt. Het stadion ontploft. Vrienden en vreemden vallen in elkaars armen en kussen elkaar op mond en voorhoofd.

Ze schreeuwen, zingen, huilen, knijpen, beuken, schoppen en gooien. Ik ga onder in een golf van energie en levensdrift. In de twaalfde minuut scoort Kuyt opnieuw, dit keer met een ouderwetse snoekduik. En weer die uitzinnige blijdschap en een gejuich uit 52.000 kelen.

Feyenoord is op missie en heeft een aanvoerder op het veld die boven zichzelf uitstijgt.

Dirk Kuyt scoort voor de derde keer en Feyenoord is kampioen.

Zo moet het zijn na een fysiek sterk, eensgezind, onverzettelijk, grimmig, begerig en kolerig seizoen.

Doorgaan als twijfel en tegenslag toeslaan. Onverzettelijk zijn.

Kampioen worden zoals alleen Feyenoord kampioen kan worden.

Carel van Hees / Foto’s van Carel van Hees.

Hans Citroen :
Schitterende foto's van een legendarische wedstrijd. De Rotterdamse emotie ten top: topboek dus.

maandag 23 apr 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Van een hele klas keerden vier leerlingen terug

(Door Hans Roodenburg)

De Stichting Loods24 en Joods Kindermonument kunnen nog wel even doorgaan met het plaatsen in Rotterdam van zogenoemde Stolpersteine. Dat gebeurt op verzoek. In de Tweede Wereldoorlog zijn er ruim 100.000 Joden in Nederland door de nazi’s vermoord. Vandaag en morgen worden er weer 35 Stolpersteinen geplaatst in Rotterdam.

Na Amsterdam en Den Haag was Rotterdam met circa 13.000 Joodse inwoners de derde stad met de meeste Joodse inwoners aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Van hen zijn er bijna 10.500 Rotterdammers vermoord in de nazikampen. Het merendeel woonde in het oude gebombardeerde centrum.

Vanaf het uitbreken van de oorlog werd de Joodse gemeenschap geconfronteerd met allerlei maatregelen. Volgens de site van de Stichting Loods24 moet men denken aan Joodse kinderen die naar eigen scholen moesten, het dragen van de Davidsster en borden met opschriften als ‘Joden niet gewenscht’ of ‘Voor Joden verboden’, die de Joodse inwoners van de stad steeds verder uitsloten.

De in totaal 35 Stolpersteine worden in deze dagen geplaatst in het trottoir voor huizen waar ooit Joodse Rotterdammers hebben gewoond. Het was hun laatste officiële woonadres. Iedere plaatsing is bijzonder want het gaat over mensen die ergens in Rotterdam hebben geleefd.

Inmiddels liggen er in Rotterdam meer dan 300 Stolpersteine. De kosten ervan zijn bijeengebracht vaak door kleine donaties van bezoekers aan het Museum 40 – 45 NU aan de Coolhaven.

Op de site http://www.yadvashem.org/ zijn namen van Rotterdammers terug te vinden.

Bijschrift foto: Van deze klas keerden vier leerlingen terug........


  • Nieuw

  • Reacties