Beroering in voetbalwereld door KNVB-plan

6239-beroering-in-voetbalwereld-door-knvb-plan

(Door Jan Gajentaan)

(Gastauteur Jan Gajentaan is inmiddels 11 jaar Rotterdammer en tegenwoordig zelfs Feyenoord-supporter. Hij heeft hier een eigen zaak en schrijft in zijn vrije tijd af en toe blogs. Zijn hart ligt nog voor een deel in Amsterdam en dat zal volgens hem ook nooit verdwijnen. Hij is een kenner van het regionale jeugdvoetbal in Rotterdam dankzij zijn twee talentvolle zonen.)

Het zal de liefhebbers niet zijn ontgaan: er is een behoorlijke beroering ontstaan in de voetbalwereld door een nieuw KNVB-plan. Dit plan komt er kort gezegd op neer dat de KNVB vanaf volgend seizoen alle 300.000 pupillen (dus tot en met de D) op miniveldjes wil laten spelen. Dit zou beter zijn voor de spelersontwikkeling omdat de pupillen dan meer balcontact hebben.


Inmiddels hebben al veel voetbalgrootheden gereageerd op het KNVB-plan waarvan de meesten negatief, zoals bijvoorbeeld trainer (ooit speler) Bert van Marwijk die het plan maar niets vindt. In de rij criticasters is de Spaanse stervoetballer Xavi, een speler die nog bij Barcelona is opgeleid volgens het systeem Cruyff over wie hij vol lof spreekt. Ook Xavi kraakt de KNVB-plannen. Beiden zijn geciteerd in De Telegraaf.

Kern van de kritiek van veel kenners, is dat voetbal nu eenmaal behalve een kwestie van techniek, fysieke kracht en loopvermogen, vooral ook een spel is van het zo slim mogelijk benutten van de ruimte. Veel van de fameuze en vaak komische wijsheden van wijlen Johan Cruijff duiden daarop, zoals zijn beroemde uitspraak: ‘als je een speler hard ziet sprinten, is hij te laat vertrokken’.

Hoe belangrijk het benutten van de ruimte is werd ook duidelijk in een hilarische uitzending van Barend en Van Dorp jaren geleden, toen Cruyff op een schoolbord de ruit ging uitleggen en Pieter Winsemius insprong over het belang van driehoekjes.

Nu zal over de juiste veldbezetting, systeem etc. wel eeuwig gediscussieerd worden. Het feit dat we het nooit helemaal met elkaar eens worden is misschien ook de charme van het voetbal.

Feit is, dat een topvoetballer behalve over techniek, kracht en snelheid, ook over die ene geheimzinnige competentie moet beschikken die ik maar ruimtelijk inzicht zal noemen. Net als techniek is dit iets dat deels aangeleerd kan worden, maar je moet er ook talent voor hebben.

Iedere amateurvoetballer kent het voorbeeld van jongens die excelleren op een klein veldje en de bal moeiteloos hoog kunnen houden, maar er op een groot veld hulpeloos bij lopen: ze hebben geen ruimtelijk inzicht.

Het voetbal heeft heel wat veranderingen ondergaan in de afgelopen decennia. Ik mag me gelukkig prijzen dat ik het begin van de beroemde Hollandse School nog heb meegemaakt als jonge jongen toen in de Amsterdamse Meer het gouden Ajax een bijzonder, zeer aanvallend hogeschoolvoetbal ontwikkelde in de tijd van Cruijff en Keizer.

Dit voetbal zou in 1974 in een iets aangepaste vorm beroemd worden als het Nederlandse totaalvoetbal. Inmiddels loop ik alweer een jaar of tien mee in het regionale jeugdvoetbal van Rotterdam als enthousiast voetbalvader, dus wat dat betreft heb ik heel wat revoluties en evoluties meegemaakt.

Die revolutie, die leidde tot de nog altijd door kenners zoals Xavi geprezen Hollandse School, was eigenlijk al begonnen eind jaren zestig toen Ajax de buitenspelval ontwikkelde, overigens een idee van de Joegoslavische verdediger Vasović en niet van Cruijff of Michels, zoals ik al eerder ooit uiteenzette in een van mijn blogs.

Door het voor die tijd revolutionaire gebruik van de buitenspelval kon bij Ajax een verdediger doorschuiven naar het middenveld en daar een man-meer situatie creëren, waardoor er aanvallender gespeeld kon worden.

Uiteraard was dit systeem alleen mogelijk door de superieure techniek van de spelers die toen bij Ajax rondliepen, de beroemde godenzonen, maar het systeem stond of viel ook met een ijzeren discipline. Ook een speler als Feyenoord-middenvelder Willem van Hanegem was een meester in het slim benutten van de ruimte.

Toen er in een later stadium ook het veelvuldig wisselen van posities aan werd toegevoegd plus de meevoetballende keeper Jongbloed, was het totaalvoetbal van 1974 geboren. Er wordt nog wel vergeten dat het Oranje van 1974 een bijzondere Feyenoord-Ajax combinatie was; er werd niet één PSV-speler opgesteld.

Natuurlijk is de tijd niet stil blijven staan. Het totaalvoetbal van Oranje in de jaren zeventig is in een andere vorm voortgezet in de jaren tachtig door Cruijff met zijn dream team bij Barcelona, in de jaren negentig zagen we weer andere ontwikkelingen, het afgelopen decennium maakte vooral Barcelona furore met het beroemde ‘tikkietakkie’ spel onder leiding van Messi waarbij bovengenoemde Xavi ook een belangrijke rol speelde.

Foto hierboven: De vader van een van deze jeugdspelers komt in deze regio op veel voetbalvelden en weet dus waarover hij praat. Foto Jan Gajentaan

Bij het ‘tikkietakkie’ lijkt het alsof de tegenstander gehypnotiseerd wordt door superieur positiespel van de ploeg uit Barcelona. Ook het Spaanse nationale elftal blonk jarenlang uit in dit spel en wist Nederland daardoor te verslaan op de WK van 2010.

Wat al die systemen en beroemde elftallen uit het verleden gemeen hebben is een superieur gebruik van de ruimte op het veld. De invulling verschilde telkens al naar gelang de tijd waarin ze speelden, maar ook afhankelijk van de bijzondere talenten waarover zij beschikten.

Zoals Cruijff zei toen hij de ruit uitlegde bij Barend en van Dorp, gebruik je een andere veldbezetting als je een wereldspits hebt. Ook het al dan niet aanwezig zijn van een uitstekende flankspeler zoals bijvoorbeeld een Arjen Robben kan invloed hebben op de manier waarop de veldbezetting wordt ingevuld.

Zo kom ik met een lange omweg bij mijn conclusie. Ik hoop aangetoond te hebben dat in het moderne voetbal niet alleen individuele kwaliteit zoals techniek, maar vooral een juist gebruik van de ruimte doorslaggevend is. Dat is nooit afhankelijk van één speler; het hele team zal hierin moeten volgen, waarbij de bijzonder getalenteerde jonge voetballers het voortouw kunnen nemen.

Ik denk daarom niet dat het verstandig is om al onze 300.000 pupillen voortaan alleen op mini-veldjes te laten spelen zoals de KNVB wil. Het ontwikkelen van de competentie ‘ruimtelijk inzicht’ zal dan achter gaan lopen, waardoor de achterstand op andere landen waar pupillen wél op een groter veld spelen (een heel of een half veld in plaats van een kwart veld) op zal lopen.

Wel is het zo, zoals Xavi ook aangeeft, dat het spelen op miniveldjes een uitstekende oefening kan zijn tijdens trainingen. Door dit vaker toe te passen en tegelijkertijd meer te doen aan talentontwikkeling kunnen we weer stappen gaan maken. Maar die wedstrijden waar het echt om gaat, die van de zaterdag of de zondag, laat die maar liever plaatsvinden op een echt veld!

R.Sörensen :
Ook ik heb als voetbalvader langs de lijn gestaan.

Ook de E'tjes en D'tjes lopen meestal in een kluwe rond de bal.
Zo leren ze techniek. De één heeft het van nature, de ander leert het.
Het veld is voor die kleintjes veel te groot. Ze zijn al doodmoe als ze met die kleine pootjes het hele veld over moeten sjokken en daarom blijven ze graag staan om te wachten tot de kluwe bij hen komt.
Ik heb mijn zoon een keer naar een lager elftal laten verhuizen, toen de trainer hem (8 jaar) in een wedstrijd toesnauwde "Sörensen bewegen"

Toen ik jong was begon je bij de C'tjes. Op een heel veld.
Zou ik nu ook doen, omdat het plezier in het spel bij veel kinderen door de afmeting vermindert.
Ze voetballen om de bal te raken en niet om te lopen.
Spelinzicht is later aan te leren; dan moeten ze nog wel willen voetballen.

dinsdag 11 okt 2016

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Feyenoord, even slikken


Feyenoord kon in de Kuip,

Ook PEC-Zwolle niet verslaan,

En tegen Sjachtar Donesk uit de Oekraine,

Was de uitkomst om te grienen.

Je vraagt je af, doen ze nog een beetje mee,

Straks tegen Ajax en tegen PSV.


Geert-Jan Laan


  • Nieuw

  • Reacties