Inbraak bij buren vaak onvoldoende waarschuwing

7716-inbraak-bij-buren-vaak-onvoldoende-waarschuwing

De helft van de deelnemers aan het jaarlijkse onderzoek* van de Nationale Inbraakpreventie Weken (NIPW) geeft aan extra maatregelen ter beveiliging van de eigen woning te treffen na een inbraak bij de buren. De overige participanten zeggen niets te (hoeven) doen, omdat hun woning al goed genoeg beveiligd is. Vaak wanen ze zich na een inbraak bij hun buren zelfs veiliger, ervan uitgaand dat inbrekers niet nog een keer in dezelfde straat zullen toeslaan.


“Helaas blijkt het tegendeel waar. Wanneer een inbreker in een bepaalde woning succesvol heeft ingebroken, bestaat er juist een grote(re) kans dat hij op korte termijn nogmaals toeslaat in soortgelijke woningen in de buurt of straat. Soms wordt zelfs enkele maanden na de eerste inbraak opnieuw in hetzelfde huis ingebroken. De verzekering heeft dan veelal uitgekeerd en het gestolene is inmiddels vervangen. Bovendien treft een derde helemaal geen preventieve maatregelen na een inbraak”, aldus Coen Staal, voorzitter van de Nationale Inbraakpreventie Weken. “Wees daarom juist extra alert wanneer er in jouw buurt of straat is ingebroken.”

De helft van de respondenten zegt wel degelijk maatregelen te treffen. Gemiddeld neemt men 2,4 maatregelen, zoals het plaatsen van betere sloten, dievenklauwen en anti-inbraakstrips op ramen en/of deuren. Een op de acht denkt ook na over het plaatsen van een alarmsysteem. Uit eerder onderzoek bleek dat na het daadwerkelijk plaatsvinden van een inbraak, ruim een kwart een alarmsysteem liet plaatsen.

Verzekerd of niet?
Een aantal mensen geeft aan geen extra maatregelen te treffen, mocht er bij hun buren zijn ingebroken. ‘Omdat er bij ons niet zoveel te halen valt’ of ‘omdat we hiervoor verzekerd zijn’, zo merken ze op. “Over dat eerste kunnen we zeggen dat inbrekers zich daar niet door laten leiden. Ze breken eerst in en kijken daarna pas of er wat te halen valt. Er is uiteindelijk altijd wel iets van hun gading: een portemonnee, tablet of een mobiele telefoon”, aldus Staal.

Over de wijze waarop men verzekerd is, bestaat bij de deelnemers aan het onderzoek grote onduidelijkheid. Ruim twee op de vijf (44%) denken, al dan niet met een eigen bijdrage, alles vergoed te krijgen. 56% denkt een bepaald percentage van de schade (braakschade en de waarde van gestolen spullen) van de verzekeraar terug te krijgen, variërend van een kwart (3%), de helft (10%) tot driekwart (17%). 3 % denkt helemaal niet verzekerd te zijn tegen diefstal, terwijl bijna een op de vijf (19%) het gewoonweg niet weet.

Extra preventie kostbare spullen
Voor het onzichtbaar markeren van kostbare spullen, bijvoorbeeld met postcode en huisnummer, is er een speciale uv-pen in de handel. Wanneer de politie het gestolen goed terugvindt, kan de oorspronkelijke eigenaar aan de hand van de markering makkelijk worden opgespoord. Geïnformeerd over het bestaan van de uv-markeerpen zegt bijna de helft van de deelnemers aan het onderzoek deze wel te willen gebruiken. 45% neemt dit in overweging.

Over de stichting Nationale Inbraakpreventie Weken
De stichting Nationale Inbraakpreventie Weken is een publiek-private samenwerking met als doel woningbezitters meer bewust te maken van goede inbraakpreventie. Om zo bij te dragen aan de doelstelling van het ministerie van Veiligheid en Justitie het aantal inbra¬ken en inbraakpogingen substantieel te verlagen. Werd in 2012 nog 91.000 keer ingebroken of een poging daartoe gedaan, in 2017 was dit gedaald naar 49.500. De stichting voert tweemaal per jaar campagne, in mei/juni en november/december. Partners in de stichting zijn de bedrijven Assa Abloy, Zo Veilig en Yale in nauwe samenwerking met het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Verbond van Verzekeraars.

Kijk voor meer informatie over o.a. inbraakmethoden en inbraakpreventie op www.inbraakmislukt.nl

* onderzoek onder 776 huishoudens in september 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties