Mart Smeets over ‘Mijn Amerika’

6897-mart-smeets-over-mijn-amerika

Ter gelegenheid van de verschijning van zijn nieuwe boek Mijn Amerika, staat Mart Smeets op woensdag 20 december om 20:00 uur in het Bibliotheektheater. Hij wordt geïnterviewd door Jan Donkers, vertelt over de Amerikaanse muziekgeschiedenis en neemt je mee naar gedenkwaardige plekken zoals het Memphis van Elvis Presley.

Op de dag dat president John F. Kennedy werd doodgeschoten, 22 november 1963, begon voor de 16-jarige Mart Smeets een levenslange fascinatie voor Amerika. Zijn werk als sportjournalist bracht hem de 54 jaar erna vaak in het land. Veel van zijn ervaringen op het gebied van muziek, sport, politiek, kunst, geschiedenis, eten, reizen, hotels en het eeuwige racisme belandden in Mijn Amerika. Het boek gaat over persoonlijke ontmoetingen en verhalen over het land waarmee hij een lichtelijke haat-liefdeverhouding ontwikkelde en dat nooit stopte hem te verbazen.

Mart wordt deze avond geïnterviewd door journalist, auteur én Amerika-kenner Jan Donkers en gaat vooral in op de rijke Amerikaanse muziekgeschiedenis. Bereid je voor op een Amerika-avond waarin Mart Smeets je meeneemt naar het Memphis van Elvis Presley, het Murfreesboro waar zijn zoon Tjerk honkbalde, zijn lievelingsmuseum- en restaurant en het kippenvel-moment toen ‘Sweet Caroline’ van Neil Diamond in Fenway Park werd gespeeld, vlak na de aanslag bij de Boston Marathon. Na afloop is het boek Mijn Amerika te koop en signeert Mart Smeets. Een ideaal boek om cadeau te geven met kerst!

Tickets v.a. €11,50 en verkrijgbaar online (via www.bibliotheek.rotterdam.nl) of in de bibliotheek.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties