Rechten & Plichten 47: Erf- en schenkingsrecht

6679-rechten-plichten-47-erf-en-schenkingsrecht (Door Hans Roodenburg)
Vragenrubriek voor lezers over uitkeringen, consumentenzaken, rechten (zoals erfrecht), belastingen en andere financiële zaken. Vanwege uw privacy worden de vragen en antwoorden anoniem behandeld. Onze ingeschakelde deskundigen proberen u zo spoedig mogelijk een persoonlijk antwoord te geven. Stuur uw vraag naar Hans Roodenburg.

Omdat Rotterdam en Den Haag elkaar niet bijten, staat deze rubriek ook in De Oud-Hagenaar



Slagen om de arm in tweede huwelijk
Mijn moeder was getrouwd met een gescheiden man met inmiddels volwassen kinderen. Zij hadden een testament op de langstlevende, waarbij deze het recht van vruchtgebruik kreeg over de gehele nalatenschap. Helaas is haar man in 2000 overleden. Als mijn moeder komt te overlijden, hebben dan zijn kinderen recht op een erfdeel en zo ja welk?

Van uw inmiddels overleden stiefvader hebben zijn eigen biologische kinderen uit zijn eerste huwelijk een vordering op uw moeder die pas tot uitbetaling komt als zij ook is overleden. Van uw eigen moeder erft u als zij overlijdt (we nemen aan dat u enig biologisch kind bent van haar) haar eigen (netto) nalatenschap als er géén testament is die anders bepaalt.
Op het tijdstip dat uw stiefvader (ook weer een aanname) overleed, bedraagt de vordering in een testament op de langstlevende (thans wettelijk vastgelegd) meestal 50 procent van het vermogen als het huwelijk in gemeenschap van goederen is gesloten. Er zitten natuurlijk ook wat fiscale aspecten aan (erfbelasting) als u meer dan ruim €20.200 (dit jaar) erft van uw moeder.

We moeten enkele slagen om de arm houden want u bent niet duidelijk in uw situatie. Bijvoorbeeld: u rept namelijk niet over uw biologische vader. Uw moeder kan in een testament op de langstlevende, ook in een tweede huwelijk, alles opmaken zodat zijn kinderen achter het net vissen. Het probleem is dat u niet weet wat de inhoud van hun testament is. Wellicht dat uw moeder dat weet. Misschien is er ook in bepaald dat vroeg of laat zijn kinderen uit het eerste huwelijk toch iets erven.

Sociale voorzieningen

Kwijtschelding: pas bij laag inkomen
Hoe hoog mag je inkomen zijn als AOW’er en hoeveel spaargeld mag je hebben om in aanmerking te komen voor kwijtschelding belastingen?

De AOW is niet gebonden aan de hoogte van het inkomen. Je moet vanaf je vijftiende in Nederland hebben gewoond. Dus iedereen krijgt dan AOW. Ook miljonairs! De hoogte van uw inkomen en van uw vermogen (spaargeld, auto, enz.) is bepalend voor de kwijtschelding van sommige belastingen van uw gemeente en het waterschap. Vraag welke in uw gemeente en aan welke inkomensnormen u moet voldoen of wat uw vermogen in totaal mag zijn. Per gemeente kan dat namelijk verschillen. Vaak zijn beide – inkomen en vermogen - erg laag. Zeg maar op het bijstandsniveau of ietsje hoger.
De Belastingdienst heeft diverse regelingen voor gespreide betalingen of soms zelfs kwijtschelding bij wettelijke schuldsaneringsregelingen bij natuurlijke personen (WSNP). De Belastingdienst kunt daarover opheldering verschaffen. Kijk op hun site of pak de Belasting Telefoon (gratis op 0800 0534).

AOW en pensioen

Opbouw van pensioen bij nul-urencontract
Ik heb ooit enkele jaren gewerkt als verpleegster na mijn 25ste als oproepkracht op een nul-urencontract in de zorg. Heb ik dan ook pensioenrechten opgebouwd?

Daarvoor moet u bij het pensioenfonds in die sector (PFZW) zijn. Normaal gesproken krijgt u jaarlijks daarvan bericht of u kunt het opvragen via uw DigiD (overheidszaken). Als u een aantal uren per week heeft gewerkt, dan heeft u waarschijnlijk recht op ouderdomspensioen.
Het ouderdomspensioen gaat standaard in op uw AOW-leeftijd. U kunt echter uw ouderdomspensioen al vóór uw AOW-leeftijd laten ingaan. Of dat gunstig is, hangt van uw persoonlijke situatie af. Het is namelijk wel zo dat het eerder laten ingaan van uw pensioen een prijskaartje heeft. De hoogte is namelijk een stuk minder dan het later te laten ingaan.
Bent u geboren vóór 1965, dan kunt u uw pensioen laten ingaan vanaf 55 jaar. Bent u geboren in of na 1965, dan kunt u uw pensioen op z'n vroegst laten ingaan vijf jaar voordat de AOW ingaat.
Het PFZW heeft een zogenoemde middelloonregeling. Dat betekent dat uw pensioen is gebaseerd op het salaris dat u gemiddeld heeft verdiend toen u pensioen opbouwde bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Daarbij geldt: hoe meer pensioenjaren en/of salaris u heeft, hoe hoger uw ouderdomspensioen.

AOW later krijgen, hangt van politiek af
Ik ben geboren in januari 1958. Per wanneer krijg ik mijn AOW?
U krijgt naar de huidige verwachting uw AOW-pensioen vanaf juli 2025. Uw geschatte leeftijd is dan 67 jaar en zes maanden. Maar houdt de politiek in de gaten. Die kan zeker beslissen of uw AOW eerder ingaat (bij zware beroepen) of later als mensen langer leven.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties