Ivo Opstelten, een Leidse Rotterdammer, op weg naar ‘het zwarte gat’

Illustratie Hans van HeldenManuel Kneepkens was twaalf jaar raadslid voor de Stadspartij Rotterdam toen hij in 2006 niet werd herkozen. Hij wilde onder meer een lokvuilniszak en een landingsplaats voor de zeppelin. Kneepkens studeerde in Leiden rechten en criminologie. Hij ontmoette daar voor het eerst Ivo Opstelten.


In 1960 verliet ik de mijnstreek in Limburg om rechten te gaan studeren in Leiden. Als toenmalig groot Roland Holst- bewonderaar, was ik vast van plan ook dichter te worden. En ik dacht, als ik nou maar zo dicht mogelijk bij zee ga wonen, dan waaien de gedichten me als vanzelf aan...

Mooi niet natuurlijk.

Twee jaar later kwam Ivo Opstelten rechten studeren in Leiden. Al evenzeer met een vast doel voor ogen. Om burgemeester te worden, en wel burgemeester van Rotterdam…

Dat is hem gelukt.

Omdat ik toentertijd niemand kende in Leiden, besloot ik lid te worden van een gezelligheidsvereniging. Er was er maar één, het Leids Studenten Corps, met de sociëteit Minerva, een pure mannengemeenschap. De testosteron gierde er zogezegd elke avond door de zaal. Het lag mij niet.

Augustinus was op papier een louter confessionele vereniging. Maar in de praktijk was het daar veel gezelliger, niet in het minst omdat die vereniging gemengd was.

Ik werd er in 1964 tot praeses (voorzitter) van gekozen.

Ook Ivo Opstelten maakte in die tijd carrière. Hij werd gekozen tot lid van de sociëteitscommissie van Minerva. Als Commissaris Meubilair. Een ondankbare taak.

Om drie uur in de ochtend plachten die dronken lorren daar een van de kolossale haardfauteuils, te sjorren richting het raam. Want dat meubelstuk moest en zou door de ruit heen, want dat was volgens hen mos (‘heilig gebruik’).

Opstelten moest dat dan tegenhouden met zijn brede lijf en als hem dat niet lukte, mocht hij de volgende ochtend de glasverzekering bellen.

Kortom, dit Commissariaat Meubilair was natuurlijk een uitstekende voorbereiding op het burgemeesterschap, dat immers de zeer belangrijke portefeuille Handhaving van de Openbare Orde omvat.

Bommelding

Heel populair was toen onder Leidse studenten de Ollie.B.Bommel-strip van Marten Toonder. In menig studentenhuis werd de dagelijkse aflevering uit de krant geknipt en langs de trap geplakt. Toen ik mijn motie voor een Marten Toonder-monument in Rotterdam - ’het Bommelding’ bij Station Blaak - indiende, wist ik daarom honderd procent zeker dat ik op de warme steun van onze burgemeester kon rekenen. Zelfs Pim Fortuyn voelde de link, toen hij Ivo Opstelten in een van zijn Elseviers-columns pesterig ‘Burgemeester Dickerdack’ noemde.

Opstelten is overigens mijn plannen altijd gunstig gezind geweest. Ik kan niet anders zeggen. Voor de ‘Brandgrens’, de afbakening van het gebombardeerde centrum, heb ik zelfs geen motie hoeven in te dienen. De lancering van het idee was al voldoende.

Ik dank dat dus, behalve natuurlijk dat het uitstekende plannen (sic!) waren, aan onze gezamenlijke Leidse achtergrond.

Dat bleek meteen al bij de sollicitatie van Opstelten voor de functie van burgemeester. Als fractievoorzitter maakte ik deel uit van de Vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad, net als Lucas Bolsius (CDA). Die maakte zich enorm druk over de geheimhouding. Hij had de commissie overgehaald domicilie te kiezen op een schiereiland in het Kaagmeer in het honk van een Haagse waterscoutinggroep, waarvan hij ooit lid was geweest.

Toen ik daar arriveerde lag Bolsius achter een thujastruikje om te kijken of ik niet door de pers werd gevolgd, want hij was er heilig van overtuigd dat of de Stadspartij zou lekken of anders wel de SP.

Bij die gelegenheid sprak Opstelten met zijn uitzonderlijk lage basstem de historische woorden: ‘Kan het zijn dat ik u ken?’

Waarop ik bijna automatische zei: ‘Ja, voor jou ben ik ouderejaars! Wat kom je hier eigenlijk doen? Blijf toch lekker burgemeester van Ulevellenstad!’

Want Ivo Opstelten genoot niet mijn voorkeur. Niet alleen omwille van zijn Leids verleden, maar vooral ook omdat ik Rotterdam niet als een VVD-stad zag.

Spek en bonen

Daar dachten ze in Den Haag, in het tweede kabinet-Kok, heel anders over. Daar was allang beslist dat Rotterdam naar de VVD ging. Wij zaten volstrekt voor spek en bonen in Bolsius’ padvindershuisje aan de Kaag. En zo gaat het nog steeds!

Maar Ivo Opstelten is mij meegevallen, dat moet gezegd. Een sterk punt vind ik van hem dat hij zijn fouten – en iedereen maakt vroeg of laat fouten – goed maakt. Dat brengt niet iedereen op. Ik denk dan bij voorbeeld aan zijn faux pas in de Insulindestraat. Daar had een kunstenaar de tekst ‘Gij zult niet doden’ opgehangen voor zijn raam. Die kunstenaar woonde naast een moskee en het was vlak na de moord op Theo van Gogh. Opstelten liet die tekst verwijderen. Die beslissing was natuurlijk niet te handhaven in een land waar vrije meningsuiting heerst.

Opstelten bood zijn excuses aan en gaf de kunstenaar meteen een opdracht om een mooi beeld te maken.

Ook zijn optreden na de moord op Pim Fortuyn had klasse. Hij stelde zich met zijn echtgenote aan het hoofd van de demonstratieve optocht en kanaliseerde zo de volkswoede. Daar mag Rotterdam hem dankbaar voor zijn.

Zwart gat

Onze laatste ontmoeting was in februari van dit jaar in Boekhandel Snoek. Ik bood hem toen het eerste exemplaar van mijn nieuwe dichtbundel aan ‘Vrouwen & Rotterdammers’.

Bij die gelegenheid schetste ik hem, wat iemand die definitief afscheid neemt van de Rotterdamse politiek op straat te wachten staat. De Rotterdammers plachten mij althans na mijn afscheid als volgt aan te spreken: ‘Zeg Kneepkens, val je nou niet in een zwart gat?’

En dan zei ik: ‘Nou nee, heel mijn leven heb ik al een politieke roman wil schrijven. Het kwam er nooit van. Maar nu heb ik alle tijd!’

Dus die vraag, Ivo Opstelten, krijg jij ook.

En dan antwoord jij: ‘Nee, hoor, niks zwart gat, want ik word partijvoorzitter van de VVD !’ En dan zeggen de Rotterdammers: ‘Maar burgemeester, dat is toch het zwarte gat!’

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nolet Distillery als bezoekersattractie

(door Kees Versteeg)

Nolet is een familiebedrijf met een rijke historie. Het bedrijf bestaat al sinds 1691 en ondertussen is de elfde generatie aan zet.

Nolet is meer dan de beroemde kolengestookte distilleerketel nummer 1. Fraai aan het bedrijf is niet alleen het bewaren van het ambachtelijk erfgoed, maar ook de ultramoderne logistiek. Vanuit de bottelhal loopt onder de Buitenhaven een tunnel naar o.a. een volledig geautomatiseerd magazijn. Nolet oogt zoals heel Schiedam zou moeten ogen: historische enerzijds, hypermodern anderzijds.

In bijgaande video leidt Bob Nolet, zoon van Carel Nolet, ons rond in de Schiedamse distilleerderij.

PS: onthoud ook het prachtige woord ‘engelendeel’: het deel jenever dat verdampt in het eikenhouten fust. Dat deel moet vastgesteld worden teneinde er geen accijns over te hoeven betalen.

https://www.youtube.com/watch?v=bpAMenG0cUA


Nolet is elke werkdag op afspraak te bezoeken voor een rondleiding.

Zie https://www.noletdistillery.com/nl/welkom

Foto 1: noletdistillery.com

Foto 2: tunnel onder de haven - boele.nl

  • Nieuw

  • Reacties