Opstelten en Rehwinkel

(Door Geert-Jan Laan)

Wanneer een politicus laat weten na zijn huidige functie geen ambities meer te hebben dan moet je oppassen.

Zo liet de toenmalige burgemeester van Rotterdam Ivo Opstelten aan mijn collega Jim Postma in zijn afscheidsinterview voor het blad De Oud Rotterdammer weten ,,geen enkele functie meer te willen na zijn pensionering.’’ Even later werd hij voorzitter van de VVD en nu is hij minister in het nieuwe kabinet Rutte.



De nog jonge PvdA- burgemeester van de stad Groningen Peter Rehwinkel verklaarde onlangs in het Dagblad van het Noorden dat hij tot zijn pensioen burgemeester van de metropool van het Noorden wilde blijven. Een mededeling die door een aantal vooraanstaande Groningers niet echt met applaus werd begroet.


Bij de uitvaart van de voormalige dichter des vaderlands Driek van Wissen in mei van dit jaar noemde een spreker de reactie van de burgemeester op het overlijden van Van Wissen ,,getuigen van een hoog Swiebertje gehalte.’’


Rehwinkel trad onlangs in de publiciteit met de mededeling dat hij tijdens de afgelopen verkiezingscampagne was benaderd door een of meer prominente PvdA- politici om het vrijgezel zijn van Rutte in de homoseksuele sfeer te trekken. (De Groningse burgemeester spreekt graag en veel over ‘mijn man’.)


In al zijn uitlatingen, zoals opnieuw in de Volkskrant van 9 november ’10, noemt Rehwinkel geen enkele naam. Interessant is ook dat hij aangeeft op geen enkele uitnodiging van de welig bloeiende TV- gespreksshows in te gaan. Natuurlijk niet. Want de eerste vraag zal natuurlijk zijn: “Wie was die prominente PvdA’er?”


Zolang Rehwinkel weigert die naam te noemen, moet hij zijn mond houden. En om nu na de campagne, zonder de naam te noemen, landelijke publiciteit te zoeken geeft aan dat hij ambities op dat terrein heeft. Maar voorlopig is het alleen maar laf.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties