Economisering oorzaak malaise politiek

(Door Riens Meijer)

De naoorlogse welfare state, als antwoord op de economische catastrofe die plaats vond in de periode tussen de twee wereldoorlogen, rustte op een solide basis.


De aanvankelijk zakelijke beheersing door de overheid van economische groei,werkgelegenheid en inkomensverdeling ontspoorde echter. Een reeks van nieuwe wetten kreeg het karakter van gegarandeerde toezeggingen waaraan verregaande sociale rechten konden worden ontleend. De overheid werd daarmee financieel aansprakelijk voor de markt van welzijn en geluk.


In de jaren zeventig van de twintigste eeuw stagneerde de economische groei en nam de werkloosheid moeilijk te beheersen vormen aan. Er volgde een trendbreuk. De politiek werd in het defensief gedrongen, omdat men ervan uitging dat de marktwerking en niet de staatsbemoeienis de beste manier was om de belangrijkste maatschappelijke problemen succesvol aan te pakken. De gevolgen van deze al zo lang geambieerde wraak van de economie op de staat waren ingrijpend. Tal van activiteiten die in het verleden door de overheid werden ontwikkeld, zoals de eigendom van basisindustrieën, het openbare vervoer en sociale dienstverlening werden naar de markt verschoven. De voormalige politisering van de economie sloeg om in een economisering van de politiek. Het is deze omslag die de voornaamste verklaring biedt voor de huidige malaise in de politiek. Er vindt een beoordeling plaats op basis van economische maatstaven die politici zelf niet hebben opgesteld en daarom ook niet willen verdedigen.


Er is tevens een barrière in onze politieke orde ontstaan die voorheen niet of nauwelijks aanwijsbaar was. Vroeger liepen de politieke levenslijnen vrij onbekommerd van boven naar beneden door. Een kabinet steunde op partijen met duidelijke contouren en levenskrachtige organisaties, terwijl die parijen op hun beurt diepe wortels in het electoraat hadden. Voor de noodzakelijke dialoog tussen “boven”en “beneden” was een uitgebreid media-arsenaal beschikbaar, dat in staat bleek de politieke pluriformiteit recht te doen. De politieke bovenbouw bestaat nog steeds en functioneert feitelijk op dezelfde manier, maar de meeste partijleden (de onderbouw) hebben inmiddels afgehaakt. Verwisseling van politieke oriëntatie lijkt normaal te zijn geworden. Het aantal zwevende kiezers is groter dan ooit.


Essentieel in deze ontwikkeling is de positie van de media, die niet alleen hun wervende functie verloren, maar ook hun voorlichtende en politiek dempende werking in vele opzichten hebben opgegeven. In plaats van te filteren wat van onderaf in de samenleving borrelt, tolereren ze – of provoceren ze zelfs – de invloed van willekeurige oprispingen en opwindende maar zinloze praat die dagelijks wordt geproduceerd. Door zich op deze wijze tot spreekbuis te maken van een geïndividualiseerde massamaatschappij, hebben zij aan de onderkant van de samenleving een nieuw blok gevormd. Deze media distantiëren zich niet alleen vaak van de oude politieke bovenbouw, maar koesteren ook niet zelden de pretentie dat zij de stem geven aan het ware politieke sentiment van de kiezers.


Kortom, de leiders van de politieke partijen moeten heel nodig het beleid en de daarbij behorende nieuwe mentaliteit en structuur op de kansen en bedreigingen in de 21ste eeuw afstemmen. Een strategie op basis van de twee bekende scenario`s voor goede en slechte tijden werkt vanwege een aantal onomkeerbare fundamentele veranderingen niet meer.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De sloopkogels van de Internationale

(door Kees Versteeg)


De brand in de Notre-Dame deed me ineens terugdenken aan de Koninginnekerk. Gesloopt in 1971. Hij stond aan de Boezemsingel in Crooswijk. In de verkiezing Mooiste Gesloopte Kerk kwam de Koninginnekerk als winnaar uit de bus.


D
e brand in de Notre-Dame is een ongeluk. Binnen een dag is 700 miljoen euro verzameld voor de wederopbouw. De sloop van de Koninginnekerk was daarentegen een geplande politieke misdaad.

De toenmalige PvdA-burgemeester Thomassen was een warm voorstander van de sloop. Er moest op die plek een niet-confessioneel bejaardenhuis komen. De sloop van de kerk riep in 1971 veel verzet op. Tegenstanders zeiden: ‘Wat de nazi’s lieten staan, dat gaat er nu wel aan.’

De linkse raad won. De sloop werd doorgezet. Er hangt een portret van Thomassen en zijn vrouw An in het Rijksmuseum. Misschien is de tijd nu rijp om er een bordje bij te zetten.

Met de tekst: ‘In de tijd dat Thomassen burgemeester was van Rotterdam, ontwikkelde de stad zich tot wereldhaven nummer één. Daarnaast was Thomassen ook een kopstuk in de politieke misdaad. Op de plaats waar ooit de Koninginnekerk stond, verhief hij Judas tot bouwmeester en noemde dat verheffing van het volk.’




  • Nieuw

  • Reacties