Afkeer van bedelarij óf doen aan liefdadigheid?

(Door Hans Roodenburg)

Veel Rotter-dammers storen zich aan de nieuwe vormen van bedelarij, zoals het verkopen van straatkranten, het maken van muziek op straat met de bedoeling wat penningen los te weken of aan andere opdringerige schooierijen om geld los te troggelen.


Anderen vinden deze mensen ‘zielig’ en geven uit liefdadigheid en armoedebestrijding.

In de plaatselijke krant De Oud-Rotterdammer met een oplage van 120.000 is hieraan aandacht besteed met veel reacties tot gevolg.

De meeste ouderen stoorden zich vooral aan de intimiderende manier van geldklopperij. Anderen vonden met name de officiële daklozenkrant best lezenswaardig en de verkopers daarvan – zwervers, junks of illegale figuren – zielenpoten.


Sociaal

In principe was het initiatief voor de ‘straatkrant’ in 1995 - voortgekomen uit de als opvangplaats van junks en zwervers bekend staande Pauluskerk in Rotterdam van dominee Hans Visser - best aardig en sociaal. Dat was het middel om (illegale) bedelarij en overlast op straat tegen te gaan.

In de grote steden werd je er destijds soms doodziek van als je in winkelcentra en bij stations om de paar honderd meter werd aangesproken door labiele figuren met de vraag of je ‘een guldentje’ had omdat hij (soms een zij) naar huis wilde reizen. Het waren vaak junks (legaal of illegaal). De échte dakloze zwervers deden daar nauwelijks aan mee. Zij leefden hun leven en streken hun (Nederlandse) bijstandsuitkering op.


Bedelverbod

Door gemeentelijke verordeningen en bedelverboden kon dit hand ophouden aanzienlijk worden teruggedrongen. Mede door het uitbrengen van straatkranten – inmiddels uitgegeven in diverse steden - kon de goedertierenheid van de mensen tot de juiste proporties worden teruggebracht.

Hoofdredacteur Elke Swart van het Haags Straatnieuws verwees in De Oud-Hagenaar, waarin het artikel uit De Oud-Rotterdammer was overgenomen, naar de goede redenen om officiële straatkranten uit te brengen. Maar zij roept óók op dat de mensen niet moeten meewerken aan bedelarij. ,,Koop de krant of loop de verkoper voorbij.’’


Rafelrand

De officiële straatkranten – ook die in Rotterdam - geven volgens haar een reëel beeld van de ‘rafelrand van de samenleving’, afgewisseld met artikelen over kunst en cultuur en interviews met bekende Nederlanders.

Het zij zo. Hoewel je natuurlijk wel van mening kunt verschillen over de kwaliteit van de inhoud van de krant. Zij vertelt ook niet dat zelfs verkopers van de officiële straatkranten er niet voor schuwen om als ‘bedelaar’ het aangeboden geld in hun zakken te steken. Het is hen niet kwalijk te nemen dat zij inpikken wat zij pakken kunnen.


Afgrijselijk

De straatkranten en het maken van soms afgrijselijk amateuristische muziek op straat zijn eenvoudigweg een verkapt middel geworden om op de rand van de samenleving rondlopende figuren aan ‘een fooitje’ te helpen.

De meeste verkopers van de officiële straatkranten hielden zich eerst wel aan de code om niet te nadrukkelijk mensen hun product aan te smeren. Die situatie is helaas weer grotendeels veranderd. Er zijn andere (concurrerende) kranten, zoals de Zelfkrant en het (Belgische) Daklozenwoord, gekomen die door ‘bedelaars’, jonge Roemenen en Bulgaren worden aangeboden bij vooral supermarkten.


Vijftig cent

Als de winkelwagentjes worden teruggebracht volgt een blik van geef mij maar de euromunt van vijftig cent uit je terug te plaatsen kar. In vaak gebrekkig Nederlands word je dan goedemiddag of goedemorgen gewenst.

Vele (sociaalvoelende?) mensen vinden het zielig en overhandigen het muntstuk waarna de betreffende krantenverkoper na een gemeend ‘dank-oe-wel’ het geld in zijn zak steekt.

We hebben een test gedaan op een doordeweekse dag door een uur lang in de gaten te houden hoeveel klanten bij een drukke supermarkt in de stad aan de als krantenverkoper vermomde bedelaar hun muntstuk zonder tegenprestatie van het leveren van een krant geven.


Gulle gevers

We kwamen op een maandagmiddag in een uur tijd tot twintig gulle gevers. Als dat de hele dag is doorgegaan ‘beurt’ de krantenverkoper (bonafide of malafide) toch even 80 euro (netto!). In vijf dagen zou dat 400 euro zijn. Veel meer dan het netto minimumloon.

In Groningen is onderzocht wie achter de krant het ‘Daklozenwoord’ zit en wie de verkopers zijn. Dat bleken Roemenen te zijn die er een hele business van maakten door hele families bij supermarkten in Nederland in te zetten. In Brussel vonden ze het adres van de (ook Roemeense) uitgever van de krant in een verlaten pand. De Belgische politie sprak zelfs van georganiseerde criminele activiteiten. Zware beschuldigingen die uiteraard niet betrekking hebben op de Straatmedia Groep Nederland die de officiële daklozenkranten uitbrengt en niks te maken wil hebben met de malafide praktijken.


Zelf verantwoordelijk

We willen met deze ‘statements’ niet adviseren dat mensen niks meer moeten geven. Daarvoor is een ieder zelf verantwoordelijk. Wél menen we dat de gulle gevers zich ook moeten realiseren dat zij hierdoor weer een nieuwe vorm van een bedelindustrie in stand houden.

Het is niet de bedoeling om kwaad te spreken maar er zijn hele families uit Roemenië en Bulgarije die naar de grote steden in Nederland komen en zich hierdoor van een bepaald inkomen voorzien. Het is van hen nog te begrijpen ook omdat zij in hun eigen land het veel slechter hebben en niet aan werk kunnen komen (en soms ook niet willen).

Er is wettelijk ook heel weinig tegen te doen. De Bulgaren en Roemen zijn hier als inwoners van de EU niet illegaal, ze overtreden formeel het bedelverbod niet en beschikken zelfs over pasjes die de uitgevers van de redactioneel in elkaar geflanste kranten verstrekken.


Advies

Tot slot slechts één advies: geef geen muntstukken meer want dan houdt u deze vorm van bedelarij in stand. Wilt u goed doen, vraag dan ook altijd om een krant en wees daar selectief in. Laat de markt zijn werk doen. U zult zien hoe snel junks en buitenlanders zich van deze vorm van bedelarij gaan afkeren en zich waarschijnlijk weer op andere manieren van inkomenswerving gaan richten.

Ook zijn er mogelijkheden genoeg om goede doelen – ook voor asielzoekers, vluchtelingen en zwervers – te steunen. We noemen er hier één: de oudste vorm van collectes door het Leger des Heils, dat de gulle gever ook een krant aanbood. Daarbij bestond altijd de zekerheid dat uw gift heel goed terecht zou komen. Het Leger des Heils is overigens ook soms betrokken bij het uitbrengen van de officiële daklozenkranten.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Leve onze grote vriend ‘Den Dood’


De zon komt op, op en op. En duikt weer onder.
Al miljarden jaren lang. De zon is eeuwig.
De zon komt op, op en op en duikt weer onder.
Al biljoenen jaren lang. Onze zon is oneindig.

Alleen wij stervelingen
– zij die sterven gaan, groeten U -
leven
geen fractie met duizenden nullen
achter de komma van een seconde.

Zelfs de arme eendagsvlinder
is stukken beter af dan wij.

Na zo’n kleine honderd jaar (in mensenjaren)
is ons leven op. Op is op, nietwaar?
In een flits van een gebroken zonnestraal.

Voor ‘Den Dood’ hoeft niemand meer te vrezen.
Onze ‘Vriend Den Dood’ is de grote bevrijder
van onze aardse, soms helse, kommer en kwel.

Het is ‘Mister en Missis Ouderdom’
die wij moeten vrezen.
Zo geniepig, zo snel,
met al hun gebreken en pijnen.
Geen ontsnappen aan. Voor rijk noch arm.

Hoe ouder en ouder, hoe stokouder,
hoe groter onze angsten.
Om tenslotte als verscheurd perkamentpapier
te verschrompelen
onder die schijnbare meedogenloze,
harteloze koperen ploert.

De mens komt op, op en op.
En duikt weer onder.
Een mensenleven lang.

Zie onze bevrijder.
Leve onze grote vriend ‘Den Dood’.


Jim Postma


  • Nieuw

  • Reacties