‘Big Brother’ politie weet alles over automobilisten

7809-big-brother-politie-weet-alles-over-automobilisten

(Door Jim Postma)

Door puur toeval en tot mijn eigen stomme verbazing ontdekte ik recent dat de politie zowel landelijk als regionaal van alles en nog weet over elke automobilist in Rotterdam en omstreken. Zowel zijn of haar volledige naam, huisadres en nummer, leeftijd, telefoonnummer(s) en nota bene een pasfoto in kleur.

Naast natuurlijk het kenteken en type auto, wel of geen verzekering, eerder gemaakte overtredingen en eventueel nog uitstaande boetes. Bij de door de politie verdere ontdekte overtredingen of andere misstanden is er voortaan geen ontkomen meer aan. U bent hierdoor reeds gewaarschuwd om boetes en verdere ellende te voorkomen. Privacy anno 2019 is voorgoed verleden tijd.


Nog net geen vermelding van uw bankrekening(en), maar dat komt nog wel.

Op de foto: De St. Mariastraat in Rotterdam-West met links (rood uithangbord) de gezamenlijke huisartsenpost. Bron: Google Streetview.

Hilarisch
Achteraf hilarisch hoe je dit allemaal in de praktijk te weten komt. Enkele weken terug moest ik een goede bekende bejaarde vriendin van mij naar een huisartsencentrum brengen in de St. Mariastraat. Na een val op de trap kon zij nog moeilijk lopen en dus gebruikte ik haar oude wagentje (25 jaar reeds) om haar te vervoeren. Na een half uurtje was zij klaar bij de huisartsen. Zij vroeg mij toen om haar nog even te brengen naar de ING-bank in de Zwartjanstraat. Voor zaken die zij alleen persoonlijk kon regelen.

Op de hele drukke winkelstraat was geen enkele normale parkeerplaats meer te bekennen. En dus parkeerde ik haar auto op een laad-en-loszône omdat zij immers nog zeer slecht ter been was. Vanuit de auto begeleidde ik haar naar de ingang van de bank, waar het enorm druk was. ‘Ik ga even een kopje koffie drinken en mijn krantje lezen in café Centraal aan de overkant. Als je hier klaar bent dan bel je mij maar even. kom ik er zo aan.’

Op dat moment wist ik niet dat zij haar mobiel was vergeten. Buiten was het koud winderig, guur. Toen de cafédame mij de heerlijke dampende koffie had gebracht, fluisterde een klein stemmetje in mij: ‘Jôh, neem er een lekker warm cognacje bij. Dat hebt je best verdiend!’ Even aarzelde ik bij de gedachte alleen al, maar werd toen ineens resoluut. Een ander stemmetje in mijn andere oor fluisterde namelijk: ‘Nooit geen alcohol tijdens het rijden!’ Later bleek het bijzonder goed te zijn dat ik mijn natuurlijke intuïtie had gevolgd.

Op de foto: De Zwartjanstraat met rechts de bewuste ING-bank en los- en laadruimte daarvoor en daar tegenover (niet op de foto te zien). Bron foto: Google Streetview.

Mistgevoel
Was namelijk daarvoor een zeer intensief weekje in Praag geweest en in mijn hoofd voelde ik – net zoals na vele andere vliegreizen – dat ik nog steeds niet was geland. Zo’n mistgevoel. Na zo’n drie kwartier begon ik mij ernstig af te vragen hoe het met mijn goede vriendin bij de bank ging. Zij had namelijk nog steeds niet gebeld. Logische dus achteraf. En dat zij mij na mijn belletje niet beantwoordde was dus eveneens pure logica.

Dus trok ik maar weer de stoute caféschoenen uit en wandelde op mijn gemak naar de bank. Daar vlakbij kreeg ik een kleine schok. Op de parkeerplaats van de betrokken laad-en-loszône bleek het door mij geparkeerde oude rode bestelwagentje geheel te zijn verdwenen. Ik kon mijn ogen niet geloven. Snel tuurde ik de omgeving nog eens af, maar in geen velden of wegen te bekennen. Daarop raakte ik in een lichte paniek. ‘Op klaarlichte dag gestolen’, zo mompelde ik. ‘Niet te geloven!’

Daarop tastte ik in mijn broekzakken om mijn autosleuteltje te vinden. Maar na drie keer al mijn zakken te hebben doortast riep ik nu zelf verwijtend: ‘Klootzak!’ Heb ik verdomme het sleuteltje in de wagen laten zitten. Iets wat mij zelden of nooit overkomt. Zoiets als de ‘kater op het spek binden’. Want ja zo vraag je vanzelfsprekend om een autodiefstal. In mijn verwarde gemoedsrust dacht ik dat de autodief al lang de stad was ontvlucht.

Politiewagen
Terwijl ik zo sta te mijmeren komt er plotseling een politiewagen aangereden met een politieman er in. Een wat oudere brigadier. Via mijn stopteken parkeerde hij naast mij, deed zijn raampje naar beneden en vervolgens stotterde ik: ‘Mijn wagen is gestolen.’ En voor mezelf nog in diepe gedachten prevelde ik: ‘Eigen schuld, dikke bult.’

De ervaren diender nodigde mij uit om naast hem te gaan zitten voor uitwisseling van gegevens. Bij navraag hoorde hij dat het mijn auto niet was, maar dus van mijn vriendin. Nadat ik haar naam had opgeschreven ging hij in een soort van kleine ‘black box’ elektronisch gegevens opvragen. Van een type ‘Opsporing Verzocht.’ Na een minuutje in die toverdoos liet hij een kleurenfoto aan mij zien en vroeg: ‘Is zij dat?’ Van verbazing viel ik haast van mijn stoel en dacht: ‘Hoe is het mogelijk’. Met kenteken en alle gegevens van dien, zoals ik hierboven heb beschreven.

Vervolgens gaf hij via de microfoon een ‘opsporingsalert’ door naar alle politiewagens in de regio. Daarna nodigde hij mij uit voor nadere details mijn vriendin op te zoeken bij de bank. Zij stond inmiddels met haar stok buiten op straat op mij te wachten. Even keek zij vreemd op toen zij zag dat ik in gezelschap was van een agent in uniform. Om daarop meteen mij toe te snauwen: ‘Sta al een half uur in de kou op je te wachten…’.

Tsja, het is waar. In dit kader gezien kon ik maar weinig goeds doen.

Tweede schok
Totdat ik een tweede schok kreeg. Daar aan de overkant van de straat, eveneens op een laad-en-loszône stond de vertrouwde rode Citroën trouw te wachten. Zoals ‘de Oude Schicht’ van Heer Bommel.

Ik kreeg daarbij een kop van een ‘rode biet’. Voelde mijn hartstlag flink omhoog gaan. Niet van vreugde, maar uit pure schaamte. En vervolgens stamelde ik tot de agent: ‘Daar staat hij!’

Gelukkig bleef de zeer ervaren diender hier nuchter onder. En in plaats van het volgende verwijt sprak hij min of meer lachend: ‘Laten we eerst maar eens gaan checken of het sleuteltje er nog in zit?’ Gelukkig bleek dit het geval. En onmiddellijk gaf de brigadier het sein door naar alle wagens: ‘De rode auto is terecht. Zo’n honderd meter van de eerder opgegeven locatie.

Ik kon nu écht wel door de grond zakken. ‘Kan gebeuren toch..’, grijnsde de agent. Ik bood hem mijn welgemeende excuses aan en vroeg nog: ‘Als ik zo meteen instap, dan word ik straks toch niet met loeiende politiesirenes en getrokken dienstwapens aangehouden?!’

Uiteindelijk kon mijn inmiddels ontdooide vriendin smakelijk lachen om deze ‘Comedy Capers.’ Even later zaten wij beiden aan de dampende koffie. Met heerlijke appeltaart met slagroom.

En met nog room aan mijn snor en baard knipoogde ik naar haar en zei als een boer met kiespijn: Eind goed, al goed. En in ieder geval toch nog een stukkie voor de krant, nietwaar?!’

Jim Postma :
Big Brother

I AM

WATCHING YOU!

zondag 13 jan 2019

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Aforismen 4 (en slot): Desiderius Erasmus (circa 1466-1536)


(Door Kees Versteeg)

Frans Timmermans en Mark Rutte zijn de winnaars van de Europese verkiezingen. Je zou hun triomf een lichte comeback van de ‘floor managers’ kunnen noemen. Floor managers zijn bestuurders die macht hebben in de vorm van bevoegdheden en budgetten, en die in een gezond politiek systeem in hoofdlijnen aangestuurd worden door ‘cloud managers’, schrijvers en filosofen, die verantwoording dragen voor het uitdenken van De Ideeën – het geestelijk geraamte van een samenleving. Een volwaardig systeem kent denkers en doeners. Denkers en doeners horen bij elkaar als scheten en bruine bonen.

Maar ons politiek systeem is niet gezond. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989 en de verschijning van het essay ‘Het einde van de geschiedenis’ van Francis Fukuyama, stuiten de denkers op de hoon van de uitvoerende macht. Ze zouden niet meer nodig zijn. Een Amerikaans type burgerlijk liberalisme zou de wereldgeschiedenis hebben gewonnen. ‘Wie een visie heeft, moet op zoek naar een oogarts’, smaalde Mark Rutte herhaaldelijk. Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.

Ook Thierry Baudet, een beginnende cloud manager, beginnend want nog zonder serieuze oplossingen maar wel met begrip van de diepe crisis waarin Europa zich bevindt, leed een nederlaag, zij het een lichte. Terecht. We moeten de Europese Unie hervormen, niet verwerpen.

We zijn nog steeds in het voorspel. De roep om cloud managers zal steeds luider gaan klinken. Want dit Europa lijkt nog het meest op de Herald of Free Enterprise, de veerboot die wegvoer van de kade met de boegdeuren nog wijd open. De Britse premier Theresa May, die vandaag haar aftreden bekend maakte, kan erover meepraten. Ook de Tories lijken een zinkend schip, net als Labour trouwens.

Een andere cloud manager die ooit werd afgetroefd door de gevestigde macht, was Erasmus. De katholieke kerk – Het Kartel van de Middeleeuwen – stond hem in de weg. Maar hij deed een lovenswaardige poging om de kerk humaner te maken, en dat in schitterende taal.

De Heilige Geest is neergedaald in de gedaante van een duif, niet als een adelaar of havik.

Niets is goedkoper dan om zich van de ernstigste levensvragen met een dooddoener af te maken.

Men moet het huwelijk eerbiedigen, zolang het nog maar een vagevuur is, maar het ontbinden als het een hel wordt.

Wat een plompe geest! Ik vermoed dat het een Hollander was.

  • Nieuw

  • Reacties