Geef de sultan wat des sultans is

6484-geef-de-sultan-wat-des-sultans-is (Door Ronald Sörensen)


Hierbij alsnog de column van Ronald Sörensen van reeds twee jaar geleden, maar voor Vandaag en Morgen weer bijzonder actueel.


Vanwege zijn ongenoegen over hoe het er aan toe ging in de politiek richtte Ronald Sørensen (Rotterdam, 4 mei 1947) in 2001, samen met zijn vrouw Nel, Leefbaar Rotterdam op. Na de moord op Pim Fortuyn nam Ronald het fractievoorzitterschap op zich. In juni 2011 verliet Ronald de fractie van Leefbaar Rotterdam om zijn werk voort te zetten in de Eerste Kamer voor de PVV. Deze functie vervulde hij tot juni 2015.



Tegenwoordig is Ronald vaste columnist voor Leefbaar Rotterdam en zit hij in de Raad van Advies van de partij. Hij was 32 jaar lang docent biologie en geschiedenis op de O.S.G. van Borselen in Rotterdam. Tevens was hij van 2007 tot 2011 Statenlid in de provincie Zuid-Holland.door Ronald Sørensen

De Turkse subcultuur in ons land heeft zich duidelijk uitgesproken bij de laatste Turkse verkiezingen: ze willen Erdogan aan bijna dictatoriale macht helpen. Nu is het natuurlijk al ridicuul dat ze zo massaal gaan stemmen voor de regering van een land waar ze om welke reden dan ook liever niet permanent verblijven, maar nu ze hun mening gegeven hebben vind ik dat we die ook moeten respecteren.

Ik stel dus voor om:
Alle bladen en journalisten in ons land streng te gaan controleren. Iedere kritiek op onze regering moet in de kiem worden gesmoord en journalisten die dat toch doen, moeten worden opgesloten. Daarnaast moeten de sociale media goed gevolgd worden en bij al te veel “ijdel” gebruik tijdelijk worden stilgelegd.

De nationale godsdienst, het christendom, dient voorgetrokken te worden. Alleen christenen mogen in overheidsdienst en er komt natuurlijk een verbod op het dragen van duidelijke kenmerken van religies die in de minderheid zijn, zoals hoofddoekjes.

Alle Nederlanders die ooit geëmigreerd zijn, mogen hun Nederlanderschap niet inleveren op straffe van verlies van eventuele bezittingen in ons land. Gelukkig hebben we geen dienstplicht, anders zouden ze die – al zijn ze in b.v. Turkije geboren – in ons land moeten vervullen of extra belasting betalen.

Politieke minderheden worden op alle manier tegengewerkt en demonstraties worden keihard onderdrukt.

De geschiedenisboekjes worden herschreven. Onze koloniale geschiedenis is de mooiste periode uit ons verleden en dient snel in ere te worden hersteld. Surinamers, Indonesiërs, Japanners etc. snakken naar een herleven van die periode. Een periode waarin ze kennis konden maken met onze superieure cultuur en waarvan ze door laag bij de grondse externe krachten van losgeraakt zijn. Verwijzen naar gruwelen ooit begaan door Nederlanders wordt als defaitisme beschouwd en is strafbaar!

Op ieder overheidsgebouw dient ten minste één nationale driekleur te wapperen en ons volkslied wordt het aloude ‘Wien Neêrlands bloed door de aderen vloeit, van vreemde smetten vrij’.

Het vinden van banen door vrouwen moet veel moeilijker gemaakt worden, want die dienen vooral om hun mannen te behagen en om kinderen te baren en te verzorgen. Vrouwen mogen wel op universiteiten en scholen zijn, maar het dragen van inferieure kenmerken werkt enorm in hun voordeel.

Minderheden worden rechteloos. Ze hebben de kans gehad om voor 100 procent christelijk en Nederlands te worden, maar hebben dat genegeerd, onze superioriteit daarmee afwijzend. De consequenties zijn voor hen zelf.

De koning krijgt het grootste paleis ter wereld, zonder gouden toiletbril (dat wel!)

Corruptie wordt alleen bestreden als die van niet regeringsgezinde kringen komt. Corruptie uit regeringskring wordt toegelaten en rechters en openbare aanklagers die zich daartegen verzetten worden ontslagen.

De Friezen, die een eigen taal en cultuur hebben, worden vanaf nu extra in de gaten gehouden. Ze mogen zich wel organiseren, maar al te enthousiaste uitingen van het ‘Frieszijn’ worden met harde hand onderdrukt. Ook zal het leger nadrukkelijk aanwezig zijn in alle elf steden!

Nee, het wordt echt heel gezellig als het merendeel van de Turken in Nederland zijn zin krijgt. Wat zei onze burgemeester ooit? O ja: “Als het je niet bevalt, er gaan iedere dag vliegtuigen”.

Bron foto: www.rondreis.nl

Jeroen Waardenburg. :
Wordt tijd dat Nederland het land der landen schoonmaak gaat houden in alle opzichten,gaat ook wel plaatsvinden als de politiek het niet doet.

vrijdag 14 jul 2017

Jan Tak :
De slapende honden worden wakker:

https://www.turks.nl/lifestyle/cinema-tv/familie-erdogan-vermoord-film-over-coup

vrijdag 14 jul 2017

Jan Tak :
Morgen 24 april is voor de Armenniërs Herdenkingsdag, over de dodenmarsen van meer dan 1.5 miljoen Armeniërs, begeleid door Turkse soldaten die de Armeniërs water en drinken weigerden, die hen meedogenloos opjaagden en hen die het tempo van de mars niet konden volgen onderweg doodsloegen.
Slechts een kwart van het ruim 2 miljoen tellende Armeense volk overleefden de slachting.

Deze genocide was het excuus dat Adolf nodig voor de uitroeiing van het Joodse volk waar Erdogan op zijn beurt vorig jaar aan refereerde met de opmerking:
"Er zijn voorbeelden in de wereld. Je ziet het als je kijkt naar het Duitsland van Hitler"
http://www.elsevier.nl/buitenland/article/2016/01/erdogan-hitler-duitsland-is-een-voorbeeld-voor-turkse-staat-2740053W/

Leren doe je vanuit het verleden.

zondag 23 apr 2017

Ronald Sörensen :
Voor de goede orde. Bovenstaande is een column van twee jaar geleden, toen Turken in Nederland ook al massaal voor de AK van Erdogan stemden.
Is te verifiëren op de site van LR.

vrijdag 21 apr 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties