OPINIE

Afkeer van bedelarij óf doen aan liefdadigheid?

(Door Hans Roodenburg)

Veel Rotter-dammers storen zich aan de nieuwe vormen van bedelarij, zoals het verkopen van straatkranten, het maken van muziek op straat met de bedoeling wat penningen los te weken of aan andere opdringerige schooierijen om geld los te troggelen.

Lees verder

Verlaten politieauto’s, daar is het tu

(Door Dirk Mellema) Hennie van Schaik, voormalig markt-koopman, is raadslid voor Leefbaar Rotterdam. Eindelijk een [...]

Markt gevarieerder, straks ook al die wi

(Door Jan Booister) Al een paar jaar kom ik niet meer op de markt van het Afrikaanderplein. De buurt is geweldig, ma[...]

Haagse verslaggevers missen de boot

(Door Jan Booister) VVD-kamerlid Ton Elias heeft dertig jaar geleden een borreltje teveel gedronken, is betrapt en be[...]

‘Mevrouw de voorzitter....’

(Door Jan Booister) Als Geert Wilders in de Tweede Kamer geen fractievoorzitter zou zijn geweestvan de PVV, maar van[...]

Hoe kon Rotterdam Port Experience zo duu

(Door Jan Booister) Met het fiasco van het Rotterdam Port Experience is tien miljoen euro weggegooid en geen raadsl[...]

Opstelten en Rehwinkel

(Door Geert-Jan Laan) Wanneer een politicus laat weten na zijn huidige functie geen ambities meer te hebben dan moe[...]

Protest Blijdorp smakeloos

(Door Jan Booister) Diergaarde Blijdorp kent een nieuwe soort: de kip-zonder-kop. Die conclusie moet wel worden [...]

Knappe serie over Den Uyl en de Lockheed

(Door Geert-Jan Laan) Het moet gezegd worden. De nu net afgesloten serie over Joop Den Uyl en de Lockheed- affaire [...]

Knappe serie over Den Uyl en de Lockhee

(Door Geert-Jan Laan) Het moet gezegd worden. De nu net afgesloten serie over Joop Den Uyl en de Lockheed- affaire[...]

Rotterdam Vandaag&Morgen weer in de luch

Zoals de oplettende kijker en lezer al heeft gezien is de site 'vandaagenmorgen' sinds kort weer in de lucht. Deze wa[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties