OPINIE

‘Is Kroon schuldig of niet?’

(Door Jim Postma)

,,Stel dat je rechter bent of lid van de jury, verklaar je Marco Kroon dan schuldig of onschuldig?’’, zo vroeg een bevriende jurist mij gisteren.

De zaak voor de militaire rechtbank in Arnhem is nog niet voorbij, dus blijft dit een gewetensvraag.

Lees verder

ING-top heeft recht op bonus

(Door Jan Booister) ING-topman Jan Hommen heeft afgezien van een bonus van 1,25 miljoen euro. Dat siert hem. Na hoo[...]

Boe! Een idee! Bah!

(Door Jan Booister) Het idee is simpel en de uitwerking zou zeer effectief kunnen zijn.Er is een schrijnend tekort a[...]

Nooit kans op kernenergieramp in regio

(Door Hans Roodenburg) Van de kerncentrales in het Zeeuwse Borssele en het Belgische Doel naar Rotterdam is het heme[...]

Het CDA: de lach-of-ik-schiet-show

(Door Jan Booister) Ik schoot zondagmorgen hard in de lach. Ik las Trouw, niet een krant waar de humor van de pag[...]

GroenLinks Rotterdam groter dan CDA

(Door Jan Booister) En? Hebt u het de afgelopen weken ook met een schuin oog gevolgd allemaal? Ook zappend een e[...]

‘Extreme hoogbouw CS onrealistisch’

(Door Tim Donia) ROTTERDAM – Moeten er nu extreem hoge kantoorgebouwen van 180 tot 250 meter hoog aan de voorkant[...]

Mohammed en Fatima leren heel snel van I

(Door Hans Roodenburg) De gemeente Rotterdam telde op 1 januari van dit jaar 224.155 niet-westerse allochtonen. Vee[...]

We slopen het 'Maritiem'

(Door Jan Booister) Goed, we slopen dus het Maritiem Museum. Maar dan? De Deense architect Jan Gehl, goeroe van d[...]

Central District: pas op!

(Door Jan Booister) Naast het CS in Rotterdam, zeg maar oostelijk van de tramhaltes, moet een vernieuwde kantorenwij[...]

Aboutaleb gepiepeld?

(Door Jan Booister) Wordt burgemeester Aboutaleb gepiepeld? De recente jaarwisseling heeft de gemeente Rotterdam bi[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties