OPINIE

‘Ik smijt alles in Robeco’

(Door Geert-Jan Laan)

Na de beursval van 2008 leek de wereldeconomie zich weer wat te herstellen. Maar nu denderen de koersen opnieuw omlaag.Is er sprake van een dubbele neergangof zoals sommigen wel zeggeninhet koeterwaals Engels dat je steeds meer hoort: ‘een double dip’?

Lees verder

Klagers zul je altijd hebben!

(Door Hans Roodenburg) De eurocrisis en de wereldwijd dreigende recessie kunnen heel eenvoudig worden vertaald naar[...]

Eindelijk, Trichet grijpt in

(Door Geert-Jan Laan) Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank grijpt eindelijk in. Door het [...]

Bal op de paal in Wall Street

(Door Jan Booister) Dus Leroy Fer gaat toch, voor vier miljoen euro, naar FC Twente als een aanvaller van Tottenham[...]

‘Doomsday!’ Is wereldbrand geblust?

(Door Jim Postma) Gelooft u nu werkelijk dat de financiële wereldbrand geblust is? Zowel Europa als Amerika zijn t[...]

Is Maasstad niet een horror-ziekenhuis?

(Door Jan Booister) Er is iets gruwelijk misgegaan in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam-Zuid. Zeker 27 mensen di[...]

Wilders-discussie door drama vervuilt

(Door Jan Booister) De discussie over de standpunten van Geert Wilders is op een ontzettende manier aan het vervuile[...]

Hoe corrupt is Nederlandse journalistiek

(Geert-Jan Laan) Hans Roodenburg heeft hier eerder aan de orde gesteld hoe - in het licht van de gebeurtenissen bij[...]

Journalisten zijn ook maar mensen

(Door Hans Roodenburg) Het schandaal met de Britse sensatiekrant News of the World werpt de vraag op of in de Rotte[...]

Journalisten zijn ook maar mensen

(Door Hans Roodenburg) Het schandaal met de Britse sensatiekrant News of the World werpt de vraag[...]

Het stinkt steeds erger in Schiedam

(Door Jan Booister) Je bent moeder en je volwassen kind doet dingen die hij beter niet had kunnen doen. Praat je daa[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties