OPINIE

Meeste ‘rijken’ wonen in Lansingerland

(Door Hans Roodenburg)

Het zal geen verrassing zijn dat in deze regio in de stad Rotterdam het minst aantal grootver-dieners woont.Van de 271.820 huishoudens in Rotterdam heeft ‘slechts’13 procent een besteed-baar inkomen van € 46.500per jaarof méér.Dat is dus vrijwel netto, inclusief fiscale aftrekposten en kinderbijslag.

Lees verder

Je recht halen mag wel wat méér kosten

(Door Hans Roodenburg) De advocatenwereld loopt te hoop tegen de voorgenomen verhoging van de griffierechten. De la[...]

Waarom staat Aboutaleb betoging toe?

(Door Jan Booister) Natuurlijk worden wedstrijden van Feyenoord niet verboden. De Rotterdamse politiebaas Frank Paau[...]

Dankzij Kamp: Akkoord over pensioenen

(Door Geert-Jan Laan) Er is dit weekeinde en in de daaraan voorafgaande dagen onder leiding van een vastberaden mini[...]

Bijstand móet altijd minimum blijven

(Door Hans Roodenburg) Rotterdam telt veruit het meeste aantal bijstands-gerechtigden van de grote steden in ons la[...]

We’ll tweet again

Sinds kort heb ik via de Kindle van de Engelstalige uitgeverij Amazon een abonnement op de Britse Daily Mail. Een re[...]

Rationeel én waanzinnig

(Door Ronald Glasbergen) In het schatrijke Noorwegen vermoordt een beschaafd uitziende jongeman op nietsontziende w[...]

Laatste Nieuws! over verdwenen kranten

Onder de titel LAATSTE NIEUWS ! is op dinsdag 6 september in Museum Rotterdam (Schielandshuis) een beperkte, maar inte[...]

Ex-burgemeester Verver en De Vraag

(Door Jan Booister) Leuk hè, daar in Schiedam. Maar niet heus. Ja, je kan er om gniffelen. Een vrouwelijke Swiebe[...]

PvdA en Oranje Boven: ‘Onszelf blijven

(Door Geert-Jan Laan) Nu ook de Partij van de Arbeid zich – in het voetspoor van vooral de PVV - heeft gekeerd teg[...]

‘Ik smijt alles in Robeco’

(Door Geert-Jan Laan) Na de beursval van 2008 leek de wereldeconomie zich weer wat te herstellen. Maar nu denderen [...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties