OPINIE

Oost-europeaan stort zich op straatkant

(Door Hans Roodenburg)

Het staat natuurlijk iedere politieke partij vrij om binnen de wettelijke regels een meldpunt voor overlast op te richten. Wat de PVV doet met zijn oproepenklachten te melden overOost-Europeanenis verwerpelijk,maar er is ook niets tegen te doen. Rotterdam is een gemeente waarin erg veel Oost-Europeanen verblijven en vaak ook werken.

Lees verder

Groot aantal ladelichters bij de PVV

(Door Jan Booister) Je kan zeggen dat die PVV’ers ladelichters, criminelen, dronken torren en halve en hele debiel[...]

'Stuur uw medewerker maar met enkele rei

(Door Hans Roodenburg en Rob Timmer) Op deze puur op Rotterdam gerichte site hebben we er (nog) niet zoveel last va[...]

Hogere inkomens betalen extra huur

(Door Hans Roodenburg) Tienduizenden huishoudens in de stadsregio Rotterdam, die in een huurhuis van een sociale wo[...]

De Olympische Spelen mogen naar Amsterda

(Door Hans Roodenburg) In het jaar 2012 dat de Olympische Spelen in Londen plaatsvinden, kijkt sportminnend Nederla[...]

Er zijn geen moffen meer

(Door Geert-Jan Laan) Ooit heb ik in Rotterdam met enkele anderen aan de wieg gestaan van een stichting met de naam[...]

ECT gokt op schikking met Havenbedrijf

(Door Hans Roodenburg) De claim van 900 miljoen euro van Europa’s grootste (onafhankelijke) container-overslagbed[...]

Slagveld op markt zzp’ers

(Door Hans Roodenburg) De groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in Rotterdam neemt gestaa[...]

De Buffel en Zuid, is het wat het lijkt?

(Door Jan Booister) Het is een dichtregel van Cees Crone: ‘Niets is wat het lijkt, als je maar goed kijkt’. [...]

Henk en Agnes. Stel uit de vakbeweging

(Door Geert-Jan Laan) Na alle andere stelletjes die de afgelopen maanden in Nederland de kop opstaken komt uit onve[...]

Rotterdamse haven trekt jongeren aan

(Door Hans Roodenburg) ‘ Pleurt op met je haven .’ De gratis krant DePers heeft nogal wat teweeggebracht in Rot[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties