OPINIE

Gratis stadsvervoer ouderen een zooitje

(Door Hans Roodenburg)

Moet het stadsvervoer bij de RET voor de 65-plussers van de gemeente Rotterdam gratis blijven of moeten zij – net zoals met de persoonlijke landelijke ov-chipkaart - hooguit een korting krijgen van 34 procent?

Lees verder

Ook crisistijd voor internet-oplichters

(Door Saskia Wigbold) Het is komkommertijd. Echter, dit geldt niet voor de internetcrimineel. Sinds een paar weken w[...]

Scheepsbrandstof: van kolen naar LNG

(Door Hans Roodenburg) Vanaf 2015 zal de milieuvervuiling door de uitstoot van zeeschepen op de Noordzee en in de [...]

Vak Beweging, de nieuwe bondgenoten

(Door Geert-Jan Laan) Hieronder een samenvatting van het gedicht dat mijn goede vriend Jean Pierre Rawie schreef i[...]

Geheim wapen Oranje: De ‘Totalkrieg!

(Door Jim Postma) ROTTERDAM – Het was dus onze eigen ‘generaal’ Rinus Michels die in de tachtiger jaren de n[...]

Gelukkig, voetbal is weer oorlog

(Door Geert-Jan laan) De wedstrijden op het EK-voetbal hangen als 'zwangere onweerswolken' boven de deel-nemende l[...]

Elizabeth rules the waves… En Beatrix?

(Door Geert-Jan Laan) De kop in de Britse zondagskrant Mail on Sunday was sterk overdreven: ‘Elizabeth rules the[...]

Digitale tijdperk is zegen voor iedereen

(Door Hans Roodenburg) De bevolking van een grote stad als Rotterdam is gemiddeld genomen veel jonger dan in de re[...]

Leven in o.a. Rotterdam is beter geworde

(Door Hans Roodenburg) Het leven in het algemeen in de vier grote steden, waaronder Rotterdam, is in de afgelopen [...]

Cultuurraad? 'Pleurt op met je handel!'

(Door Geert-Jan Laan) Wanneer het advies van de Rotterdamse Raad van Kunst en Cultuur wordt gevolgd zullen binnen [...]

Burenruzies lopen soms flink uit de hand

(Door Hans Roodenburg) Duizenden keren per jaar rukt de politie in het district Rotterdam-Rijnmond uit om ruzies t[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties