Oliestromen lucratief voor onze haven

Het Havenbedrijf van Rotterdam drijft nog steeds op olie. Uit de donderdag gepresenteerde (voorlopige) cijfers blijkt dat de goederenoverslag in 2011 met 0,8 procent is toegenomen tot 433 miljoen ton.


Grootste groeiers waren agrarische massagoederen(agribulk) met 18 procent, het overige stukgoed met 13 procent en kolen met 12 procent.

De containeroverslag in tonnen nam met 10 procent toe. In eenheden van 20 voet steeg het aantal containers met 6 procent tot 11,9 miljoen stuks. De overslag in de haven van ruwe olie (- 8 procent) en minerale olieproducten (- 6 procent) liep terug.

Goederenoverslag

,,Het totaal van de goederenoverslag is nagenoeg hetzelfde als vorig jaar,’’ stelt voorzitter Cees de Keijzer van de World Ship Society Rotterdam Branch, de onafhankelijke vereniging van een groeiend aantal maritieme liefhebbers. ,,Grosso modo compenseert de 10 miljoen ton toename bij de 'dozen' de 10 miljoen verlies bij massa nat,’’ aldus De Keijzer. Hoe belangrijk het ‘nat massagoed’ is blijkt wel uit het gegeven dat het hierbij gaat om 46 procent van de totale goederenoverslag, zo heeft hij uitgerekend. De containeroverslag is ‘slechts’ goed voor 28 procent van de ladingen.

Dat heeft zijn weerslag op de toegevoegde waarde van de haven op de Nederlandse economie. ,,Ik denk dat daarbij de containers voor meer werkgelegenheid zorgen. De natte massa levert naar mijn mening financieel veel meer op. Niet alleen zeehavengeld voor het Havenbedrijf, maar ook financieel-economisch voor de hele haven.’’


Lichte toename

De verantwoordelijke president-directeur Hans Smits van het Havenbedrijf Rotterdam valt de lichte toename in 2011 van de haven nogal mee gezien de tegenvallende economie sinds vooral november. Het is voor de negende keer in tien jaar dat de haven groei kan noteren. Het demonstreert volgens hem het belang van continue investeren in capaciteit en nieuwe activiteiten zoals de opslag van LNG en de productie van bio-ethanol.

De overslag in de haven is sterk gerelateerd aan de ontwikkeling van de, relevante, wereldhandel en de Duitse industriële productie. ,,Op basis daarvan verwachten we volgend jaar het huidige niveau vast te kunnen houden. Ik ga er daarbij van uit dat wij in de tweede helft van het jaar de Europese vertrouwenscrisis achter de rug hebben. Bedrijfsleven en Havenbedrijf gaan door met investeren zoals in Maasvlakte 2, containerterminals en tankterminals, want wij verwachten ook vanaf 2013 weer een redelijke groei,” aldus Smits.

Na het besluit Duitse kerncentrales af te koppelen nam de vraag naar kolen snel en sterk toe. Voor volgend jaar wordt een stabilisatie van de kolenoverslag verwacht.

Agribulk

De overslag van ‘agribulk’ (granen, oliezaden, derivaten) nam toe met 18 procent tot 10 miljoen ton. Door de tegenvallende Europese oogst van raapzaad en tarwe, in combinatie met een Russisch exportverbod in het eerste halfjaar, nam de import over zee toe. De tijdelijke verlaging van importtarieven op voedergranen droeg eveneens hieraan bij. Belangrijk was de start van de bio-ethanolfabriek van Abengoa, waarvoor alleen al over zee ongeveer 600.000 ton granen werd aangevoerd. Een onbekende hoeveelheid kwam per trein uit het Europese achterland.

Het overgeslagen volume ‘nat massagoed’ daalde met 6 procent tot 179 miljoen ton. De aanvoer van ruwe olie nam af met 8 procent tot 92 miljoen ton. De raffinageproductie is laag door de hoge olieprijzen en lage vraag naar producten in Noordwest-Europa. Door de geringe tot negatieve raffinagemarge is een deel van het groot onderhoud naar dit jaar getrokken. Hierdoor viel de import naar een historisch laag niveau.


Krimp

De aanvoer van ‘olieproducten’ kromp met 3 procent tot 42 miljoen ton, de afvoer met 10 procent tot 31 miljoen ton. De daling is vooral toe te schrijven aan het, relatief uniek, vrijkomen van drijvende opslag in 2010. Dit betrof veel gasolie/diesel. De aanvoer van stookolie, het in volume grootste product, steeg licht. Daarentegen daalde de import van kerosine, evenals de export van benzine.

De behandeling van containers verbeterde zich 10 procent ten opzichte van vorig jaar. Er werden minder lege containers behandeld. Rotterdam bouwde zijn positie in de kwantitatief grootste ‘trade’, die tussen Europa en Azië, verder uit. Op dit traject worden steeds meer schepen van 10.000-15.000 containers (TEU’s) ingezet, die in de Rotterdamse haven gemakkelijker terecht kunnen dan bij de concurrentie.

Ook het direct aan de diepzeeschepen gekoppelde ‘transshipment’, vooral die op het Baltisch gebied, bleef het goed doen. De overslag van intra-Europese containers, ‘shortsea’, groeit licht.


De ‘roll-on/roll-off’ sector in Rotterdam is vrijwel geheel gericht op de Britse markt waar de economie bescheiden groeit. Dit beperkt de groei van de veerdiensten. De financiële marges blijven flinterdun, niet in de laatste plaats door de ook binnen Rotterdam zware concurrentie.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

‘Soldatenrondje op het terras’


Het gesprek tussen de

gepensioneerden op

het zonovergoten terras

gaat over hun lang

verleden als militair.


De ene anekdote volgt

na de andere en na

het zoveelste biertje is

het dus lachen, gieren

en brullen, zoals in

de vroegere diensttijd.


De jongste van het stel

ene Daan begint nu over

zijn vroegere meerdere

aan wie zijn compagnie

inmiddels een pesthekel

had gekregen.


Daan: ‘En toen zongen wij

uit volle borst, waar hij

bij ouderwets schreeuwend

en vloekend aanwezig was:


‘Beter je zus als hoer dan je

sergeant-majoor als broer.’


JP


(Andere dienstervaringen zijn

hier van harte welkom).


  • Nieuw

  • Reacties