OESO: haven motor van onze economie

(Door Hans Roodenburg)

De Nederlandse export leunt zwaar op de Rotterdamse haven. Volgens de OESO in Parijs, de economische organisatie van rijke westerse landen, is het zelfs zo dat als de 'herexport' van vooral Chinese producten via Rotterdam buiten beschouwing wordt gelaten, Nederland als geheel slecht presteert in de export.



De Nederlandse industrie zelf heeft de afgelopen twee decennia zijn export met 20 procent zien dalen. ,,Dat is vergelijkbaar met Frankrijk, en maar iets beter dan Italië,’’ meent Jens Hoj, hoofdeconoom bij de in Parijs gevestigde organisatie, en een van de auteurs van een deze week verschenen rapport.

De OESO signaleert dat slechts 18 procent van de studenten in Nederland met een diploma in een exact vak van de universiteit komt. Na IJsland het laagste cijfer in de geïndustrialiseerde wereld. Hoj voorziet een groeiend tekort aan hooggeschoolde werknemers, naarmate meer 'babyboomers' met pensioen gaan. Nu reeds ervaren buitenlandse investeerders in Nederland dat tekort als een groot probleem in Nederland.


Te weinig

De belangrijkste reden om ‘even’ de motor van de Nederlandse economie – de Rotterdamse haven – af te zonderen is alleen omdat de OESO wil aantonen dat Nederland te weinig investeert in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten. We zouden méér moeten streven naar een kenniseconomie die een financiële prikkel voor wetenschappers is.

Het OESO-rapport is ook geen aanval op de haven, want die maakt juist een enorme technologische ontwikkeling door. De goederenexport via Rotterdam wordt grofweg gesplitst in transit- en herexport. Alleen die laatste komt terecht in de handelsbalans.

De waarde die Nederlandse bedrijven gemiddeld toevoegen aan deze herexportgoederen, is ‘slechts’ 7 procent. De waarde die bedrijven toevoegen aan in Nederland geproduceerde goederen is 56 procent (niet 100 procent, omdat onderdelen worden geïmporteerd). Aanzienlijk meer toegevoegde waarde dus.

Maar dat wil niet zeggen dat deze handel voor onze economie van minder belang is. Integendeel, Nederland als Europees distributieland en logistiek centrum heeft daaraan heel veel van zijn welvaart te danken.


Dragers

Rotterdam en Schiphol zijn in feite de dragers van de Nederlandse exporteconomie. Daarom komt het wel enigszins vreemd over als de OESO de handelspatronen over Nederland interpreteert door ze te ontdoen van de gegevens over de Rotterdamse haven. Stel je voor dat je de exportcijfers van andere vergelijkbare distributielanden ontdoet van hun belangrijkste havens. Niemand hoor je over Singapore en het tot 1997 nog zelfstandige Hongkong (thans apart onderdeel van China) waar 80 procent van de export uit herexport bestaat.

Rotterdam is al lang niet meer een ‘tonnenhaven’ waar het streven is gericht op zoveel mogelijk doorvoer van zeeladingen. Veel te veel (landelijke) politici en ambtenaren weten niet dat Rotterdam al lang een 'kennishaven' is geworden waarin hoogwaardige werkgelegenheid is ontstaan (minimaal wordt het scholingsniveau MBO 2 vereist, terwijl vroeger tienduizenden ongeschoolden werk vonden) en waar erg veel toegevoegde waarde wordt gecreëerd. Zelfs in de vele miljoenen tonnen aan simpel 'massagoed' (aardolie, kolen, ertsen, granen en derivaten) is de techniek (en dus de scholing) toegenomen.


Enthousiast

Vice-voorzitter Neelie Kroes van de Europese Commissie heeft recent nog bij de opening van het nieuwe bedrijf Inashco in Rotterdam erop gewezen dat Rotterdam zich razendsnel ontwikkelt. ,,De combinatie van wereldleidende technologie, moedig ondernemerschap en visionair leiderschap maakt me enthousiast. Dit is een winstgevend bedrijf dat samen met de TU Delft – mede door ICT – een van onze hardnekkigste maatschappelijke problemen helpt oplossen,’’ schreef zij in haar column in Het Financieele Dagblad.

Inashco (volle dochter van Fondel in Rotterdam) doet de allerlaatste recycling van de restanten die overblijven na verbranding van het huisvuil, onder meer bij de AVR in Rotterdam. Uit deze zogeheten bodem-assen wordt met een milieuvriendelijk proces in mobiele ‘toverdozen’ nog fijne non-ferro metalen gehaald.

Van dit soort innovatieve bedrijven zijn er naar inschatting misschien wel honderden in Rotterdam. Daarin wordt een hoger opleidingsniveau gevraagd dan bijvoorbeeld in de auto-industrie in Duitsland en Frankrijk. Als de OESO voor die landen de export van de auto-industrie buiten beschouwing zou laten, dan zouden de handelscijfers van deze landen ook een schrikbarend beeld geven.


Kringloopeconomie

Bij Inashco is een goede samenwerking gevonden tussen de commerciële activiteiten van het bedrijf en de Technische Universiteit van Delft. Vice-voorzitter Neelie Kroes (uit Rotterdam afkomstig) van de Europese Commissie meent dat ‘de kringloopeconomie een economische werkelijkheid kan worden als bedrijven, universiteiten en overheden samenwerken’. ,,Het toont aan dat we in Nederland mensen hebben die lef hebben; die tegen de conjunctuur in investeren in de technologieën van de toekomst; en die bedrijven opzetten die de banen van morgen scheppen.’’

Bestuursvoorzitter Austin van ’t Wout, de zoon van Fondel-oprichter Willem van ’t Wout (geboren en getogen aan de Bloklandstraat in Rotterdam Noord) is natuurlijk in zijn nopjes met de complimenten van deze Europese toppoliticus. Daaraan kan zich bijna het gehele Rotterdamse havenbedrijfsleven conformeren.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Militairen ‘blauw ‘ op straat


Gratis ochtendkrant Metro kopte gisteren:
‘Politie zal straks ‘nee’ moeten zeggen’.
En: De werkdruk bij de politie is zo hoog,
dat het aantal overtredingen van de
Arbeidswet dit jaar zal uitkomen op 200.000.

Gevolg: Politiemensen stukken minder gemotiveerd,
te hoge werkdruk leidt tot stress, burn-outs en
aantal ziekmeldingen onder onze wethandhavers
neemt alarmerende vormen aan.

Met nu zo’n 1100 nieuwe agenten erbij en dure
langdurige opleidingen, blijft het landelijke
Nationale Politiekorps dweilen met de kraan open.

Interview met hoofdagent: ‘Wat je alleen wel ziet,
Is dat de burgers langer moeten wachten op een
aangifte die ze hebben gedaan. En ze zullen minder
blauw op straat zien?’

Nog minder blauw op straat? Nog langer wachten
voor de burgers op aangiften? Kan het nog gekker.

De misdaad, zeker de zware criminelen tieren
tegenwoordig zo welig als nooit te voren. Gelegenheid
maakt de dief. Pakkansen steeds kleiner, de
veiligheid op straat en in het verkeer nemen
intussen eveneens alarmerende vormen aan.

Waarom op korte termijn geen militairen tijdelijk
betrekken als noodagent nu de nood het hoogst is.
Wat doen militairen eigenlijk in vredestijd?
Oefenen in de kazerne, in het bos, op het strand
En waarom dus niet direct op straat en in het verkeer?

Met zeer effectieve korte opleidingen tot agent, overal
direct inzetbaar, van terrorismebestrijding tot
invallen bij zware criminelennesten.

Simpel zolang de nood het hoogst is tijdelijk
met een het wisselen van een
groen naar een ‘blauw’ uniform. Met daarbij een
besparing van honderden miljoenen euro’s.

En anders, Opstelten zei het al in alle toonaarden:
'Blauw op straat,
meer blauw op straat,
nog meer blauw op straat.’

Allemaal, allemaal, hartstikke blauw op straat!


Jim Postma.

  • Nieuw

  • Reacties