Werken na 'de zondeval'

(Door Hans Roodenburg)

De beroepsbevolking op de arbeidsmarkt regio Rotterdam (Rijnmond) bedraagt thans pakweg 617.000 mensen. Het gaat hierbij om de mensen in de leeftijdsgroep 15-64 jaar die werkenof daartoe in staat zijn.Hiervan heeft 8,5 procent geenwerkof heeft een uitkering.


Volgens het promotieonderzoek van Frans van Luijk, geboren Rotterdammer, aan de VU in Amsterdam zou geld verdienen in Nederland de belangrijkste motivatie zijn om aan de slag te zijn of te gaan.


Of er iets nieuws onder de zon is! Door de eeuwen heen willen mensen vooral werken om inkomsten te verwerven. Het overgrote deel – zeker in fysiek zware beroepen - zou als men genoeg andere inkomstenbronnen had meteen stoppen met werken. Een klein deel – meestal in lichte en creatieve beroepen – vindt het werken op zichzelf en de contacten met collega’s en andere mensen belangrijker. Zij zijn heel tevreden over hun baan én hun inkomen!

Aardig is wel dat Frans van Luijk (tevens directielid van het adviesbureau voor personeelsbeleid LTP) zelf concludeert dat werken onontkoombaar is voor ons welzijn. ,,De betekenis van werken heeft zich, kijkend naar het boek Genesis, ontwikkeld van een straf van God na het eten van een ‘verboden vrucht’, tot een van de meest centrale elementen in ons leven.’’


Hij had wel vergelijkingsmateriaal voor handen want in respectievelijk 1983, 2008 en 2009. heeft hij een representatieve steekproef uit de Nederlandse beroepsbevolking gebruikt om te weten wat de betekenis van werken is in het leven.

Leuk en nogal bepalend voor zijn dissertatie was de vraag: ‘Stel dat u een loterij zou winnen of een erfenis zou krijgen waardoor u voldoende geld zou hebben om de rest van uw leven royaal te kunnen leven zonder te werken. Wat zou u doen?’

In 1983 gaf 13,7 procent van de respondenten aan dan te zullen stoppen met werken. In 2008 en 2009 is dit percentage gestegen tot rond 23 procent. In 1983 gaf nog 42,4 procent aan in dezelfde baan te willen blijven werken; in 2008 is dat gezakt tot 15.7 procent en 19 procent in 2009.


Men werkt dus volgens van Luijk primair voor het geld. In de regio Rotterdam zal het niet anders zijn hoewel de mentaliteit daar méér ‘niet lullen maar poetsen’ is. Wanneer het geld op andere manieren beschikbaar komt dan stopt men met werken of gaat men in ieder geval korter werken.

Opvallender is zijn conclusie dat mensen steeds meer belang hechten aan andere zaken in het leven. ,,Als wij altijd maar harder werken, kun je je afvragen of dat nog wel gezond is voor mens en milieu,’’ zegt hij in Het Parool.

Hij ervaart dat ook in de dagelijkse praktijk van zijn adviesbureau LTP (ook gevestigd in Rotterdam) dat hoogopgeleid personeel zoekt. ,,Vroeger wilden jongeren als trainee beginnen bij een multinational, om zich vervolgens te pletter te werken voor hun carrière. Nu merken wij dat mensen die door bijvoorbeeld de KLM naar Hongkong worden gestuurd, dat niet meer zo nodig willen. Hun partner heeft een baan en de kinderen verdienen ook aandacht. Werknemers hoeven niet meer zo nodig zestig uur per week te werken en zijn kritisch over hun salaris.’’


Bijna elke dag promoveert er wel iemand tot ‘doctor’ aan een van de universiteiten. Dat behoort nu eenmaal tot de wetenschap. ‘Waarom werken wij?’ was de inleidende vraag van Van Luijk. Hij is ook in staat zijn dissertatie te relativeren. ,,Sociale wetenschappers wordt wel verweten dat zij vooral dat onderzoeken wat iedereen al weet. De antwoorden op de vragen die zij onderzoeken zijn al lang bekend, men zoekt naar de bekende weg. De vraag ‘waarom werken wij’ zou ook in die categorie kunnen vallen. Werken is immers vanzelfsprekend.’’

Toch noemt hij de antwoorden op schijnbaar voor de hand liggende of overbodige vragen vaak het interessantst. ,,Juist het vanzelfsprekende ter discussie stellen levert mogelijk boeiende, want verrassende, antwoorden op.’’

We kunnen ons daarbij aansluiten. Vandaar ook dit stuk!


Frank van Luijk zal op maandag 20 juni promoveren aan de Vrije Universiteit Amsterdam op de faculteit der Psychologie en Pedagogiek.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De sloopkogels van de Internationale

(door Kees Versteeg)


De brand in de Notre-Dame deed me ineens terugdenken aan de Koninginnekerk. Gesloopt in 1971. Hij stond aan de Boezemsingel in Crooswijk. In de verkiezing Mooiste Gesloopte Kerk kwam de Koninginnekerk als winnaar uit de bus.


D
e brand in de Notre-Dame is een ongeluk. Binnen een dag is 700 miljoen euro verzameld voor de wederopbouw. De sloop van de Koninginnekerk was daarentegen een geplande politieke misdaad.

De toenmalige PvdA-burgemeester Thomassen was een warm voorstander van de sloop. Er moest op die plek een niet-confessioneel bejaardenhuis komen. De sloop van de kerk riep in 1971 veel verzet op. Tegenstanders zeiden: ‘Wat de nazi’s lieten staan, dat gaat er nu wel aan.’

De linkse raad won. De sloop werd doorgezet. Er hangt een portret van Thomassen en zijn vrouw An in het Rijksmuseum. Misschien is de tijd nu rijp om er een bordje bij te zetten.

Met de tekst: ‘In de tijd dat Thomassen burgemeester was van Rotterdam, ontwikkelde de stad zich tot wereldhaven nummer één. Daarnaast was Thomassen ook een kopstuk in de politieke misdaad. Op de plaats waar ooit de Koninginnekerk stond, verhief hij Judas tot bouwmeester en noemde dat verheffing van het volk.’




  • Nieuw

  • Reacties