Effect verschraling krantenlandschap

(Door Hans Roodenburg)

De verschraling van papieren kranten heeft geleid tot afkalving van persbelangen in Rotterdam. Havenpersclub Kyoto,de langst bestaande Nederlandse vereniging van onafhankelijke en gespecialiseerde journalisten, heeft zich nu opgeheven.


Voorts heeft de afscheid nemende Lou Lichtenberg van het Stimuleringsfonds voor de Pers ‘de witte vlek’ gehekeld in regionale dagbladen die ook in Rotterdam is ontstaan.


Verschraling

Reden voor opheffing van Havenpersclub Kyoto Rotterdam is dat het aantal actieve leden als gevolg van de vergrijzing kleiner is dan ooit tevoren en dat instroom van jongeren nauwelijks nog plaatsvindt. Dit laatste is mede een gevolg van de verschraling de afgelopen jaren in het Rotterdamse krantenlandschap.

Met het verdwijnen van steeds meer havenactiviteiten uit de stad naar de Maasvlakte is de belangstelling bij de media voor dit specialisme bovendien kleiner geworden. Onderschat wordt het economisch belang van de haven voor Rotterdam en zijn samenleving.

Havenpersclub Kyoto stelde in 1981, bij het 25-jarig jubileum, de onderscheiding ‘Havenman van het Jaar’ in. De tweede maandag van het nieuwe jaar vond traditioneel de huldiging plaats, een traditie die niet meer uit Rotterdam is weg te denken. De eer viel dit jaar Ronald Paul ten deel, projectdirecteur van Maasvlakte 2, die tot Havenman van het Jaar 2010 werd benoemd.


Havenman

Bestuur en leden van Havenpersclub Kyoto hechten aan voortzetting van de onderscheiding Havenman van het Jaar. De Stichting Havenman van het Jaar, opgericht als fondsenwervende instantie om de kosten te dekken van de ceremonie, is verzocht deze verantwoordelijkheid op zich te nemen. De stichting heeft toegezegd binnenkort met plannen te komen over de nieuwe aanpak.

Directeur Lou Lichtenberg van het Stimuleringsfonds voor de Pers, dat overheidssubsidies geeft voor nieuwe initiatieven in de media, is vorige week met vervroegd pensioen gegaan. In een interview met BN DeStem spreekt hij zijn grote zorgen uit over de terugval van regionale (papieren) dagbladen. Als voorbeeld noemt hij de Rotterdamse regio:

,,In een stad als Rotterdam zijn nauwelijks meer serieuze, onafhankelijke media. Je hebt er wel een AD Nieuwsdienst, maar die vervult bij lange niet de functie van ooit Het Vrije Volk en het Rotterdams Nieuwsblad.’’


Bovenkopje

In Rotterdam is volgens hem nog meer fout gegaan. ,,Zal ik nooit vergeten: op 1 september 2005 kregen lezers van het Rotterdams Dagblad, maar ook van het Utrechts Nieuwsblad en de Haagse Courant het AD op de mat. Met nog wel dat bovenkopje van hun eigen krant. Maar de look and feel, het gevoel, was toch een heel andere krant. Het was beter geweest als de verandering als een cadeautje was gepresenteerd. U krijg uw eigen krant, met als cadeautje de sterkere punten van het AD, zoals misschien de sport en het internationale nieuws. Nu is die lezer gestraft. En niet alleen daar, helaas.’’

Niet alleen in de Rotterdamse dagbladensector heeft er een veldslag plaatsgevonden, in de (gratis) huis-aan-huis-kranten zijn grote veranderingen nog aan de orde van de dag. Vorige week is Maasstad De Pers – op afgiftepunten gratis op te halen - voor het laatst verschenen.

Deze krant was ruim een jaar geleden ontstaan uit het huis-aan-huisblad Maasstad (van het toenmalige PCM). Drie jaar terug kwam deze krant in grote financiële moeilijkheden nadat Maasstad een lucratief advertentiecontract over gemeentelijke informatie was kwijtgeraakt aan nieuwkomer De Echo (Telegraaf-concern).

Anderzijds breidt een andere nieuwkomer (uit 2005), De Oud-Rotterdammer, zijn oplage (121.500) en omvang nog steeds uit. De Oud-Rotterdammer, gericht verspreid onder lezers van 50 jaar en ouder - vaak ook via afhaalpunten - heeft inmiddels navolging gekregen in Den Haag en Utrecht. Mogelijk wordt een soortgelijk product in het najaar gestart in Amsterdam, waardoor deze op ouderen gerichte kranten volledige randstaddekking krijgen.

Achtergrond Kyoto

In het boek ‘Goud voor Kyoto’ uit 2006 – bij het 50-jarig bestaan - verhalen journalisten over het grote belang van de haven in het verleden voor de dagbladen. Scheepvaartredacteuren waren in de jaren ’50 van de vorige eeuw journalisten tegen wie op de redacties van de Rotterdamse dagbladen met bewondering en soms ook met afgunst werd opgekeken. Zij deden het grote werk met hun verhalen over het herstel van de haven die enkele maanden vóór de bevrijding in mei 1945 door de Duitse bezetters voor een groot deel was verwoest. De ‘eerste man scheepvaart’ was onder zijn collega’s van de krant een autoriteit en daar liet hij zich graag op voorstaan.


Tien titels van dagbladen in Rotterdam zijn in het bestaan van Havenpersclub Kyoto verdwenen of opgegaan in een groter geheel. Bij de meeste van de opgeheven titels werkten één of meer scheepvaartredacteuren die – wilden ze enig cachet hebben – lid waren van de Havenpersclub Kyoto. De reorganisaties bij de kranten gingen ook gepaard met de positie van de daar werkende Kyoto-leden. Zij kregen vaak andere verantwoordelijkheden.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties