Expositie Laurenskerk: ‘Niet de tijd, maar wij gaan voorbij’

(door Jim Postma)

ROTTERDAM – Met de onlangs geopende permanente expositie ‘Een monument vol verhalen’ in de Laurenskerk is Rotterdam een toeristische attractie rijker geworden. Rondom 1500 toen de monumentale kerk werd gebouwd was de stad niet meer dan een dorpje aan de Maas. Wie zich in die tijd in Rotterdam wilde vestigen moest 3000 bakstenen mee nemen om zich in te ‘burgeren’.

Dat was de prijs die de zogenaamde ‘Nieuwe Poorter’ moest betalen. Zo is in de letterlijke zin het spreekwoord ‘Een steentje bijdragen’ in de stad ontstaan.


Dit vertelde mr. Leonard Geluk, voorzitter van de stichting Laurenskerk, afgelopen vrijdag aan kroonprins Willem Alexander die de tentoonstelling officiëel opende. In het bijzijn van honderden genodigden zei voorzitter Geluk: ,,Al eeuwen lang heeft deze kerk een zeer nauwe band met het Huis van de Oranjes. Of het nu ging om een regerend of toekomstig koning.


Zo schonk koningin Wilhelmina voor de oorlog een houten doophek, was het koningin Juliana in 1952 die de herbouw van start liet gaan en in 1968 heropende prinses Beatrix de geheel nieuw gerenoveerde Grote Kerk.’’

Tijdens het bombardement op Rotterdam in mei 1940 werd naast het centrum van Rotterdam ook de Laurenskerk voor een groot deel verwoest. De grote brand die toen ontstond heeft een groot deel van de rijke geschiedenis van de kerk in rook laten opgaan. De talloze verhalen die zo verloren gingen zijn nu dank de één miljoen euro kostende multimediale expositie weer voor een groot deel achterhaald.


Audioguide

Volwassenen betalen daarvoor 5 euro (zonder

audioguide 2,50 euro), kinderen tot en met 12 jaar hebben vrij toegang. In totaal zijn er zo’n twintig verschillende thema’s te zien die rondom de gehele kerk in kapellen zijn ingericht. Zo wel uit de religieuze oudheid als tot de dag van vandaag. De Laurenskerk (in 1449 werd de eerste steen gelegd) is naast het oudste gebouw van de stad, zeker uitgegroeid tot de icoon van Rotterdam.

Het waren Amsterdammers die in 1621 een houten spits plaatsten op de karakteristieke stompe toren van de kerk. Maar die raakte in de loop van de jaren snel verrot en werd in 1645 weer gesloopt. ,,In die tijd’’, zo vertelde prof. De. Marlite Halbertsma die samen met de architecten van Kossmann.dejong de expositie mogelijk maakte, ,,werd er landelijk een soort van ver-plaswedstrijd gedaan van wie de hoogste toren had. De Laurenskerk was toen 63 meter hoog en werd daarna overtroefd door Dordrecht met 65 meter!’’

Directeur Frank Migchielsen van de stichting Laurenskerk heeft ‘nog één wens’, zo zei hij in zijn openingswoord. ,,Op de toren van de Grote Kerk zouden wij graag de tekst ‘Niet de tijd, maar wij gaan voorbij’, gerealiseerd willen zien via een sponsor. Wens daarbij de Laurenskerk alle tijd van de wereld toe en oneindig veel voorbijgangers’’, aldus Migchielsen.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International