Feico Houweling (64) koos uiteindelijk voor kwaliteit

7276-feico-houweling-64-koos-uiteindelijk-voor-kwaliteit

(Door Jim Postma)

Tot nog zo’n twee dagen voor zijn te verwachten dood was journalist / schrijver / verteller / docent geschiedenis Feico Houweling (64) nog actief in het Rotterdamse literaire wereldje. Geboren (3 mei 1954) in het Oude Noorden van de Maasstad legde hij na een lange strijd tegen darmkanker uiteindelijk thuis het loodje in de nacht van afgelopen vrijdag en zaterdag 19 mei. ‘Heel rustig’, volgens zijn weduwe Joke Steigstra, ‘in zijn slaap.’

Gisteren op de r.k.-begraafplaats in Crooswijk woonden velen, onder wie de kopstukken uit literair Rotterdam, zijn Herdenkingsdienst bij vlak voor zijn crematie. Feico Houweling stond bekend om zijn zachtaardige, beminnelijke karakter, integer tot het bot, recht-door-zee, een man met wie je heel moeilijk ruzie kon krijgen. De ideale partner om de oceaan mee over te steken.


Maar als het om dit leven ging was hij een terriër, een vechtersbaas van buitengewone klasse. Toch koos hij, na vijf jaar intensieve strijd, voor de ‘kwaliteit’. Niks geen nieuwe rondes chemo’s meer, niks geen gesleutel van witte jassen meer. Met opgeheven hoofd, zonder verdere angsten, bewust uit dit leven stappen.

Een volledig en zeer vruchtbaar leven dat voor Feico Houweling en zijn vrouw Joke bepaald niet altijd over rozen ging. Toch waren er vele hoogtepunten voor hen te vieren zoals zijn onderscheiding door de gemeente Rotterdam met de Erasmusspeld. In 2015 nog uitgereikt aan hem door Rotterdams burgemeester Aboutaleb.

Noodfaculteit
Zijn initiatief om te komen tot de Noodfaculteit Letteren aan de Erasmus Universiteit leidde uiteindelijk tot een bijzondere leerstoel die elke vier jaar wordt verlengd. Momenteel bekleed door professor Frans-Willem Korsten (bij de crematie aanwezig) en in dit kader benoemd tot bijzonder hoogleraar Literatuur en Samenleving Rotterdam.

Tijdens zijn Herdenkingsdienst gisteren in Crooswijk waren uit het Rotterdamse literaire wereldje onder meer aanwezig Bas Kwakman (directeur Poetry International), Frans Meijer (voormalig directeur Centrale Bibliotheek), Hans Sibarani (Festival Woordnacht), Jana Beranová voormalig stadsdichter, Giel van Strien (Passionate), Juan Heinsohn Huala (Werelddichters), Leo van de Wetering (mededirecteur boekhandel Donner), Adriaan Zijlmans (Matrix, literatuur en cultuur), vertegenwoordigers van Rotterdam Letteren Overleg en van de Vereniging Verzamelde Werken.

Feico Houweling wilde vanaf zijn 20ste levensjaar alleen dichter of journalist worden. Hij deed in die tijd als jong vader van zijn eerste kind een LOI-cursus Journalistiek en schreef sollicitatiebrieven (om geld te gaan verdienen) naar alle kranten in de omgeving. Uiteindelijk kreeg hij een uitnodiging van een directeur van een aantal streekbladen. Toen Feico met hem in gesprek kwam kon deze directeur een glimlach niet onderdrukken. Op zijn bureau lag een hele stapel sollicitatiebrieven van Feico die hij daarvoor naar al die streekbladen had gestuurd.

De directeur zag hier de humor van in en bood hem een baan aan op het redactiesecretariaat met de mogelijkheid te laten zien dat hij kon schrijven. Drie maanden later was hij al journalist bij de Aalsmeerder Courant. Een wonder! Daarna stoomde hij zo snel mogelijk door naar het Leids Dagblad. Wederom na hardnekkig solliciteren kwam hij in een paar jaar tijd terecht waar hij uiteindelijk wilde zijn: bij de buitenlandredactie van het Haarlems Dagblad.

Noorwegen

Van jongs af aan was Feico Houweling gebiologeerd door het Noorwegen. Talloze malen, voor kortere en langere tijd heeft hij dit land bezocht, sprak en schreef het Noors feilloos. Hij publiceerde daar verhalen en boeken over.

In 1980 besloot hij om die reden een universitaire studie Scandinavistiek in Groningen te doen waar hij zijn doctoraal met verve behaalde. Op zijn 33ste werd hij hoofdredacteur voor een vakblad voor de olie- en gasindustrie. Zodoende maakte hij in die tijd een aantal journalistieke reizen naar Noorwegen, Canada en Amerika.

In 1997 (hij was toen 43) kwam hij als redacteur bij Nieuwsblad Transport. Hij toonde daar veel initiatief, bracht talloze ideeën in, werd projectcoördinator en voorzitter van de OR. Hij had de ambitie om hoofdredacteur te worden.

Slangenkuil

In 2001 kwam ik (JP) daar toevallig terecht, eerst als eindredacteur en maanden later als hoofdredacteur. Van de ambities van Feico wist ik toen nog te weinig. Voor mij was hij een zeer trouwe en integere collega en via hem kwam ik er al snel achter dat ik in een slangenkuil was terecht gekomen. In een onmogelijke werksfeer.

Met constante conflicten met de toenmalige uitgever. Zelf hield ik het daar slechts een jaar uit. Feico bijna tien jaar. O, wat had ik na mijn noodgedwongen vertrek hem het hoofdredacteurschap gegund. Had hem reeds benoemd tot adjunct-hoofdredacteur, maar de uitgever (die later op staande voet werd ontslagen) blokkeerde dit. Feico maakte zo in zijn tijd zeven hoofdredacteuren mee, waarbij de legendarische wijlen Ron Abraham de langstzittende was.(Opvallend detail: van zijn vroegere NT-collega’s en na zo’n tien jaar trouwe NT-dienst was er geen bij zijn Herdenkingsdienst aanwezig).

Achteraf gezien had ook Feico Houweling deze slangenkuil veel eerder moeten verlaten. Uiteindelijk deed hij dat ook, maar nogmaals in mijn ogen veel te laat. Pas in zijn nieuwe Rotterdamse literaire wereld kwam hij volledig tot bloei. Zijn eerste roman ‘De Antitheek’ publiceerde hij op zijn 45e.

Daarna volgden nog vele boeken en literaire publicaties en ontwikkelde hij zich tot ‘meesterverteller’ over geschiedenis voor onder meer HOVO (Rotterdam, Amsterdam, VU, Breda, Tilburg, Nijmegen en Utrecht). Zijn vele cursisten luisterden ademloos en lieten in hun beoordelingen vele malen de loftrompet over hem horen.

Als klap op de vuurpijl tenslotte verscheen in 2015 zijn boek ‘Steden van Erasmus’. Wederom als ‘meesterverteller’ die veel te vroeg voor ons allen nu definitief is uitverteld. Wel uitermate strijdvaardig. Zoals de slogan luidt van zijn geboorteplaats Rotterdam: ‘Sterker door strijd’.

Jana Beranová :
Ik sluit me aan bij de opmerking van Kees Versteeg. Het gaat hier om Feico, het is een mooi verhaal over Feico en Nieuwsblad Transport is in deze peanuts!!

maandag 28 mei 2018

Jim Postma :
ThanX Kees. Jij begrijpt het!...@@@

maandag 28 mei 2018

Kees Versteeg :
In ieder geval siert het Jim dat hij aandacht besteed aan het overlijden van Feico Houweling. Op de sites van Algemeen Dagblad, RTV Rijnmond en Dagblad010 is daar geen bericht over te vinden. Het houdt dus nog steeds niet over met de waardering van schrijvers in deze notoir anti-intellectuele stad.

zondag 27 mei 2018

Jim Postma :
Sorry Donald, in mijn laatste zin als reactie schreef ik abusievelijk Dolf, maar bedoelde natuurlijk Donald. (Jammer dat wij elkaar niet ooit hebben leren kennen). Om op een gezonde en eerlijke manier deze helaas nodeloze discussie te beëindigen wil ik graag besluiten met het ook voor jou bekende gezegde: 'De beste stuurlui staan aan wal.'
Daarbij wil ik nog (reeds door mij gezegd na de crematie)de grootste complimenten maken aan zijn weduwe Joke die een voortreffelijke en bewonderwaardige speech heeft gehouden. Niet alleen om dit alles (als een biografie) op papier te zetten, maar ter plekke ook nog met veel liefde en moed uit te spreken. (Uit haar speech heb ik de hoogst noodzakelijke krenten geplukt, met nog veel dank). Ook aan zijn zus Marjolein en zijn zoon ('over de kwaliteit van dit leven').
Verder ook niks geen verwijten aan de toenmalige voor mij bekende collega's die er niet waren. Hoogst waarschijnlijk, zoals Nathalie getuigde in VillaMedia, waren zij er niet van op de hoogte. Mea Culpa!

zondag 27 mei 2018

Jim Postma :
Beste Donald. Mijn intensies zijn zuiver. Mijn goede collega, vriend, Feico Houweling eren zoals hij zonder meer heeft verdiend. Ik heb hem geschetst zoals ik hem heb leren kennen. De tijd dat ik er samen met Feico werkte, was een hele andere tijd dan die jij daar hebt meegemaakt. Zo ga je appels met peren vergelijken. In tegenstelling met vele andere Elseviers-angsthazen hield ik mijn bek niet tegenover foute uitgever. Zelden in mijn leven zo opgelucht geweest die stinktent te verlaten. Wel veel van geleerd, dat wel! Mijn reacties heb ik doorgegeven aan Dolf Rogmans van VillaMedia. Je ervaringen met Feico, Dolf, zullen in jouw tijd ongetwijfeld ook anders zijn geweest dan mijn tropenjaartje....@@@

zondag 27 mei 2018

Donald Suidman :
Ik heb geen eelt op mijn ziel. Maar ik heb wel geprobeerd om verantwoordelijkheid te nemen voor het ‘zooitje’ bij NT. Ik heb fijne en inspirerende gesprekken gevoerd met Feico. Hij doorzag alles scherp. Uiteindelijk ben ik vertrokken, en ook daarna heb ik fijne gesprekken met Feico gevoerd. Over zijn en mijn toekomst.
Vreemd detail: ik weet haast zeker dat ik als tiener bij Feico’s kaarsenmakerij ben geweest. Mijn moeder had een kaarsenwinkel (! Jaren 70) en kocht bij die commune in Drente kaarsen in. Ik ben wel eens meegeweest en ik herkende de naam van die commune die Joke noemde. Feico moet toen ongeveer 20 zijn geweest. Maar dat terzijde.

zaterdag 26 mei 2018

Donald Suidman :
De kwalificatie ‘slangenkuil’ is een heel vage. In de zes jaar dat ik er werkte heb ik ervaren en geleerd dat redactie en directie elkaar al zo’n 20 jaar niet konden vinden, culminerend in een staking in 2004 - de eerste bij een vakblad in Nederland - die nieuwe wonden zou slaan in het bedrijf die nog jaren bleven doorzieken. Zowel de directie als de redactie zijn lange tijd niet in staat of bereid geweest om de dialoog daarover aan te gaan, zo is mijn ervaring geweest.
Feico kwam als lichtend voorbeeld altijd op voor de onafhankelijkheid van de redactie. Dat valt te prijzen, maar werkte ook polariserend. Ik zei wel eens tegen Feico: we moeten ons door en door onafhankelijk opstellen, maar niet steeds dat woord laten vallen. Want dat jaagt de uitgever maar in de gordijnen. Daar stemde hij dan lachend mee in, maar bij het volgende incident mailde hij gerust weer een vurig - en prachtig - pamflet door het bedrijf.(Vervolg)
Maak je die excuses ook op Villamedia Jim?

zaterdag 26 mei 2018

Donald Suidman :
Ik vond het ook een mooi verhaal. Behalve toen je jouw frustraties iver NT met die van Feico vermengde of verwarde. Dit is wat ik erop schreef op Villamedia:

Beste Jim,
Fijn dat je de moeite hebt genomen om een necrologie over Feico hier te publiceren. Dat verdient hij zeer.
Wat hij niet verdient is dat je je eigen rancune langs deze weg een podium geeft. Feico heeft niet louter positieve herinneringen aan zijn tijd bij NT en zijn talenten zijn niet altijd op waarde geschat, dat is zeker waar en ik heb daar het een en ander van meegekregen. Zijn vrouw Joke verwoordde dat mooi op de uitvaart.
Enkele feitelijke correcties op je stuk: ik was hoofdredacteur van NT toen Feico daar vertrok, ik was de langstzittende ooit, en ik was donderdag op de uitvaart aanwezig. Omdat ik Feico een fijne man en een fijne collega vond. Ook na zijn vertrek hebben we nog interessante dingen samen gedaan, voor NT en later voor andere publicaties.

zaterdag 26 mei 2018

Jim Postma :
p.s. Feico Houweling zou zeker onderstaande bevestigen en het woord 'slangenkuil', dat hij in die tijd zelf meerdere malen liet vallen,
is eigenlijk nog bijzonder mild.

zaterdag 26 mei 2018

Jim Postma :
In mijn verhaal over Feico heb ik gemeld dat geen van zijn collega's van Nieuwsblad Transport bij de Herdenkingsdienst aanwezig was. Deze necrologie heb ik ter ere van Feico ook laten plaatsen in ons journalistenvakblad VillaMedia. Uit de reacties hierop blijkt dat er wel een collega van hem is geweest, namelijk Donald Suidman. Een latere hoofdredacteur van Nieuwsblad Transport die ik niet heb gekend, noch ooit bij mijn weten, heb gezien. Mijn excuses hiervoor. Ik sprak uit de korte periode dat ik daar aanwezig was en de collega's die ik toen kende. NT noemde ik een 'slangenkuil', door velen bevestigd en dat vind ik nog steeds. Dat heeft niets te maken met rancune of oud-zeer van mij, zoals collega Suidman denkt. In mijn nu reeds halve eeuw journalistiek heb ik nog nooit zo'n rotzooitje meegemaakt als bij NT. Wat dat betreft moet Donald Suidman eelt op zijn ziel hebben om het daar zes jaar te hebben kunnen uithouden. Chapeaux!@

zaterdag 26 mei 2018

Marjolein houweling :
Dank je wel voor je mooie en treffende woorden,
MarjoleinHouweling (zijn zus, inderdaad)

zaterdag 26 mei 2018

Kees Versteeg :
Een betrokken In Memoriam. Mooi.

vrijdag 25 mei 2018

Rinus Vuik :
Indrukwekkende 'In Memoriam' Jim.Al lezende, werd ik er stil van!

vrijdag 25 mei 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Leve onze grote vriend ‘Den Dood’


De zon komt op, op en op. En duikt weer onder.
Al miljarden jaren lang. De zon is eeuwig.
De zon komt op, op en op en duikt weer onder.
Al biljoenen jaren lang. Onze zon is oneindig.

Alleen wij stervelingen
– zij die sterven gaan, groeten U -
leven
geen fractie met duizenden nullen
achter de komma van een seconde.

Zelfs de arme eendagsvlinder
is stukken beter af dan wij.

Na zo’n kleine honderd jaar (in mensenjaren)
is ons leven op. Op is op, nietwaar?
In een flits van een gebroken zonnestraal.

Voor ‘Den Dood’ hoeft niemand meer te vrezen.
Onze ‘Vriend Den Dood’ is de grote bevrijder
van onze aardse, soms helse, kommer en kwel.

Het is ‘Mister en Missis Ouderdom’
die wij moeten vrezen.
Zo geniepig, zo snel,
met al hun gebreken en pijnen.
Geen ontsnappen aan. Voor rijk noch arm.

Hoe ouder en ouder, hoe stokouder,
hoe groter onze angsten.
Om tenslotte als verscheurd perkamentpapier
te verschrompelen
onder die schijnbare meedogenloze,
harteloze koperen ploert.

De mens komt op, op en op.
En duikt weer onder.
Een mensenleven lang.

Zie onze bevrijder.
Leve onze grote vriend ‘Den Dood’.


Jim Postma


  • Nieuw

  • Reacties