De Dikke Sigaar

7001-de-dikke-sigaar

Wieger Dam (1945 – 2018)

Wieger Dam was wat je noemt een selfmade journalist. Niet dat hij niet een goed voorbeeld had: zijn moeder was Kitty Dam (1918-2008), in het Rotterdam-Zuid van de jaren ’60 en ’70 overbekend als “mevrouw Dam van huis-aan-huisblad Het Zuiden.”

Zelf startte Wieger – geboren op 6 februari 1945 - zijn maatschappelijke loopbaan als douaneman. Maar al snel kroop het bloed waar het niet gaan kon, en maakte ook hij, net als zijn moeder, “stukjes” voor diverse huis- aan huiskranten.


Dat concentreerde zich uiteindelijk op “De Combinatie”, het belangrijkste huis- aan-huisblad van Ridderkerk, de gemeente waar hij woonde. Hij werd daar gaandeweg verantwoordelijk voor de hele journalistieke inhoud, en mocht daarbij graag ook zijn vrouw, zijn moeder, en zijn zes jaar jongere broer Henk (eveneens in de journalistiek werkzaam) inschakelen.

Het lag voor Wieger voor de hand om zijn journalistieke werk uit te breiden met allerhande p.r.-werkzaamheden. Hij was de vaste p.r.-man voor een aantal bedrijven in en om Ridderkerk, en werd in die gemeente al helemaal bekend toen hij de jaarlijkse Pinkstermarkt ging organiseren.

Die markt stond steeds in het teken van één land, en zo kwam Wieger in aanraking met de organisatie van persreizen. Daar besteedde hij later in zijn loopbaan veel tijd aan; tal van collega’s zijn met hem mee geweest met reizen naar onder andere Griekenland en Duitsland. Hij was er bij uitstek geschikt voor: prater van nature, gezellig, handig, altijd in voor een drankje en een ferme sigaar. Het was niet meer dan logisch, dat hij jarenlang een van de vaste bezoekers was van het vaak oergezellige journalistencafé De Schouw in de Witte de Withstraat.

Helaas ging het, naarmate hij ouder werd, met zijn gezondheid niet goed. Toen hij 59 jaar oud was, werd hij getroffen door een fors herseninfarct, wat er onder meer voor zorgde, dat hij niet meer zo mobiel was. Vorig jaar kwam de Jobstijding dat hij aan al uitgezaaide nierkanker leed. Levenslustig als hij was nam hij zijn toevlucht tot alle medicijnen en geneeswijzen die volgens de artsen op z’n minst tot verlenging van zijn dagen op aarde zouden kunnen leiden.

Het mocht niet baten. Op 14 januari had hij nog al zijn familie (onder wie zijn vrouw Luciënne, zijn 5 kinderen en 10 kleinkinderen) om zich heen voor de traditionele zalmsalade waarmee hij het nieuwe jaar placht in te luiden. Het ging toen al zichtbaar slecht met hem. Ruim een week later, in de vroege ochtend van maandag 22 januari, overleed hij, iets meer dan twee weken voor zijn 73e verjaardag. Op zaterdag 27 januari werd hij bijgezet in het familiegraf op de Zuiderbegraafplaats waar ook zijn beide ouders rusten.

Henk Dam, broer van Wieger Dam.

Bron foto's: Prive-collectie Henk Dam.

-.-

Oud-directeur en voormalig adjunct-hoofdredacteur van Het Vrije Volk Geert-Jan Laan, later ook nog hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden herinnert zich Wieger Dam nog heel goed. Hij schrift daarover: ‘De onlangs overleden voormalig journalist Wieger Dam was een markante opgeruimde man met wie het in gezelschap altijd goed toeven was.

Wieger wierf voor de Duitse Eiffel Nederlandse toeristen en was ook bij zijn Duitse opdrachtgevers bijzonder populair.

Ook op de jaarlijkse reisbureaus was hij nadrukkelijk aanwezig. Daarbij was hij altijd gul en gastvrij. In die periode deed ik ook wel pr-werk. Op een bijeenkomst van boze ouderen uit het hele land werd de PvdA-politicus Hedy D’Ancona ronduit uitgefloten. En Erica Terpstra (VVD) juist toegejuicht. Wieger zei toen al dat de PvdA niet een vanzelfsprekend langlopend succesnummer was. Hij heeft daarin meer dan gelijk gekregen.

Tijdens een van onze reizen op een door Moezelwijn besproeide bijeenkomst met Nederlandse toeristen nam een van de Duitse gezagdragers het woord. Hij zei toen: ‘Wir haben in Holland Rotterdam, Amsterdam, Veendam und Zaandam. Aber wir glauben nur in Wieger Dam’, aldus Geert-Jan Laan.

#####

Voormalig journalist Hans Roodenburg, ooit economisch redacteur bij het voormalige Het Vrije Volk schrijft over zijn overleden collega: ‘Was hem al lange tijd uit het oog verloren. Ik weet wel dat Wieger Dam na zijn journalistieke periode voor De Combinatie in Ridderkerk (waarmee ik als geboren en getogen Rijsoordenaar te maken had), nog bij het Algemeen Dagblad had gewerkt. Althans een oud-collega van mij van nota bene Dagblad Scheepvaart had onder hem als chef gefunctioneerd. Van hem ook kreeg ik te horen dat Wieger al vele maanden zwaar ziek was.

Hij is ook nog uitgever en eindredacteur geweest van de destijds populaire horeca-uitgaanskrant ‘De Strop’. Die krant was op te halen in de Rotterdamse kroegen. Het was een van de eerste tabloidbladen in Nederland. Hij werkte destijds samen met redacteur Ton Brehm (inmiddels ook overleden), een van beste stagiaires die ik bij HVV ooit heb meegemaakt. Hij werd later eindredacteur van Punt Uit. Wieger Dam en Ton Brehm waren met name in journalistencafé de Schouw in de Witte de Withstraat zeker een paar apart. De ene keer waren zij samen in ‘hogere alcoholsferen’ met elkaar aan het dansen. Een dag daarna rolden zij samen al vechtend over de straat, zoals het goede vrienden betaamt’, aldus Hans Roodenburg.

####

‘In die tijd’, vervolgt Jim Postma, ‘werd er zeker in en buiten de Schouw wel meer door dronken journalisten over de straat gerold. Wieger Dam stond daar altijd aan het begin van de toog, half achter de tap met een dikke sigaar en een goed glas whisky. De ene keer kon hij daarin ‘poeslief’ zijn, de volgende keer bekvechtend met iedereen die hem maar een voet dwars zette. Zoals ik dus.

Alleen bleef, denk ik gelukkig voor hem, onze ruzie verbaal. Hij was veel te zwaar, rookte de ene en dus sigaar na de andere en samen met zijn hoeveelheden whisky rochelde hij regelmatig uit ademnood. Met mijn voormalige vechtsportervaringen was hij beslist dus geen partij voor mij. En dus (zoals je bij vechtsporten al vroeg leert) ging ik elk dreigend gevecht met hem bewust uit de weg. Maar Wieger, bijgenaamd in de Schouw als ‘de Dikke Sigaar’, kon naast zijn charme best ook wel rancuneus zijn.

Toen ik in 1990 na de fusie met het Rotterdams Nieuwsblad mijn krant Het Vrije Volk verliet ging ik uit op een nieuw avontuur samen met de in die tijd legendarische Rotterdamse ‘onderwereldbaas’ Henk Smol. Die had ik van haver tot gort leren kennen als onderzoekjournalist bij HVV.

Smol en ik begonnen toen in de Witte de Withstraat kunstenaarscafé en later restaurant ‘Zatkini’. Meteen daarna plaatste Wieger in zijn blad ‘De Strop’ een lugubere foto op de voorpagina van Henk Smol en mijzelf. Zelfs de toenmalige Amsterdamse zware ‘onderwereldcriminelen’ zoals de Holleeders en consorten) kregen bij het aanzien van die thans legendarische plaat ‘kippenvel’.

Wieger Dam bed(r)ankt!

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties