Hey, wel eens last van depressie

6940-hey-wel-eens-last-van-depressie

‘Hey! Het is oké’ campagne maakt depressie bespreekbaar in West-Nederland. Scholieren van het Haagse Segbroek College en staatssecretaris Paul Blokhuis geven startsein campagne

Met deze nieuwe campagne wil het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) depressie bespreekbaar maken. Dat is belangrijk, want in Nederland hebben ruim 800.000 mensen een depressie. Het ministerie heeft onlangs een peiling laten doen onder risicogroepen. Daaruit blijkt dat jongeren (13-18 jaar) en jonge vrouwen (18-35 jaar) met een depressie of depressieve gevoelens wel over hun situatie willen praten. Zelf het gesprek beginnen vinden zowel jongeren (65,8%) als jonge vrouwen (64,9%) in West-Nederland lastig. Tegelijkertijd vermijden vrienden en familie het onderwerp vaak omdat ze bang zijn de ander te kwetsen.


Om deze vicieuze cirkel te doorbreken start het ministerie van VWS vandaag de campagne ‘Hey! Het is oké, maak depressie bespreekbaar’. Op het Segbroek College in Den Haag hesen vijftig leerlingen met staatssecretaris Paul Blokhuis de Hey-vlag. Met deze symbolische handeling laten zij zien dat depressie een serieus probleem is, dat we kunnen aanpakken door er met elkaar over te praten.

“Een depressie kan ons allemaal overkomen,” zegt staatssecretaris Blokhuis. “Bijvoorbeeld na het verlies van een dierbare, of denk aan een burn-out. Met hulp van familie of vrienden kun je daar misschien wel weer uitkomen. Maar vooral jongeren en jonge vrouwen hebben het gevoel er niet over te kunnen praten. Dat is ontzettend verdrietig. Want door erover te praten, kun je voorkomen dat klachten uitgroeien tot een allesoverheersend probleem. Dat kan beginnen met een simpel ‘hey’. Door het bespreekbaar te maken, hebben mensen die depressief zijn niet langer het gevoel er alleen voor te staan. Dat is heel waardevol, want iedereen moet kunnen meedoen.”

Ruim driekwart van de omstanders zegt depressieve signalen niet altijd aan te kaarten
Uit de peiling blijkt dat meer dan de helft van de jongeren en jonge vrouwen het prettig vindt als iemand uit hun omgeving het gesprek begint over hun situatie. Het liefst in een fysiek één-op-één gesprek (79%). ‘Hey’ is voor omstanders letterlijk het begin van een gesprek. Want ook omstanders vinden het lastig om het gesprek te starten. Bijna de helft (45,6%) wacht liever af tot iemand er zelf over begint. Het risico is dat degene met depressieve signalen daardoor in een isolement blijft en klachten kunnen verergeren. Slechts 24,4% van de respondenten zegt vermoedens van depressie altijd aan te kaarten bij de betreffende persoon. En dat terwijl bijna iedereen (98,6%) zegt een of meerdere signalen van depressie te herkennen. Men gaat het onderwerp vaak uit de weg om de persoon niet willen kwetsen. Ook twijfelen veel omstanders of ze kunnen helpen en willen ze geen bemoeial zijn.

Over de campagne
Met de campagne ‘Hey! Het is oké, maak depressie bespreekbaar’ en Heyhelpt.nl wil het ministerie van VWS het gesprek over depressie op gang brengen. De campagne besteedt extra aandacht aan jongeren en jonge vrouwen. Maar ook voor andere mensen met een depressie of psychische aandoening is het belangrijk om hierover te praten. De komende periode vinden er onder de Hey-vlag verschillende activiteiten plaats om mensen te stimuleren met elkaar in gesprek te gaan. Zo is op woensdag 7 februari 2018 Moodcamp in Beesd. Op Moodcamp vind je onder andere de Moodcamp Obstacle Run (2 km lang met zo’n 10 hindernissen). Elke hindernis staat symbool voor een symptoom dat je kunt ervaren als je een depressie hebt.

Over de peiling
De peiling is van 22 tot en met 27 november 2017 uitgevoerd door PanelWizard in opdracht van de het ministerie van VWS. Aan de peiling namen 1.513 respondenten deel waarvan 152 jongeren van 13 tot en met 18 jaar en 277 jonge vrouwen van 18 tot en met 35 jaar met (signalen van) depressie. Daarnaast namen er 1.084 respondenten vanaf 16 jaar deel die iemand kennen met (signalen van) depressie.

Bron: Esther van der Linde namens het ministerie van VWS

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Van een hele klas keerden vier leerlingen terug

(Door Hans Roodenburg)

De Stichting Loods24 en Joods Kindermonument kunnen nog wel even doorgaan met het plaatsen in Rotterdam van zogenoemde Stolpersteine. Dat gebeurt op verzoek. In de Tweede Wereldoorlog zijn er ruim 100.000 Joden in Nederland door de nazi’s vermoord. Vandaag en morgen worden er weer 35 Stolpersteinen geplaatst in Rotterdam.

Na Amsterdam en Den Haag was Rotterdam met circa 13.000 Joodse inwoners de derde stad met de meeste Joodse inwoners aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Van hen zijn er bijna 10.500 Rotterdammers vermoord in de nazikampen. Het merendeel woonde in het oude gebombardeerde centrum.

Vanaf het uitbreken van de oorlog werd de Joodse gemeenschap geconfronteerd met allerlei maatregelen. Volgens de site van de Stichting Loods24 moet men denken aan Joodse kinderen die naar eigen scholen moesten, het dragen van de Davidsster en borden met opschriften als ‘Joden niet gewenscht’ of ‘Voor Joden verboden’, die de Joodse inwoners van de stad steeds verder uitsloten.

De in totaal 35 Stolpersteine worden in deze dagen geplaatst in het trottoir voor huizen waar ooit Joodse Rotterdammers hebben gewoond. Het was hun laatste officiële woonadres. Iedere plaatsing is bijzonder want het gaat over mensen die ergens in Rotterdam hebben geleefd.

Inmiddels liggen er in Rotterdam meer dan 300 Stolpersteine. De kosten ervan zijn bijeengebracht vaak door kleine donaties van bezoekers aan het Museum 40 – 45 NU aan de Coolhaven.

Op de site http://www.yadvashem.org/ zijn namen van Rotterdammers terug te vinden.

Bijschrift foto: Van deze klas keerden vier leerlingen terug........


  • Nieuw

  • Reacties