Groot onderhoud bij Wereldmuseum

6887-groot-onderhoud-bij-wereldmuseum

De optimalisering en vernieuwing van het groot onderhoud door de gemeente Rotterdam is onderdeel van de samenwerking tussen het Wereldmuseum en het Nationale Museum van Wereldculturen. De gemeente heeft 6,3 miljoen euro vrijgemaakt om achterstallig onderhoud terug te brengen naar een volwaardig museum waarbij tevens meer ruimte vrijkomt voor de vaste Rotterdamse collectie, wisseltentoonstellingen en een nieuw ontwikkeld kindermuseum.

Onder de noodzakelijke werkzaamheden worden onder andere klimaatinstallaties, beveiligingsinstallaties en gevelonderhoud gerekend. Het museum is hierdoor gedeeltelijk ontoegankelijk.


Volgend jaar blijft het museum wel open en aanwezig door zowel in de beschikbare ruimtes binnen de museummuren te programmeren als daarbuiten zichtbaar te zijn.

Foto en bovenste uitsnede Aad Hoogendoorn

Jan Tak :
In dit vroegere paleisje van "Hendrik de Zeevaarder" zat in onze jeugd het "Museum voor Land en Volkernkunde" als jonge knaap ben ik hier veel geweest. Voor 5 cent leerde je over Indianen in Nrd. Amerika, negers in Afrika en Papoea's in Nw. Guinea Ik heb er gamelang gespeeld en maskers gekleurd, kortom het maakte mij nieuwsgierig naar de wereldvolkeren en voelde mij met hen verbonden.

Toen ik later dacht mijn kleinzoon ook iets over "de Wereld" te leren bleek van dat prachtige museum niets over het was een "Wereldmuseum" (wat dit ook moge betekenen) en ging nu over de zielige gastarbeider in R.dam. Je kwam er niet meer om te leren maar om beleerd te worden. Na een jaar kwam er niemand meer, benieuw wat ze nu gaan vertellen?
I.i.g. nooit meer de harde waarheid wat ik je brom.

vrijdag 08 dec 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties