Rechtbank Rotterdam geeft Museum Boijmans Van Beuningen gelijk in Koenigs-claim

6684-rechtbank-rotterdam-geeft-museum-boijmans-van-beuningen-gelijk-in-koenigs-claim

Museum Boijmans Van Beuningen heeft met tevredenheid kennis genomen van de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam vandaag in een zaak waarin zes erven van de in 1941 overleden verzamelaar Franz Koenigs het museum op 11 oktober vorig jaar hebben gedagvaard. De rechtbank wees in haar vonnis hun claim dat zij eigenaar zouden zijn (gebleven) van drie tekeningenalbums, acht betekende incunabelen en elf losse tekeningen af. (Foto-uitsnede: Rinus Vuik)


De eisers stelden dat de betwiste kunstwerken behoren tot een afzonderlijke bruikleen uit 1935. Zij stelden dat er nog altijd een bruikleenovereenkomst van kracht is en vorderden in de zaak een verklaring voor recht. De rechtbank heeft hen daarin ongelijk gegeven.

Boijmans-directeur Sjarel Ex hoopt dat de afwijzing van de eis van een beperkte groep nazaten/erven onder leiding van Christine Koenigs het slot inluidt van een lange reeks inmiddels afgewezen eigendomsclaims op de tekeningencollectie Koenigs. Die loopt al vanaf 1997. ‘We vinden het echt tijd geworden dat dit tijdrovende en belastende proces tot een beheerst einde komt.’

Over Museum Boijmans Van Beuningen
Museum Boijmans Van Beuningen is een veelzijdig en eigenzinnig museum dat al bijna 170 jaar in het hart van de havenstad Rotterdam is gevestigd. Een bezoek aan het museum is een reis door de geschiedenis van de kunst. Nederlandse en internationale topstukken geven een overzicht van de vroege middeleeuwen tot de 21ste eeuw. Van Bosch, Rembrandt en Van Gogh tot Dalí en Dutch Design. Het museum toont het ontstaan van het impressionisme en modernisme via kunstwerken van o.a. Monet, Mondriaan en Magritte en beschikt over een bijzondere popartcollectie met werken van o.a. Warhol en Lichtenstein. Het museum is dé plek voor vormgeving en design. Van middeleeuwse kannen en glas uit de Gouden Eeuw tot meubels van Rietveld en hedendaags Dutch Design.

Download achtergrondinformatie


Foto Rinus Vuik

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties