NIEUWS

Trots van de wereldzeeën én de haven

De Rotterdamse haven mag dan wel niet meer de grootste (in goederenoverslag) ter wereld zijn, in maritieme eisenaan veiligheid en milieu is zij samen metAmerikaanse havens nogkoploper.In Rotterdam zijn er vele bedrijven en organisaties die zich hiermee bezig houden.

Lees verder

Tijd-Stip week 35

Van maandag 29-08 tot en met zondag 04-09 Week 35, 2001 30-08: Diergaarde Blijdorp maakt bekend dat het fok[...]

Tijd-Stip week 34

Van maandag 22 augustus tot en met zondag 28 augustus Week 34, 2001 24-08: Bij het bedrijf Afvalverwerking Ri[...]

Eerste paal inrichting Veilingwegcomplex

In aanwezigheid van tientallen genodigden heeft Burgemeester Aboutaleb, korpsbeheerder van de Politie Rotterdam-Rijnmo[...]

25e Dag van de Romantische muziek

Stichting Buitengoed kijkt terug op een zeer geslaagde 25e Dag van de Romantische muziek in het sfeervolle Het Park ond[...]

Tijd-Stip week 33

Maandag 15 augustus tot en met zondag 21 augustus Week 33, 2001 18-08: In de omgeving van de Vijverlaan (Kral[...]

De sociale rechtshulp is in het geding

(Door Saskia Wigbold) ,,De sociale rechtshulp wordt door de bezuinigingen de nek omgedraaid,” vertelt Ton Rhijnsb[...]

Tijd-Stip week 32

Van maandag 8 augustus tot en met zondag 14 augustus Week 32, 2001 12-08: De 15e Dag voor de Romantische Muzie[...]

Gedoog-graffiti bij metroremise Rhoon?

Tussen metrostation Slinge en -Rhoon, op de noord-zuid lijn van Rotterdam (de huidige D-lijn), kan de RET-reiziger al [...]

Onthullingen en een blooper in een boek

(Door Hans Roodenburg) Verslaggever Theo Jongedijk (60) van De Telegraaf in Rotterdam heeft het persoonlijke boek [...]

Naamloos beeld voor ‘naamloze doden’

(Door Jim Postma) ROTTERDAM – Op de Zuiderbegraafplaats is afgelopen week een monument onthuld ter ere van de zog[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties