Uitgever Cees van Maurik (82) na lang ziekbed overleden

6464-uitgever-cees-van-maurik-82-na-lang-ziekbed-overleden

(Door Jim Postma)

Na een lang ziekbed is bekend Rotterdams uitgever Cees van Maurik (82) toch nog, voor velen, onverwachts overleden (zie rouwkaart).

Hij kampte reeds maandenlang met een steeds groter wordende dementie. En moest daarom noodgedwongen worden opgenomen in een verzorgingstehuis. Zijn trouwe levensgezellin Anja bezocht hem daar dagelijks.


Volgens ingewijden herkende Cees van Maurik op het laatst haast niemand meer. Van Maurik was in de Rotterdamse kunst- en uitgaanswereld jarenlang een van de meest geziene gasten. Flamboyant, kleurrijk en altijd vol humor.

Afgelopen maandag is hij in Crooswijk gecremeerd.

Voor meer achtergrondinformatie over Cees van Maurik zie google: Cees van Maurik. Daar staat ook nog een interview van Cees van Maurik met de onlangs overleden bekende Rotterdamse kunstenaar Daan van Golden.


Ilse van Maurik :
Vandaag kwam ik terecht op dit stuk over mijn vader. Graag wilde ik aangeven dat mijn vader uiteindelijk is overleden aan de combinatie van blaaskanker welke zijn lichaam kapot gemaakt heeft met Alzheimer Op het laatst herkende hij zeker nog zijn kinderen en vrouw wat wij bemerkte. Helaas door de slechte zorg, welke wij de laatste dagen van zeer dichtbij hebben meegemaakt ,heeft mijn vader niet het comfort gekregen wat beloofd was. Dit heeft een vervolg doordat ik een klacht heb ingediend welke gehoord wordt zeer binnenkort. Dit wilde ik even kwijt.

donderdag 13 apr 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties