NIEUWS

Tijd-Stip week 42

Van maandag 17 oktober tot en met zondag 23 oktober

Lees verder

Vier genomineerden Persprijs Rotterdam

Rotterdam – De jury van de Persprijs Rotterdam heeft de makers van 4 journalistieke producties genomineerd voor deze [...]

Tijd-Stip week 41

Maandag 10-10 tot en met zondag 16-10 Tien jaar geleden 2001 10-10: Feyenoord speelt in de Champions League[...]

Tijd-Stip week 40

Van maandag 3-10 tot en met zondag 9-10 Week 40, 2001 04-10: De sportvereniging V.O.C. krijgt een krediet va[...]

Tijd-Stip week39

Van maandag 26 september tot en met zondag 2 oktober Week 39, 2001 26-09: Staatssecretaris Wouter Bos van Fi[...]

Tijd-Stip week38

Van maandag 19 september tot en met zondag 25 september Week 38, 2001 19-09: Hevige regenval zorgt voor veel[...]

Tijd-Stip week 37

Maandag 12 september tot en met zondag 18 november Week 37, 2001 14-09: Veel Rotterdammers nemen deel aan de[...]

Deuren openbreken van wanbetalers

Schuldenaren van de Gemeentebelastingen Rotterdam, die niet op tijd hebben betaald, worden keihard aangepakt. Het ga[...]

Havendagen warm, druk en kleurrijk

(Door een onzer medewerkers) ‘De haven smaakt naar meer’. Dat was het thema van editie 34 van de Wereldhavendage[...]

Tijd-Stip week 36

Van maandag 5 september tot en met zondag 10 september Week 36, 2001 05-09: In het bijzijn van een aantal buit[...]

Trots van de wereldzeeën én de haven

De Rotterdamse haven mag dan wel niet meer de grootste (in goederenoverslag) ter wereld zijn, in maritieme eisen aan [...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties