Oud-voorzitter NVJ Max de Bok overleden

6173-oud-voorzitter-nvj-max-de-bok-overleden

Oud-voorzitter NVJ Max de Bok overleden Een bewogen man. Max de Bok was al meer dan twintig jaar gestopt met zijn werk, maar nooit opgehouden journalist te zijn. Het vak was zijn wezen. ‘Ik ben nieuwsgierig’, was alles wat hij ter verklaring daarvoor had aan te voeren.


Politiek journalist, gedurende tientallen jaren een vaste bewoner van het Binnenhof en omstreken. En tevens tien jaar lang (1969-1975 en 1982-1986) een gedreven bestuurder van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Hij was vijf jaar, in twee termijnen, voorzitter van de NVJ. Voorvechter van journalistenbelangen, van journalistieke onafhankelijkheid en van persvrijheid, een van de grondleggers van het redactiestatuut.

Max de Bok wilde eigenlijk kunstredacteur worden toen hij zich in 1955 als jonge twintiger bij hoofdredacteur Louis Frequin van De Gelderlander in Nijmegen meldde. Hij hield van de Nederlandse taal en de dichtkunst. Weinigen zullen weten dat hij, samen met drie collega’s, in de jaren vijftig onder de titel De Quartslamp een dichtbundel publiceerde die in de letterkundige wereld enige opschudding veroorzaakte. Aan het einde van een avonddienst schudden de vier ieder een paar modernistische verzen uit de mouw. Meer dan een kwartier mocht het dichten niet duren, en tikfouten moesten blijven staan. Ik zwel een klokketoren uit/ Bim Bam, dichtte Max. Ze stuurden de bundel keurig gedrukt naar alle kunstredacties. De hilariteit was groot toen het werk hier en daar ernstig besproken werd, zij het niet altijd vleiend.

Geen literaire loopbaan voor Max de Bok, dus. De carrousel die Frequin nu en dan aanzwengelde om jonge mensen alle hoeken van de krant en het vak te leren kennen, bracht de jonge Max in Doetinchem. Hij maakte kennis met de lokale politiek en landde even later (1958) in Den Haag. ‘Een verzuilde wereld waar iedereen genoot van zijn eigen gelijk’, zei Max over die eerste jaren. De Gelderlander had louter katholieke lezers, Louis Frequin was de staatkundige eenheid van de katholieken toegedaan en zijn Haagse redactie liet haar oren vanzelfsprekend hangen naar de KVP van Romme.

Max sprak later met wijze gelatenheid over dit vernauwde bewustzijn. ‘Ik ben pas in de jaren zestig zelf gaan nadenken.’ Hij had toen al drie jaar als correspondent van de Persunie in Brussel gewerkt, maar was weer teruggehaald om parlementair redacteur te worden, het visitekaartje van De Gelderlander, zoals Frequin zei.

Het waren de jaren van Joop den Uyl, voor wie Max grote bewondering had. Hij beleefde zijn persoonlijke doorbraak naar links, vanuit het katholieke nest in Breda waarin hij opgroeide. Max had een groot gevoel voor sociale rechtvaardigheid, dat zijn politieke én journalistieke houding bepaalde en hem ook motiveerde tot tomeloze inzet voor de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Met zijn politieke ervaring en zijn kalme karakter hielp Max de vereniging door de ene crisis na de andere te laveren. Het waren bewogen tijden voor de bond. Grote beroering over de aansluiting bij de grote vakbondsfederatie FNV, over de macht op de redacties, over de omstreden vicevoorzitter Wim Klinkenberg. Hoofdredacteuren braken in die tijd en masse met de vakbond, er kwam een (doodgeboren) afsplitsing.

Max de Bok hoorde tot de geestelijke vaders van het redactiestatuut dat na jaren van geploeter en geboortepijn in 1976 tot stand kwam. Die enorme verdienste voor de journalistiek leverde hem in zijn eigen loopbaan een domper op. Hoewel een groot deel van zijn collega’s in Nijmegen hem graag zag als opvolger van Louis Frequin, werd hij in 1977 gepasseerd voor de functie van hoofdredacteur. Bij de Raad van Commissarissen viel hij met zijn vakbondsijver en zijn linkse profiel niet in het potje. Later kon hij daar wel relativerend op terugkijken. Hij beleefde topjaren in Den Haag, waar hij zich als een vis in het water voelde. Bekroning van zijn journalistieke vakmanschap was de Anne Vondelingprijs in 1984.

Met het komen en gaan van Kamerleden en bewindslieden was Max de Bok in Nieuwspoort – waarvan hij ook voorzitter was – na verloop van jaren een vaste waarde en een vraagbaak voor journalisten én politici. Dat bleef zo nadat hij in 1995 stopte met zijn werk voor De Gelderlander. In diezelfde rol bleef hij, op de achtergrond, aanwezig in de NVJ. Het erelid De Bok diende nu en dan discreet van advies en kwam als het nodig was, maar alleen dan, naar de microfoon tijdens de ledenvergadering om met een enkel woord de weg te wijzen uit de verwarring.

Max was naast dit alles en bovenal een warme en trouwe vriend van velen. Ze konden op hem rekenen en zo nodig rekende hij ook op hen. In die vriendenkring ontmoette hij tenslotte ook zijn grote liefde Anne-Marie. Het voelde voor allen daar als een bekroning. We zullen zijn vriendschap, zijn enorme ervaring, zijn kalme wijsheid en zijn bewogenheid missen.

Louis van de Geijn

(1e) Foto: Henk Schaaf

(Bron NVJ/Villa Media)

Smithb357 :
very nice submit, i definitely love this website, keep on it cgdddcebadeagbbg

zondag 21 aug 2016

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Joost Swarte in de Kunsthal & Meijer Wery op de Oude Binnenweg


Fotograaf Wim de Boek stuurde ons ter gelegenheid van de expositie van tekenaar Joost Swarte in de Kunsthal - zie elders in deze krant - een foto toe van de muurschildering van jazzsaxofonist Meijer Wery, die aan de Oude Binnenweg hangt. De muurschildering werd onthuld in 2017 en is gemaakt door Joost Swarte. Sinds 2013 verschijnen op en rond de Oude Binnenweg regelmatig portretten van overleden Rotterdamse jazzmuzikanten. Samen vormen ze een ‘jazzy’ route over de meest Rotterdamse straat van Rotterdam.

In de jaren dertig was Meijer Wery was saxofoondocent aan de Muziekscholen Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst (directeur Willem Feltzer). Het muzieklyceum van Willem Feltzer startte in april 1929 als eerste in Nederland een jazzopleiding met o.m. Meijer Wery en trompettist Eddy Meenk als jazzdocenten.

In het begin van de jaren dertig maakte Meijer Wery deel uit van The Famous Band van de slagwerker en accordeonist Philip Willebrandts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Meijer Wery basklarinet in het Joods Symfonieorkest en wist hij te ontsnappen uit de Hollandsche Schouwburg waar de joden werden bijeengebracht om op transport gesteld te worden naar de vernietigingskampen. Nadat het hem gelukt was zich als ‘half jood’ te laten registreren, kon hij gaan werken bij het Goois Symfonieorkest. Meijer Wery overleed 14 oktober 1978 op 86-jarige leeftijd in Rotterdam.

Zie ook: http://www.r-jam.nl/portfolio/meijer-wery-door-joost-swarte/ en www.kunsthal.nl

Foto van de muurschildering is van Wim de Boek.

(van de redactie)

  • Nieuw

  • Reacties