Snuffelen in oude Borduurfabriek

6163-snuffelen-in-oude-borduurfabriek (Door Zettie Leeuwenburgh, foto: Rinus Vuik)

Jarenlang hebben twee grote fabriekshallen leeg gestaan, verstopt binnen een besloten huizenblok tussen de IJsclubstraat en de Jericholaan in Rotterdam-Kralingen. Niemand van de gevraagde bewoners in de buurt weet er ook maar iets vanaf. Lelijk en daarom vergeten, zijn ze zeker niet. De fraai houten voordeur is te vinden op nr. 13 in de IJsclubstraat. Slechts op twee dagen in de week - vrijdag en zaterdag - staat deze voordeur open. Toevallige ´langslopers´ gluren soms naar binnen. De enkele dappere doorzetter, die de ingebouwde alarmbellen negeert, valt van de ene verbazing in de andere. Sinds een half jaar zijn de leegstaande fabriekshallen veranderd in een fantastisch mooie ´Snuffel-wil-ik-hebben-Winkel´.


Fleur ten Hoopen (40) schiet in een onbedaarlijke lach en vertelt: ,,Zo heb ik het nooit bekeken. Ik ben een verzamelaar, die van mooi linnen, gemaakt van vlas, houdt. Het is een sterke stof, ook als het nat is. Daar kan katoen, dat vanuit Amerika op de markt kwam niet tegenop. Van mijn hobby maakte ik een bescheiden ´pop-up-winkeltje´ aan de Ramlehweg. Alles dat ik verzamelde of kocht op rommelmarkten tijdens vakanties in het buitenland ging naar het winkeltje. Een mens kan ook te veel willen hebben en eens komt het moment dat je ruimte moet maken. Eenmaal in de maand bouwde ik het winkeltje op donderdagavond op en als het op vrijdagavond openging, stonden er soms al achttien of meer mensen te wachten.’’
Fleur ten Hoopen studeerde wiskunde en kwam in het onderwijs terecht waar zij afdelingsleider Havo en Vwo werd. Een leuke baan, maar voor Fleur niet uitdagend genoeg. Deze energieke en stoere jonge vrouw zocht naar iets nieuws. Zelfs het ´pop-up-winkeltje´ boeide haar niet genoeg.

een overzicht van Fleurs winkel in de Borduurfabriek Foto Rinus Vuik

Wel stokte haar adem even bij het horen over de leegstaande fabriekshallen, waarin rond 1905 een borduurfabriek was gevestigd. De combinatie tussen mooi linnen en borduurwerk is gauw gelegd. Fleur ten Hoopen raakte opgewonden, toen een klein jaar geleden bleek, dat die fabriekshallen al jarenlang leeg stonden. Endenburgs Elektrotechniek was de laatste huurder.
,,Nu of nooit,’’ dacht zij en ging op zoek naar de eigenaar, die haar vervolgens aarzelend vroeg of de kluis mocht blijven staan. Dat is nu de eerste kast, die men in de nieuwe winkel ´Fleurs Depot´ in de IJsclubstraat tegenkomt. Mooi van lelijkheid, met kogels zo dik als een forse, ouderwetse stuiter waar de jeugd nauwelijks meer mee knikkert. In de kluis, waarin waarschijnlijk ooit stapels met geld lagen opgestapeld, liggen nu keurig opgevouwen mooi geborduurde tafellopers, -kleden en theedoeken van linnen. Daartegenover staan gedekte tafels vol met kristallen glazen en ander klein tafelantiek.

,,Een goed half jaar heb ik gemiddeld zo´n 70 uur per week gewerkt aan de inrichting van de fabriekshallen,’’ vertelt Fleur ten Hoopen enthousiast. ,,Schoonmaken, witten, verven, poetsen en boenen. Het was zwaar, maar beslist de moeite waard. Sinds een klein half jaar is de winkel, waarnaar ik zo verlangde, klaar.’’ Zonder overdreven ´toeters en bellen´ was Kralingen een ongekend interessante winkel rijker.

Nog even volgde er een tegenslag, het vreselijke noodweer van een paar weken geleden. De blank staande parkeervakken in de IJsclubstraat gaven al een aanwijzing: de riolering werkt niet optimaal en de zware regenval had ook Fleurs Depot voor een deel onder water gezet. Dat was schrikken natuurlijk, maar Fleur ten Hoopen en haar medewerkster Jantine Ouwerkerk lieten zich niet kisten. Met zijn tweeën gingen zij opnieuw aan het dweilen en schrobben. Financieel was het wel een forse tegenslag van een paar ton aan waterschade.
Het pronkstuk in de fabriekshallen is zonder enige twijfel een oude foto - voor geen goud te koop - van het oorspronkelijke gebruik van de twee fabriekshallen.

Snuffelen in oude Borduurfabriek (Door Zettie Leeuwenburgh) De meisjes uit Rotterdam van de Borduurfabriek uit de tijd dat zij het huishoudinkomen nog moesten aanvullen. Foto Fleur ten Hoopen

De Borduurfabriek, die omstreeks 1910 op volle toeren draaide en duidelijk laat zien waarmee de vrouwen uit Kralingen het krappe gezinsbudget aanvulden. Met hand- en naaimachinewerk werd aan lange tafels mooi linnen geborduurd. Niet zomaar met wat borduurgaren, maar heel fraai met opengewerkte motieven en randen. Tafellinnen en theedoeken werden zo versierd, maar ook wel japonnen voor de rijken. Uit dezelfde tijd is alleen bekend, dat kleermakers het moeilijk kregen om aan het werk te blijven door de opkomst van de grote confectiemagazijnen. Zij namen thuiswerk aan om maar aan de slag te kunnen blijven. Dat bespaarde hen de bouwkosten van een atelier en investering in machines. Aardig wat textiel- en verfindustrie moet er aan de rand van Kralingen, in de buurt van de Kortekade, Kralingseweg en de ´s Gravenweg zijn geweest, zo vertelde Maarten Pietersen, voorzitter van de Winkeliersvereniging Oudedijk.

Het gezinsbudget kan zelfs met het aanvullende werk van de vrouwen in Kralingen nooit een vetpot zijn geworden. Een werkster verdiende in die tijd niet meer dan 10 cent. Uit publicaties van het gemeentearchief blijkt dat een naaister er bekaaid vanaf kwam. De Borduurfabriek, weggestopt in de tuinen van huizen in de IJsclubstraat kan een ´Eendracht maakt Macht´-initiatief zijn geweest. Wie het weet, mag het zeggen.

Eén ding is zeker: Fleur ten Hoopen heeft de spijker op de kop geslagen met haar ´Snuffel-wil-ik-hebben-Winkel´ in de oude Borduurfabriek. Haar verzamelwoede naar mooi oud linnen stuurt haar in augustus weer naar het buitenland op zoek naar aanvullingen. ,,In de voormalige DDR heb ik eens ´s morgens heel vroeg op een rommelmarkt een doos vol rollen oud linnen op de kop getikt,’’ vertelt zij. ,,Bij thuiskomst bleek er tot mijn verbazing oud papiergeld tussen het linnen verstopt te zitten, dat inmiddels waardeloos was geworden.
Bij alles wat ik tegenwoordig in het buitenland koop, wil ik voortaan het naadje van de kous weten. De mooie verhalen die er bij oude spullen horen, wil ik kunnen doorvertellen aan de klanten. Engeland biedt eveneens een rijke schat aan informatie. Uit de wijde omgeving van Rotterdam weten mensen, die ik op de Jaarbeurs in Utrecht ontmoet, me gelukkig te vinden.
Heel emotioneel wordt daardoor bijvoorbeeld de aankoop van een mooie oude bedsprei, die van een overgrootmoeder is geweest. Er komen echter ook mensen met geweien, oude bakvormen, oude Franse kasten of spiegels, glazen flessen, stenen inmaakpotten voor bijvoorbeeld zuurkool of wit-blauwe schalen van email. Alles wat oud, onbeschadigd en mooi is, wil ik wel kopen,’’ lacht zij stralend en enthousiast met het oog op een maand ´inkoop-vakantie´.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties