‘Seks en sport; de nieuwe universiteit?

5479-seks-en-sport-de-nieuwe-universiteit (Door Ronald Glasbergen)
Arminius had donderdag 16 april een dubbele zogenaamde ‘Denkavond’. Dubbel omdat er in twee ruimten over verschillende onderwerpen gesproken werd.
Eéntje ging over: ‘Hoe radicaal mag de kunst zijn?’ De ander over ‘De universiteit van de toekomst’. Over die laatste denkbijeenkomst gaat het hier (de kunst gaat toch wel door, radicaal of niet).


Achter het spreekgestoelte namen louter doctoren plaats, gepromoveerde lieden dus. Soms leverde dat een goed betoog, soms briljant en soms werden er tenenkrommende stokpaardjes bereden. Zoals in een betoog dat vurig maar zonder betekenisvol argument de opstand der Amsterdamse studenten tegen het universiteitsbestuur en tegen de ‘Politie te paard’ aldaar besprak.
Alsof de universiteit als bolwerk en archief van denkwerk – en dus ook het Maagdenhuis - niet van de hele gemeenschap, van elke burger (als dat begrip burger u iets zegt) hoort te zijn.

Wat is een universiteit?
Een spreker op die avond, de Rotterdamse socioloog en hoogleraar aan de EUR Willem Schinkel, citeerde daarvoor iemand anders (de Amerikaan Clark Kerr). Dat citaat ging ongeveer zo: ‘De universiteit is niet meer dan een serie uiteenlopende gebouwen, personen en instituten die bij elkaar worden gehouden door een centrale verwarming’.
Een tweede citaat volgde: ‘Het is een instituut dat voor studenten een ruim aanbod aan seks biedt, voor de alumni sport en voor de rest van het personeel parkeergelegenheid’.
Dergelijke citaten bevorderen het luisteren.

 De Rotterdamse socioloog en hoogleraar aan de EUR Willem Schinkel somde in vier punten op wat belangrijk is aan een universiteit. Foto: ArminiusErnstig
Schinkel werd daarna ernstig en somde in vier punten op wat belangrijk was aan de universiteit.
1 Het uitvoeren van vrij onderzoek. Dus door onderzoekers en onderzoeksgroepen in vrijheid vrij gekozen onderzoek en niet alleen van bovenaf opgelegd onderzoek of onderzoek dat zich zo snel mogelijk terugverdiend.
2 Toegankelijk onderwijs, onderwijs voor studenten uit alle lagen van de natie.
3 Daarnaast zijn universiteiten, zijn academische gemeenschappen, kennisarchieven. Schinkel noemt dat nadrukkelijk ook een publieke taak van de universiteit. Het in stand houden en toegankelijk laten zijn van (wetenschappelijke) kennis.
4 Een vierde punt is een actieve variant van het voorgaande en noemde hij als: Het verzorgen van publieke kennis wat een vitaal onderdeel is van de publieke sfeer. Dat kan gaan over letterlijk alles, van psychologen of sociologen die hooligans duidden, van economen en econometristen die voor en tegens van bezuinigingen bediscussiëren tot geologen die het hebben over aardbevingen door gaswinning. De wetenschap creëert op die manier vaak zijn eigen publiek.

Bondig
Willem Schinkel vervolgt met een bondig antwoord op de vraag van de avond: Wat is de toekomst van de universiteit?
Schinkel in een variant op Shakespeare‘s Hamlet: ,,De toekomst van de universiteit is publiek of ze is niet.’’
Geen ivoren toren dus maar deel van de Res Publica. ,,Intussen,’’ zegt Van Schinkel, terwijl hij weer iemand anders citeert, ,,behoren universiteiten tot de meest conservatieve instituten die er zijn.’’
Schinkel zegt het op een toon die zegt: ‘eigenlijk is dat wel goed zo’. ,,Maar,’’ waarschuwt hij erachteraan: ,,we moeten wel op volle kracht blijven reflecteren en nadenken.’’
Dus: Wat is de universiteit van de toekomst behalve een publieke aangelegenheid, een plaats die zich vanzelf bemoeit met de rest van de samenleving en een plek waar de samenleving zich mee bemoeit als de kernwaarden ervan – zoals met een goed Germanisme de ‘Beelding’ - maar overeind blijven.

Aan het slot maakt een aanwezige econometrist zich nog kwaad over beroepsbestuurders in de universiteit. Dat zouden toch veel beter onderzoekers moeten zijn die de universiteit besturen.
Onzin vinden anderen, je kan niet alles tegelijk. Zo is het goed dat er mensen zijn die besturen en andere die onderzoeken.
Weg met de interne democratie als dat achttienjarige aan de macht brengt die na vier jaar weer flierefluitend vertrokken zijn.

Soms is behoudzucht goed. Zeker op een avond waarop verstand en waan, slimheid en domheid zo ongelijk verdeeld zijn.

Feico Houweling :
Niet zozeer Hamlet als wel de historicus Johan Huizinga: "Cultuur moet metaphysisch gericht zijn, of zij zal niet zijn". (In de schaduwen van morgen Een diagnose van het geestelijk lijden van onzen tijd, hoofdstuk IV).
En dan zou ik er zelf nog een vijfde punt aan toevoegen, namelijk dat een universiteit pas compleet is wanneer er ook volwaardige letterenstudies worden gegeven...

woensdag 06 mei 2015

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Wie komisch!

Arthur van Amerongen‏ @DonArturito

Frenske lacht om het eerste kantoorgrapje van zijn nieuwe baasje.

© Twitter

  • Nieuw

  • Reacties