Poetry, anekdote (2/3)

Roken? Hoezo slecht voor een mens?
Op 14 juni begint in Rotterdam het 42e Poetry International. Het festival dat al jaren een begrip is in de stad kenmerkt zich door de talloze legendarische optredens van nationale en internationale dichters.Optredens vol mooie, wonderlijke en rijke wereldpoezië. Maar het festival zelf is ook een bron van legendarische verhalen.


Om alvast in de stemming te komen hierbij een anekdote die Saskia Wigbold optekende uit de mond van Hans Vermeyden.


“Het gebeurde in die dagen dat er nog gerookt mocht worden in openbare gebouwen, zij het met hoofdschuddende dispensatie,” vertelt Hans Vermeyden.

Maar het betrof dan wel zo’n vijfentwintig dichters waarvan het gros last had van nervositeit vanwege de eer die hen te beurt was gevallen om door Poetry International te zijn uitgenodigd. “En dan niet kunnen roken?!” roept Hans uit. “Onbestaanbaar! Maar goed,” vervolgt hij. “Het festival is een dag of twee onderweg.In de ‘huiskamer’ oftewel de ‘dichtersfoyer’ is het even levendig als altijd aan de grote leestafel. Creatieven van uiteenlopende nationaliteiten discussiëren er naar hartenlust onder een steeds dikker wordend wolkendek.


‘’Opzij van hen zit een prachtige man. Een heer; een Spaanse ‘grande’, perfect in het pak met de blik op oneindig. Toen die status een dag of wat had geduurd, begon de bijnaam’ Willem de Zwijger’ post te vatten bij de mensen van de staf van Poetry. Bij toerbeurt gingen we er even bijzitten.’’

We maakten een praatje, vroegen hem hoe het met hem ging of wat hij nodig had. Wilde hij nog koffie, een wijntje of gewoon een borrel?” “Nee, nee, nee,“ was het antwoord. Hun Zuid-Amerikaanse gast was volmaakt tevreden, maar straalde niettemin, volgens Hans, suïcidale voornemens uit en beantwoordde hun vragen in perfect Engels met éénlettergrepige woorden.


“Nou dan maar aan zichzelf overlaten; dachten wij,“ vervolgt Hans. De vierde dag van het festival was hij stand-by chauffeur. Iemand vroeg hem of hij in Rotterdam een tabakszaak wist te vinden. “Tuurlijk”, was zijn antwoord. “Op de Meent of de Hoogstraat. Of ik met ‘Willem de Zwijger’ daar even heen wilde. In opperste rust en dodelijke stilte reden wij door Rotterdam naar het desbetreffende adres. Daar aangekomen vroeg onze dichter of er ook Davidoff sigaretten werden verkocht.“

“Jazeker,” was het antwoord waarop onze Chileen vijf sloffen bestelde en vervolgens vroeg hoe het gesteld was met het assortiment pijptabak. Nou daar hadden ze een kamer vol van. Ook daarvan werd een hoeveelheid ingekocht alsof het de volgende dag verboden zou worden,” vertelt Hans.


“In totaal werd door onze gast honderden euro’s afgerekend. En toen gebeurde het. Uit één van de twee tassen viste hij een slof Davidoff , scheurde hem open en stak een mooie handgemaakte peuk aan. “Na twee diepe halen keek de dichter mij aan en zei: “Well now at last can we talk…”

“En hij is daarna niet meer gestopt met communiceren,” zegt Hans. ‘’Roken? Hoezo slecht voor een mens? Ik bedoel maar…”


Morgen de derde en voorlopig laatste anekdote.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties