Kahn: Architect van schaduw en licht

(Door Ronald Glasbergen)

Kahn’s essenties waren licht, ruimte en de hiërarchie van ruimten, gegoten in vormen die de potentie hebben monumentale ruines te worden.De bergen, het water, de lucht en wijzelf zijn ‘made of Light which has been spent’, ‘gemaakt uit uitgewerkt licht’.


Vanaf 8 september loopt in het NAI de grote tentoonstelling ‘Louis Kahn, The Power of Architecture’ met daarin een veertigtal projecten van Louis Kahn (1901-1974).

Bangladesh

Het parlementscomplex van Bangladesh ligt in een kunstmatig meer. Te midden daarvan ligt een achttal in een cirkel opgestelde gebouwen met betonnen wanden uit één stuk. De gebouwen zijn opengesneden door geometrische vormen.

Het midden van de gebouwencirkel is de centrale vergaderruimte overspannen door een tentdak van beton. Samen vormt het een groot geometrisch ensemble van aarde en water, ruimte en licht. De parlementsgebouwen van Kahn, zijn de iconen geworden van de nieuwe natie Bangladesh. Iconen tevens van de moderne architectuur.

Tien jaar daarvoor ontstond aan de Westkust van de VS, het even iconische Salk Institute. Een reeks laboratoria gerangschikt aan weerszijden van een sober ingericht betonnen plein. Het plein, wordt doorsneden door een smalle watergeul en ziet in de verte uit op de Pacific. Wie het eenmaal gezien heeft, vergeet het nooit meer.


Rome

Louis Isodore Kahn was een begaafd scholier. Hij krijgt daarom een beurs om architectuur te studeren. Maar het zal tot begin jaren vijftig duren voor hij grote opdrachten krijgt. Een studieverblijf met beurs in Rome betekent de omslag.

De architect die bijna even oud is als de eeuw, heeft zijn draai gevonden. Hij straalt nu overtuiging uit. Het is een kruising van monumentale architectuur uit de oudheid en de geometrie van indiaanse weefpatronen. Hij krijgt belangrijke opdrachten. Voor het eerst. De eerste is Yale University Library in 1951.

De jaren daarna werkt hij regelmatig op plaatsen waar licht, ruimte en materie de kwaliteit hebben die passen bij zijn nieuwe werk. Het project voor het Salk Institute in La Jolla in Californië in 1959 is het eerste project waarover hij tevreden is. Gestaag volgen andere grote projecten zoals in India en Oost Pakistan.

In Ahmedabad, ontwerpt hij de campusuniversiteit van het Indian Institute of Management. Hetzelfde jaar begint hij in Dacca aan het parlementscomplex voor Oost Bengalen, het land dat na de oorlog van 1973 Bangladesh wordt. Het land in wording kiest een architect van geometrie en licht. Een architect wiens monumentaliteit niet bedoeld is om gezag te versterken maar die wil laten zien waar mensen toe in staat zijn.


Buitenlicht

Een dergelijke architectuur is niet eenvoudig in een museum te exposeren. De gebouwen zelf en zijn omgeving, het buitenlicht boven Ahmedabad in India of in Fort Worth in Texas kan je niet meenemen. Je kan er met maquettes, originele schetsen, bouwtekeningen, foto’s, films en teksten een representatie van geven.

Het voordeel is wel dat je eerst de kat uit de boom kan kijken voor je een ticket naar verre bestemmingen boekt om zelf te gaan kijken. En wellicht leent juist de architectuur van Louis Kahn, die zich met geometrie en zuivere vorm bezig houdt, die tijdloos wil zijn en die door de materie aan datzelfde zware spul wil ontsnappen, het vermogen om aan de beperkingen van schaal en plaats te ontsnappen.

Ook wellicht in een tentoonstelling. Aan de andere kant is het bij uitstek ook een architectuur die wortelt in zijn omgeving. Kijk naar de parlementsgebouwen in Dacca of naar het Salk Institute in Californië. De architectuur ís daar het landschap.


Verwantschap

Een tentoonstelling kan verwantschap, doel, ruimtelijke structuur, een afspiegeling van de schoonheid en invloeden laten zien. Neem architecten als Botta, Ando, Gehry en zelfs Zumpthor, niet de minsten en je ziet verwantschap met hun voorganger Louis Kahn. En Kahn verenigt op zijn beurt weer het werk van zijn tijdgenoten en voorgangers.

Met tijdgenoot Buckminster Fuller deelt hij de bewondering voor de mogelijkheden van nieuwe materialen. Dat zie je in zijn City Tower Project voor zijn woonstad Philadelphia. Met Corbusier, Aalto, Gropius, Van Doesburg en andere helden uit het moderne project, verenigt hij de overtuiging dat ‘deze tijd’ een eigen nieuwe architectuur behoeft.

Hoewel die tijd voor Kahn zelf pas na zijn vijftigste zal aanbreken, met voorgangers als Viollet-le-Duc en Perret heeft Kahn het besef gemeen, dat constructie vorm geeft. Tijdens zijn opleiding maakt hij tenslotte kennis met monumentale architecten als Ledoux en Boullée uit een voorgaande eeuw.


Pianist

Louis Isodore Kahn groeit op in het tijdperk waarin het licht van de cinema zonder geluid de wereld op afstand zichtbaar maakt en gestalte geeft. Tussen de Nickelodeon, het stuiverstheater van voor de Eerste Wereldoorlog en de speelfilmcinema van daarna.

Hij was een goed pianist en verdient als jongen een centje bij, voor zichzelf en voor zijn weinig bemiddelde familie, door piano te spelen bij die filmvoorstellingen. ‘Shadow belongs to light’, ‘schaduw bestaat door licht’ zou hij vijftig jaar later uitleggen aan zijn studenten.

Voor Philip Johnson die in ‘My Architect’ (2003) een film van de zoon van Kahn, aan het woord komt, is het verbazingwekkend dat een architect als Kahn opdrachten kon krijgen. ,,Kunstenaars krijgen geen werk ‘Artists don’t get jobs’.’’

Maar Kahn flikte het toch. Zij het moeizaam. Bij zijn overlijden had hij een schuld van een half miljoen dollar.

De tentoonstelling ‘Louis Kahn, The Power of Architecture’ is een samenwerkingsproject van NAI, Vitra Design Museum en Penn University en is in het NAI te zien van 8 september 2012 tot en met 6 januari 2013. In de weekeinden wordt de film ’My architect‘ van Nathaniel Kahn getoond.







Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Joost Swarte in de Kunsthal & Meijer Wery op de Oude Binnenweg


Fotograaf Wim de Boek stuurde ons ter gelegenheid van de expositie van tekenaar Joost Swarte in de Kunsthal - zie elders in deze krant - een foto toe van de muurschildering van jazzsaxofonist Meijer Wery, die aan de Oude Binnenweg hangt. De muurschildering werd onthuld in 2017 en is gemaakt door Joost Swarte. Sinds 2013 verschijnen op en rond de Oude Binnenweg regelmatig portretten van overleden Rotterdamse jazzmuzikanten. Samen vormen ze een ‘jazzy’ route over de meest Rotterdamse straat van Rotterdam.

In de jaren dertig was Meijer Wery was saxofoondocent aan de Muziekscholen Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst (directeur Willem Feltzer). Het muzieklyceum van Willem Feltzer startte in april 1929 als eerste in Nederland een jazzopleiding met o.m. Meijer Wery en trompettist Eddy Meenk als jazzdocenten.

In het begin van de jaren dertig maakte Meijer Wery deel uit van The Famous Band van de slagwerker en accordeonist Philip Willebrandts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Meijer Wery basklarinet in het Joods Symfonieorkest en wist hij te ontsnappen uit de Hollandsche Schouwburg waar de joden werden bijeengebracht om op transport gesteld te worden naar de vernietigingskampen. Nadat het hem gelukt was zich als ‘half jood’ te laten registreren, kon hij gaan werken bij het Goois Symfonieorkest. Meijer Wery overleed 14 oktober 1978 op 86-jarige leeftijd in Rotterdam.

Zie ook: http://www.r-jam.nl/portfolio/meijer-wery-door-joost-swarte/ en www.kunsthal.nl

Foto van de muurschildering is van Wim de Boek.

(van de redactie)

  • Nieuw

  • Reacties