‘Hier, in Rotterdam, kan ik alles maken‘

Kunstenaarsateliers van de 21e eeuw

(Door Ronald Glasbergen)

Filmmaakster Sonia Herman Dolz maakte in het kader van het project Hollandse Meesters van de 21e eeuw een documentaire over kunstenaar Charlotte Schleiffert. De film is op 18 mei,samen met achttien andere films vanNederlandse filmmakers, in première gegaan inde Kunsthal.


Alle films gaan over een eigentijdse kunstenaar in diens ateliersituatie.


Films en video’s over kunstenaars worden er genoeg gemaakt, maar het komt minder vaak voor dat vooraanstaande speelfilm en documentairemakers die maken en er een budget voor beschikbaar hebben. En dat is het wat het project Hollandse Meesters bijzonder maakt.

Vijf uur film

Nu zijn er dus negentien nieuwe films te zien, samen goed voor bijna vijf uur film. Als alles volgens plan zal gaan, het project wordt elk jaar geëvalueerd, moeten het in vijf jaar tijd honderd films worden. De inzet van het project en de hoeveelheid geven de potentie aan van Hollandse Meesters als boeiend en breed opgezet tijdsdocument.

Initiatiefnemers Michiel van Nieuwkerk en Ineke Hilhorst zijn er, met hulp van Nederlandse Kunstinstellingen, regionale omroepen en het Mediafonds, het idee van de grond te krijgen en het project te financieren. Samen met filmproducent René Mendel van het bedrijf Interakt zijn ze er in geslaagd filmmakers van formaat hun visie op eigentijdse kunstenaars van formaat te laten geven.

Deze eerste lichting omvat onder meer films van Robert Oey (De Leugen) over Hans Aarsman, van Pieter Verhoeff (Nynke) over Teun Hocks en Erik van Lieshout en van Eddy Terstall (Simon) over Koos Breukel. Reden genoeg om kunstenaar Charlotte Schleiffert en filmmaker Sonia Herman Dolz (Lágrimas Negras), die ook een film maakte over Joep van Lieshout, te interviewen over hun werk en dit project.


Goed voor de camera

Charlotte Schleiffert: Ik kijk altijd in boeken, kranten, tijdschriften. Ik heb veel naar fotografie gekeken, veel van Helmut Newton. Toen ik jaren geleden van de Ateliers afkwam, vond ik Craigie Horsfield waanzinnige foto’s maken, het zwart van die foto’s…, Het zijn heel stille foto’s. Ik weet niet eens meer wat er op stond, een dier of een fiets? Ze zijn heel emotioneel die foto’s.

Araki gebruik ik ook veel voor mijn werk. Voor mijn werk haal ik heel veel uit dat boek. Ik vindt dat hij die vrouwen ook heel liefelijk fotografeert en ook de huizen. Die inrichting ken ik omdat ik ook veel in China kom. Wil je de titel hebben? Volgens mij is het `Tokyo’ en nog wat [Tokyo Lucky Hole]. De foto is wel van belang. Ik heb ook andere fotoboeken van naakte vrouwen maar daar heb ik dan niks mee.

Vriendelijker

Mijn werk wordt veel vriendelijker. Vroeger was hier de tippelzone. Ikzelf vind mijn werk niet hard omdat het altijd met een knipoog is. Mijn laatste serie schilderijen was van naakte vrouwen met bloemen ervoor. Dat ik regelmatig naar China ga, heeft ook invloed. China komt vriendelijk op mij over. Misschien komt dat omdat ik de taal niet spreek. Maar het is ook een groot contrast . Mensen wonen op erg kleine kamertjes. Ze verdienen heel weinig, maken lange dagen. Ze hebben bijna geen vrij, behalve met het Spring Festival.

Ik wil wel naar andere landen, naar Afrika…, maar als ik er dan zit, in een ver buitenland, krijg ik gelijk weer barrières, wordt ik voorzichtig. Als ik hier ben, in Rotterdam, kan ik alles maken.

Ik kende Sonia Herman Dolz niet. Ze kwam hier twee dagen filmen. Ze stelde vragen die ik helemaal niet had verwacht: Waarom ik kunstenaar geworden was? Wat is kunst?

Hoe de film geworden is weet ik niet. Ik ben er heel goed in om voor de camera werken. Ik zoek ik dan eerst plaatjes bij elkaar en ga dan tekenen. Bij tekenen weet ik gewoon: Ik ga die schedel tekenen met dat lijf erbij. Een tekening kan ik voor de camera maken, maar een schilderij niet. Een schilderij is vaak een omzetting van een kleine tekening naar een groot vlak. Bij een schilderij liggen bepaalde dingen vast. Je moet je zo hard concentreren.


'De eerste beweging'

Hoe te beginnen was duidelijk voor Sonia Herman Dolz. Ze is gefascineerd door wat ze `de eerste beweging’ noemt. Wat het eerst komt, wat de eerste beweging voor de danser is, de eerste noot voor de dirigent, de eerste lijn op papier. `Gewoon zo’n hand volgen,’ vertelt Sonia Herman Dolz met geestdrift, als ze het heeft over het begin van de handeling. `Gewoon bij het begin beginnen. Dat is het wat mij fascineert.’

Of het nu een stierenvechter is, een musicus of een danser. `Waar begint hij? Eerst met zijn been en dan met zijn hand…?’ In de film over Charlotte gaat het kader precies en van dichtbij mee met het begin van haar tekening. Het model is in dit geval de foto van een roofdierenschedel met daaronder het slanke lijf van een vrouw.

Filmmaker Herman Dolz vraagt de kunstenaar Schleiffert waarom ze `natekent’. De kunstenaar antwoordt dat ze `het fijn vind dat het motief ergens vandaan komt’. Ze vervolgt: Als dat niet zo is heb ik niet het idee dat het recht van bestaan heeft.

De opdracht naar je hand zetten

Waar begint een film? `De opdracht was vrij maar ik heb de opdracht naar mijn hand gezet.’

Ik ben heel observerend te werk gegaan. Alsof je een natuurfilm maakt.

Ik ben eigenlijk gewend aan heel lange projecten. Bijvoorbeeld de film over Gergiev [red.: The Master and his pupil, uit 2003], daar had ik maar vijf draaidagen voor maar dat was een heel ingewikkelde film om te monteren. Daar ben ik lang aan bezig geweest. Hier werk ik anders en dat moest ook wel gezien het budget. Twee dagen opnamen, vier dagen montage en nog een paar dagen voor geluid, overleg over de muziek, kleurcorrectie, en de uiteindelijke geluidsmix.

Paul van Brugge maakt altijd de muziek voor mijn films. We wilden hier aan de ene kant dat speelse van Charlotte en daardoorheen dat waanzinnig serieuze van haar, benadrukt door strijkers. Je bent aan de ene kant voorzichtig om het niet te verstoren en aan de andere kant moet je er toch dicht boven op kruipen.


De eenzaamheid van het atelier

Op de laptop van Sonia Herman Dolz is Charlotte te zien in haar atelier. Ze probeert een vel papier uit. Ze spreekt de eerste van de weinige woorden in de film: `Ik pak effe een nieuwe rol, want ik denk dat de tekening net even langer wordt als dit’. Heel precies getimed, volgt een speeldoosachtig pianomotief als begeleidende muziek bij een hele reeks extreme close-ups van het tekenen met houtskool en verf. De combinatie van beeld en geluid maakt het werken van Charlotte heel tastbaar, toont de vaardigheid van tekenen, en toont tegelijk niets van het geheel, dat komt later pas. De muziek benadrukt de kwetsbaarheid van het maken. Naast stoerheid is die integraal deel van het werk van de kunstenaar Schleiffert.

In de film zegt de kunstenaar: `Het is heel eenzaam en als het op een tentoonstelling hangt, ben je zelf alweer in je atelier aan het werk.’ Ze zegt het als mededeling, zonder pathos of zelfmedelijden. Je krijgt het idee dat de kunstenaar ter plekke haar woorden en zinnen uitvindt. Net als de vormen in haar tekeningen. Daarin zie je ook het vakmanschap van filmmaker Herman Dolz die een dergelijk moment uitlokt en vervolgens goed getimed weet vast te leggen.


Vreselijk beroemd

Naast haar film over Charlotte Schleiffert maakte Sonia Herman Dolz voor Hollandse Meesters nog een tweede filmportret, over Joep van Lieshout.

In die film vraagt de filmmaakster aan de beeldhouwer: `Wel een grote ruimte waar je in werkt?’ De beeldhouwer: `Ja’. Ook in deze film van Sonia Herman Dolz wordt niet veel gesproken, maar het is een stortvloed van woorden vergeleken met de film over Charlotte. De filmmaker vraagt de beeldhouwer hoe het komt dat hij `zo vreselijk beroemd’ is. De beeldhouwer legt uit dat het een combinatie is van talent, op de goede plaats en tijd zijn en wat geluk hebben.

De muziek is in deze film veel massaler, maar het werkt, het is de klassieke magische combinatie van geluid en beeld waar film zo sterk in is.

In beeld zijn grote ruimten met daarin levensgrote beelden in aanbouw van kunststofschuim. Een grote houwitser, een hangende mensfiguur die de beeldhouwer met een lang mes in vorm brengt. De beeldhouwer vertelt hoe hij het tussengebied van goed en kwaad opzoekt. `Kannibalisme. Is dat nou slecht?’ Hij spreekt over de passie en obsessie van de kunstenaar. Hij vertelt: `Ik had een keer het plan om bloedworst van mijn eigen bloed te maken. De slager vond het wel goed, of het nu van een varken is of van iets anders (lacht). Maar verpleegsters die bloed moesten afnemen waren bang hun baan kwijt te raken.’


Gewoon vragen wat kunst is

De filmmaakster: In Joep zie je een klein jongetje die doet wat hij wil. Die assistenten die maar over materiaal kletsen, over de kracht van een bepaalde boor of zo en Joep die maar verder wil… . Ik hou ervan mensen te filmen. Bij de film over Joep van Lieshout was iedereen ontroerd. Ik geloof Joep zelf ook.

Hoe is het om over 200 jaar naar te kijken? Dat heb ik me heel letterlijk voorgesteld. Ik wilde de kunstenaars zo min mogelijk laten zeggen. Ik wilde het praten als een soort toefje hebben. Wel dat je hen hoorde, maar niet dat ze heel erg met woorden over hun eigen kunst aan het vertellen waren.

Bij de film over Charlotte wilde ik gewoon bij haar aanwezig zijn. Dan vroeg ik haar wat en dan keek ze op van: Hé, daar praat iemand. Heel geconcentreerd. En bij Joep is het zo dat hij dan alweer iets bedacht heeft en weer bezig is. Ik denk dan: Gebruik maar baby language, vraag maar gewoon wat kunst is.


De films over Charlotte Schleiffert en Joep van Lieshout zijn samen met de andere kunstenaars portretten van 18 mei tot 26 juni te zien in de Kunsthal te Rotterdam. Daarnaast zullen ze te zien zijn op het web (www.hollandsemeesters.info), op DVD, bij de deelnemende kunstinstellingen en bij diverse Regionale Omroepen.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties