Booister eert folksinger Townes prachtig

(Door Dirk Mellema)

Jan Booister bewondert Townes van Zandt. Bovendien is voormalig Vrije Volk journalist Booister muzikaal en een geboren taalgoochelaar.


Hij maakte al eerder een CD in eigen beheer en nu is er zijn tweede. Makkelijk maakte hij het zichzelf niet.Hij vertaalde de teksten naar eigen inzicht, maar in de geest van Townes.


Voordat we verder gaan, moeten we eerst wat meer weten van Townes: een Amerikaanse (Texas) blanke folksinger met een fiks portie blues. Hij schreef zijn eigen songs, had een moeilijke jeugd en had natuurlijk de bijbehorende problemen met drugs inclusief alcohol. Hij bracht zo’n 18 LP’s/CD’s uit en overleed op de eerste dag van 1997. Een echte cultheld, nooit een hit, maar met een trouwe schare volgers. Een knappe man, zo te zien op You Tube.


Verschil

Rotterdammer Booister behoort tot de volgers, maar toch is er een verschil. Booister vertaalde de teksten niet, maar interpreteerde ze. Hij vertaalde ze naar eigen omgeving.

En dat levert leuke muziek op, die meer verdient dan de vergetelheid. Booister heeft een prettige beetje doorleefde stem.

Townes had de reputatie dat het glas half leeg was. Booister gaat daarin mee. Dat blijkt al uit de eerste seconden van de CD. “De regen doet zeer, somberheid daalt weer neer”, zingt Booister. Toch is er een verschil met Townes. Booister zingt vlekkeloos prachtige luisterliedjes, Townes ongepolijst. Het is maar waar je van houdt.


Vlekkeloos

Booister interpreteerde de tekst vlekkeloos, nergens is er een hapering waarbij je denkt: nu kun je horen dat het om vertaalde woorden gaat. Integendeel, wie weet dat het hier om al eerder in het Engels geschreven tekst gaat, krijgt bewondering. Booister heeft terecht de vrijheid genomen de zinnen naar zijn omgeving te vertalen.

De liederen gaan vooral over op pad gaan naar de vrijheid, het onbekende tegemoet, met natuurlijk het achterlaten van je liefje, met als troost: ,,Sluit je ogen, straks ben ik weer bij je.’’

Het rusteloze in de geest van de Amerkaanse schrijver Jack Kerouac in zijn boek ‘On the Road’, was Townes niet vreemd.

Jan Booister maakte een prachtige tweede CD, die groeit naarmate je er vaker naar luistert. Townes draait zich zeker niet in zijn graf om.

Voor bestellen van de CD zie de site:www.janbooister.nl



De foto bij de inleiding is van Pia van Noort.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties