De vijfde van Malick

(Door Ronald Glasbergen)
Een film van de maker van films als Bad Land (1973) en Days of Heaven (1978) is iets om nieuwsgierig naar uit te kijken. Te meer omdat een nieuwe film van filmauteur Terrence Malick geen vanzelfsprekendheid is.


Tussen Days of Heaven en zijn volgende film The Thin Red Line (1998) liggen twintig jaar. Als dan, zes jaar na This New World (2005),zijn vijfde speelfilm, The Tree of Life uitkomt en prompt in mei 2011 de Gouden Palm wint, de hoogste onderscheiding van het prestigieuze Filmfestival van Cannes, is de nieuwsgierigheid extra groot.

Discussiëren

In de late jaren zestig kwam een groep schoolkinderen luid discussiërend de bioscoop uit. Ze spraken over de film die ze net gezien hadden, over Stanley Kubricks’s 2001: A Space Odessey. Het gesprek ging over de spectaculaire fotografische effecten en over het langgerekte open einde van de film. Een einde dat ten tijde van de culturele revolutie van de late jaren zestig, bijzondere betekenis leek te hebben. De filmische effecten van 2001: A Space Odessey (1968) waren van Douglas Trumbull.

Bijna veertig jaar later werd hij benaderd door Terrence Malick voor diens nieuwe project. Trumbull vertelt dat Malick in het begin sprak over zijn The Tree of Life als 'een kleine film’ over een gewoon gezin. Gaandeweg werd duidelijk dat Malick een perspectief voor zijn kleine verhaal voor ogen had dat 'het gewone’ ziet als deel van de natuur. Niet de natuur van idyllische romantische verbeelding, van bio-boeren en Zwitserleven, maar de natuur op kosmische schaal. De natuur die supernova’s, planeten voortbrengt, die leven laat ontstaan en het weer vernietigt.

Dankzij nieuwe visuele technieken en tegelijk verhalend minder speculatief of metaforisch dan Kubrick, gaat Malick verder waar Kubrick ophield. Kubrick sprak over een zonnestelsel waarin de mens het opnam tegen door hem zelf geschapen machines waarmee de ruimte geëxploreerd wordt. Hij leek het leven te zien als een kosmische kringloop. Malick gebruikt geen ruimteschepen hij laat Jack (SeanPenn), een oudere architect terugblikken op zijn kindertijd als elfjarige jongen en op zijn overheersende vader Mr. O’Brien (Brad Pitt), zijn geliefde moeder en broers, op kleinsteeds Amerika van de jaren vijftig, op Waco Texas. Een land en een tijd waarin naarmate je ouder werd, de afstand van God toenam.

Waco, Texas en Heidegger

Iedereen heeft gedachten, of heeft ze als kind gehad, over de ongrijpbare uitgestrektheid van de kosmos. Kan een film hardop, in de voice over, de vraag 'Waar is God?’ stellen zonder uit de bocht te vliegen? Malick en zijn crew geven met visuele poëzie, een open antwoord. De spectaculaire natuurshots duren zo lang dat onwillekeurig de vraag op komt of je nog naar een verhalende film zit te kijken. Tot vele imponerende beelden uit micro- en macrokosmos later, het verhaal weer opgepikt wordt.

Enerzijds is dat verhaal gewoon een goed vertelde filmgeschiedenis over Jack, die terugblikt op de jaren vijftig toen hij elf jaar oud was. Jack (Hunter McCracken) groeit op in een landelijk Waco, samen met zijn jongere broers R.L. (Laramie Eppler) en Steve (Tye Sheridan) en met hun overheersende vader Mr. O’Brien (Brad Pitt) en geliefde moeder (Jessica Chestain).

Anderzijds kan je er stukken in herkennen van het leven van de filosoof die filmer is geworden.
Van Terrence Malick, die twee jongere broers had, waarvan er een op negentienjarige leeftijd overleed, die een deel van zijn kindertijd doorbracht in Waco en die na een bachelor filosofie in Harvard, in 1969 in het Engelse Oxford zijn master voorbereidde over Kiekegaard en Heidegger. De jongeman die dat zelfde jaar naar Duitsland afreisde om daar de filosoof Heidegger te ontmoeten en dezelfde man die in dat jaar besloot te stoppen met zijn studie filosofie en in Los Angeles film ging studeren. De man tussen 1973 en 2011 vijf speelfilms maakte, de man die vrijwel nooit interviews geeft en die zijn privéleven en van hem gemaakte foto’s ver van de media houdt, die man voor wie alle grote sterren uit de filmindustrie graag willen werken. Uitgerekend die man, laat in The Tree of Life een verhaal zien dat dicht bij de specifieke geschiedenis van zijn eigen leven komt.

Maar tegelijk, hoe kan het anders in een film waarvan de titel verwijst naar de evolutionaire band die alle leven verbindt, raakt al het persoonlijke aan de natuur. De natuur is, zo laat Malick in zijn laatste drie films zien, schitterend, woest en vaak onverschillig gewelddadig

Genade-gratie en natuur, de moeder en de vader, binnen het kind dat volwassen wordt en onvermijdelijk oud, vechten beiden, zegt Malick, een leven lang.

Natuur en genade

Voor wie heeft Malick deze film gemaakt? Voor zichzelf? Voor ons, het publiek, die grote amorfe massa die alleen nauwkeurig in beeld gebracht kan worden door publiciteitsexperts van de industrie die films als deze mogelijk maakt? Het zijn vragen die deze film, die voortdurend de aard van de wereld en de metafysica ervan ondervraagt, opwekken.

Malick creëert perspectieven op een leven dat immens klein is en totaal onbetekenend in verhouding tot de immense uitgestrektheid in ruimte en tijd van de natuur. De twee verhalen, dat van de familie en dat van de natuur, zijn niet verweven in het plot van de film, ze staan naast elkaar. De één schept betekenis, kent genade. De ander is kolossaal en tragisch, is natuur.

Dat ongeveer is de vijfde van Malick.


The Tree Of Life (140’ minuten) draait vanaf 2 juni in de Nederlandse bioscopen

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Joost Swarte in de Kunsthal & Meijer Wery op de Oude Binnenweg


Fotograaf Wim de Boek stuurde ons ter gelegenheid van de expositie van tekenaar Joost Swarte in de Kunsthal - zie elders in deze krant - een foto toe van de muurschildering van jazzsaxofonist Meijer Wery, die aan de Oude Binnenweg hangt. De muurschildering werd onthuld in 2017 en is gemaakt door Joost Swarte. Sinds 2013 verschijnen op en rond de Oude Binnenweg regelmatig portretten van overleden Rotterdamse jazzmuzikanten. Samen vormen ze een ‘jazzy’ route over de meest Rotterdamse straat van Rotterdam.

In de jaren dertig was Meijer Wery was saxofoondocent aan de Muziekscholen Maatschappij ter Bevordering der Toonkunst (directeur Willem Feltzer). Het muzieklyceum van Willem Feltzer startte in april 1929 als eerste in Nederland een jazzopleiding met o.m. Meijer Wery en trompettist Eddy Meenk als jazzdocenten.

In het begin van de jaren dertig maakte Meijer Wery deel uit van The Famous Band van de slagwerker en accordeonist Philip Willebrandts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Meijer Wery basklarinet in het Joods Symfonieorkest en wist hij te ontsnappen uit de Hollandsche Schouwburg waar de joden werden bijeengebracht om op transport gesteld te worden naar de vernietigingskampen. Nadat het hem gelukt was zich als ‘half jood’ te laten registreren, kon hij gaan werken bij het Goois Symfonieorkest. Meijer Wery overleed 14 oktober 1978 op 86-jarige leeftijd in Rotterdam.

Zie ook: http://www.r-jam.nl/portfolio/meijer-wery-door-joost-swarte/ en www.kunsthal.nl

Foto van de muurschildering is van Wim de Boek.

(van de redactie)

  • Nieuw

  • Reacties