Rotterdams Boekenbal geslaagd maar voorspelbaar

7965-rotterdams-boekenbal-geslaagd-maar-voorspelbaar (Door Kees Versteeg)


In het prachtige rijksmonument Arminius, dat naast Remonstrantse kerk ook een centrum voor kunst, cultuur en debat is, vond afgelopen zaterdagavond de vijfde editie van het Rotterdams Boekenbal plaats. Een ideale locatie voor dit evenement, Arminius; op de hoek van Westersingel en Museumpark gevestigd, ligt het precies in het culturele hart van Rotterdam. De loop komt er zo vanzelf in. Arminius en Boekhandel v/h Van Gennep organiseerden het evenement, met steun van de Jurriaanse Stichting, Passionate/Bulkboek, Poetry International en Frontaal.


Anders dan in Amsterdam, waar de toegangskaarten door uitgeverijen aan genodigden worden verstrekt waardoor het officiële door het CPNB georganiseerde Boekenbal de reputatie heeft een elitair feest te zijn, kon in Rotterdam iedere in literatuur geïnteresseerde een kaartje kopen. Democratisering van het zien en gezien worden dus. Het Rotterdamse Boekenbal is als het ware een non-elitair elitair feest. Want een beetje op stand was het natuurlijk wel, met merendeels hoogopgeleid publiek met goede omgangsmanieren. Presentator Wilfried de Jong had zich in een oranje maatkostuum gestoken. Dat pak stond hem overigens goed. Ook Ernest van der Kwast – auteur van onder andere Mama Tandoori en De ijsmakers – oogde prima in zijn lichtblauwe kostuum.

Op deze foto: Presentator Wilfried de Jong speelt een kwisje met het publiek. (Foto © Rinus Vuik)

Er was flink wat publiek komen opdagen. De houten kerkbanken waren goed gevuld. In de grote zaal, versierd met kroonluchters en religieus vaatwerk, luisterden honderden toeschouwers aandachtig naar de voordrachten. Met de diversiteit qua leeftijd en geslacht zat het wel goed; er waren veel jonge bezoekers aanwezig, onder wie veel jonge vrouwen. De diversiteit qua afkomst moest vooral komen van de auteurs Ernest van der Kwast, Sonya Dias en Dean Bowen.

De avond ving aan met een korte presentatie van alle auteurs. Ieder van hen vertelde kort iets over zijn of haar moeder. Op een projectiescherm achter het podium werden tijdens de optredens jeugdfoto’s vertoond van de auteurs met hun moeder. Want het thema van de Boekenweek was: De moeder de vrouw. Dat is de titel van een gedicht van Martinus Nijhoff, dat hij schreef in 1934. Het is een befaamd gedicht, met de beginregels:

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug.

En met de eindregels:

O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Niet zo gek dus, om een Boekenbal met als thema De moeder de vrouw juist in deze kerk te organiseren. Die organisatie was overigens uitstekend. Wilfried de Jong presenteerde het bal professioneel. Frédérique Spigt verzorgde het muzikale intermezzo.

Op deze foto: Frédérique Spigt en Janos Koolen. (Foto © Rinus Vuik)

Dan het thema. De moeder de vrouw dus. De voordrachten waren deels ernstig, deels humoristisch.

Op deze foto: Dore van Duivenbode (op de foto samen met haar Poolse moeder). Foto © Rinus Vuik)

Dore van Duivenbode, schrijfster van ‘Mijn Poolse Huis. Vakanties naar Auschwitz’ vertelde dat haar in Auschwitz geboren moeder haar in die stad een huis had nagelaten. Het verhaal daaromheen is binnenkort ook te zien in een reisserie over Polen bij de VPRO. Ernest van der Kwast bleek een moeder te hebben die goed kon afdingen. Zelfs op kipfilet bij de slager. En die daarnaast in Lourdes verlichting zocht voor haar kwalen. Sonya Dias verhaalde van de omzwervingen van haar moeder; nadat die uit Kaapverdië was vertrokken, was ze eerst in Portugal beland, daarna in Luxemburg en uiteindelijk in Rotterdam.

Op de foto: Dean Bowen. (Foto © Rinus Vuik)

Onze nieuwe stadsdichter Dean Bowen hield een indringende voordracht over de relatie met zijn moeder. Haast surreëel was de aanblik toen hij onverwachts vanaf de bovenverdieping begon te declameren. Andere voordrachten over moeders kwamen van Anne Bosveld, Lotte Lentes, Roos van Rijswijk en Jaap Robben.

Na de inleidende kennismaking met alle dichters kon het publiek in diverse zalen genieten van het werk van de auteurs afzonderlijk. Ook Hugo Borst was daarbij present; hij heeft met zijn publicaties over zijn dementerende en vorig jaar gestorven moeder veel losgemaakt bij mensen.

Aan het einde van de avond werd dit goed georganiseerde Rotterdamse Boekenbal besloten met een after party. En het bleef nog lang gezellig in de Remonstrantse kerk, waar niemand begon over Thierry Baudet. En waar Michel Houellebecq als gast ontbrak. Dat is eigenlijk het enige minpunt: een tikkeltje voorspelbaar was het allemaal wel. Het blijft in deze stad wachten op de barbaren.

Foto’s: Rinus Vuik

Op deze foto: Het thema De moeder de vrouw trok veel jonge vrouwen naar het Boekenbal; op de achtergrond wordt Ernest van der Kwast geïnterviewd. (Foto © Rinus Vuik)

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties