Bauhaus in Boijmans: ‘gebombardeerd door n-dimensionaal stijlgeschut’

7892-bauhaus-in-boijmans-gebombardeerd-door-n-dimensionaal-stijlgeschut (Door Ronald Glasbergen)

Museum Boijmans van Beuningen gaat 27 mei voor zeven jaar dicht voor vernieuwing en verbouwing. Tot die tijd zijn er drie tentoonstellingen waaronder ‘nederland ⇄ bauhaus’. Met meer dan 880 originele objecten is die tentoonstelling vormgegeven als plattegrond van de geschiedenis van het Bauhaus en de Hollandse invloeden er omheen . Die vorngeving past 1 op 1 op het onderwerp: een 'school' en een utopische beweging die over bouwen, functionaliteit, materialen en geschiedenis gaat .

Curator van de tentoonstelling Mienke Simon Thomas vertelt hoe ze een keer bij Kunst&Kitsch een theepot voorbij zag komen. Ze appte toen gelijk de programmamakers om contact met de eigenaar te leggen. De theepot staat nu op de tentoonstelling en als de prijs mee zit gaat Boijmans hem aanschaffen. Verkopers zitten altijd te hoog met hun prijs vertelt de curator met relativerende lach. Ze heeft nog andere ontdekkingen gedaan. Zoals in een particuliere collectie een werk van Jan Willem Eduard Buijs. Die maakte in 1917 een mooie kleine tekening waarop de woorden ‘’nacht… als ik bouw’ op staan. in zich draagt. Die past goed in het tijdsbeeld en hangt nu prominent in de tentoonstelling. En zo heeft ieder van de ruim 880 objecten zijn eigen verhaal. Meestal niet als herontdekking -het meeste is systematisch uit verschillende collecties samengebracht- maar wel vanuit zijn ontstaan in de omgeving van het Bauhaus. Intussen is Bauhaus bijna een merknaam geworden voor avant-gardistische luxe producten, zoals bijvoorbeeld in Nederland de Rietveldstoel dat is. Maar tegelijk heeft het de blijvende verdienste dat het Bauhaus als stroming de vormgeving van gewone gebruiksproducten zowel handwerk als industrieproduct naar een hoger plan heeft getild.


Foto: Eklementaire vormstudie. (Foto © Ronald Glasbergen)

Een deel van die vormgeving is met nadruk op de dwarsverbanden naar Nederland, geëxposeerd op ‘nederland ⇄ bauhaus’. Centraal in de grote zalen van de Bodonvleugel van Museum Boijmans van Beuningen staat drie maal de plattegrond van het Bauhaus. Die drie plattegronden verbeelden de drie opeenvolgende locaties van het Bauhaus -in Weimar, Dessau en Berlijn- tussen 1919 en 1932. Ze vallen ruwweg samen met drie opeenvolgende accenten in het curriculum. De nadruk lag daarbij achtereenvolgens meer op een experimenteel ambachtelijke, en experimenteel industriële en experimenteel wetenschappelijke invalshoek.

In de tentoonstelling zijn rondom die drievoudige Bauhauskern als onderdelen van een netwerk van invloeden de kernen van verschillende invloeden en beïnvloedingen gegroepeerd. De Nederlandse groep De Stijl is één zo'n belangrijke cluster in dat netwerk. Progressieve kunst- en handwerkplaatsen, het Congrès Internationaux d'Architecture Moderne, tijdschriften, verschillende vooraanstaande architecten en kunstenaars zijn enkele andere kernen in dat netwerk. Zo ontstaat op de vloer van het museum een soort plattegrond van de geschiedenis. Daarop en daar rond worden de objecten met foto's en teksten getoond. Helder wordt zo de wederzijdse verbindingen tussen Nederland en het Bauhaus getoond. De analogie met de echte geschiedenis maakt het transparant. Wie daarnaast zelf op avontuur wil, kan met apps op tablets verder in de geschiedenis van verschillende hoofdrolspelers doordringen. Eén daarvan is onmiskenbaar Walter Gropius . Zonder hem was deze tentoonstelling, inclusief het Bauhaus er niet geweest.

Foto: Ansicht Van Doesburg. (Foto © Boijmans)

Walter Gropius
De in 1883 geboren Walter Gropius is zoon van een architect bij bouwtoezicht van de gemeente Berlijn. Hij was van kinds af aan voorbestemd om architect te worden. Hij komt na zijn studie bij de architect Behrens terecht, vestigt zich in 1910 als zelfstandig archtect en bouwt een fabriek voor Fagus in Alfeld even ten zuiden van Hannover. Die fabriek uit 1911 wordt wereldberoemd als een van de eerste voorbeelden van moderne architectuur (sinds 1946 Werelderfgoed). In 1915 huwt Walter Gropius met Alma Mahler, weduwe van componist Gustav Mahler. Ze scheiden in 1920. Tussen 1915 en 1920 liggen de militaire diensttijd van Walter Gropius aan het front, de nederlaag van Duitsland, de oprichting van het Bauhaus in 1919. Het Bauhaus is volgens curator Simon Thomas als het ware geboren in de loopgraven van het gedoemde Duitse keizerrijk.

Voor Gropius was, als voor velen van zijn tijdgenoten, de industriële oorlog een diep ingrijpende traumatische ervaring. Alles daarna is anders en moet misschien ook anders.

Op voordracht van de Belgische Art Nouveau architect Henri Van Der Velde, neemt Gropius in 1919 het directeurschap van de Kunstvakschool in Weimar over. Hij hernoemt de school ‘Bauhaus’. Hij publiceert zijn Bauhausmanifest en trekt kunstenaars als Paul Klee, Wassily Kandinsky, Oskar Schlemmer, Lionel Feininger, Moholy Nagy, Johannes Itten en Josef Albers aan als docenten. Nu stuk voor stuk beroemdheden.

Ze willen het handwerk in ere herstellen en tegelijk werken aan de vormgeving van een nieuwe wereld. Daarvoor wordt een eigen curriculum ontwikkeld. Het lesprogramma bestond uit een half jaar introductie in vormleer en materiaalkennis en daarna drie jaar uitgebreider verdieping in de kennisvakken daaromheen en de scheppende mogelijkheden van die materialen. Mede door de eraan verbonden mensen kreeg de school al snel een roep als centrum van avant garde en modernistische experimenten op vormgevingsgebied en trok belangstellende uit heel Europa aan. Wat daarbij hielp was dat Walter Gropius naast erg goed architect ook een erg goeie marketing en publiciteitsman voor ‘het product Bauhaus’ was.

Foto: Blik op Bauhaus. (Foto © Ronald Glasbergen)

Theo van Doesburg
Theo van Doesburg is geboren als Emile Küpper, het zevende kind van een Duitse fotograaf. Als kunstenaar nam hij later de naam van zijn stiefvader Theo Doesburg aan en voegde er 'van ' aan toe. Van Doesburg was grotendeels autodidact en legde zich al jong toe op schilderkunst en poëzie. Toen hij achter in de twintig was ging hij ook recensies schrijven. Tijdens zijn militaire diensttijd gedurende de Eerste Wereldoorlog maakte hij kennis met het werk van Kandinsky en Mondriaan. Het was de bekende architect J.J.P oud die Van Doesburg op de overeenkomst van architectuur en de toenmalige moderne schilderkunst zou hebben gewezen. In 1920 maakte Van Doesberg kennis met Walter Gropius.

Toen Van Doesburg het jaar daarop naar Weimar kwam, aarzelde Gropius om hem een aanstelling als docent te geven. Naar verluidt omdat Gropius bang was voor onenigheid onder zijn docenten. Van Doesburg was van zijn kant niet onverdeeld positief over het Bauhaus. Op een ansicht van het gebouw aan zijn vriend Antony Kok, schreef hij balorig: ‘Voor de ineenstorting. Wordt gebombardeerd door n-dimensionaal stijlgeschut’.

Van Doesburg kreeg door een student een atelier in Weimar ter beschikking gesteld en organiseerde daar bijeenkomsten en wekelijkse privécursussen voor studenten en docenten van het Bauhaus. Volgens overlevering had hij grote invloed op het Bauhaus. En ondanks zijn vaak niet malse kritiek op het Bauhaus - 'Van buiten kwadraat van binnen Biedermeier'- was er ook waardering. En die was wederzijds.

In 1925 kwam als zesde in een reeks Bauhausbücher het boek 'Grundbegriffe der neuen gestaltenden Kunst' van Van Doesburg uit. Het Bauhaus was een vernieuwend instituut, dat ook zichzelf vernieuwde. De antischoolse Theo van Doesburg heeft daar aan bijgedragen

En er waren andere Nederlanders waaronder de architecten J.J.P. Oud -geestverwant van Van Doesburg- en H.P. Berlage -voor Van Doesburg te veel een architect van het ornament.

Boeiend op de tentoonstelling is het ook om te zien hoe de vormgeving van De Stijl invloed had op de meubelmakerij binnen het Bauhaus. Zo staat op de tentoonstelling een fraaie maar merkwaardige houten stoel uit 1923, die beinvloed zou zijn door Rietveld. De stoel is gemaakt door toenmalig Bauhausstudent Marcel Breuer, die als architect in 1953 de Rotterdamse Bijenkorf zou ontwerpen.

Luxe design versus industrie productie
In de Weimar periode van het Bauhaus, van 1919 tot 1925, stonden vooral het ambacht en een nieuwe vormentaal centraal. Met name aan dat laatste hebben Van Doesburg en zijn collega's bijgedragen. In 1925 verhuisde de school naar het kleinere Dessau. De oorzaak waren verkiezingen in Weimar in 1924 die een minder links gezinde coalitie aan de macht brachten die het ‘links’ geachte Bauhaus minder gunstig gezind was en waardoor de geldkraan deels dichtgedraaid werd.

In Dessau waar het Bauhaus tot 1932 gevestigd was verschoof het accent meer naar experimenten met industriële productie. Dat kreeg versterkt zijn beslag onder de nieuwe directeur van 1928 tot 1930: de Zwitserse architect Hannes Meyer. De politiek zeer linkse Meyer wilde produceren voor ‘het volk’, had weinig op met ‘luxe design’ en stond een rigide soort functionalisme voor. Vandaar ook de nadruk op industrieproductie. In 1930 greep de politiek opnieuw en heel direct in op het Bauhaus. Meyer werd in 1930 door de burgemeester van Dessau ontslagen. Hij ging met een aantal studenten in de Sovjet Unie werken vooral aan stedenbouwkundige plannen aldaar. Hij werd opgevolgd door Ludwig Mies van der Rohe. Die had gewerkt bij Berlage in Den Haag en Berends in Berlijn en had in de jaren voor 1930 onder meer de nu wereldberoemde villa Tugendhat en het ‘Barcelona Paviljoen’ ontworpen.

Tegen de toenmalige gure politieke wind in, probeerde Mies, het Bauhaus staande te houden. De Nationaal Socialisten sloten in 1932 het Bauhaus in Dessau. Mies zette het als privé-instituut voort in Berlijn. Daar moest de school door politieke chicanes in 1933 opnieuw de deuren sluiten.

Nu voorgoed. Wat bleef was de invloed van het Bauhaus.

De tentoonstelling ‘nederland ⇄ bauhaus’ is tot en met 26 mei van dit jaar te zien in Museum Boijmans van Beuningen.

Bron afbeeldingen: Ronald Glasbergen.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Aforismen 4 (en slot): Desiderius Erasmus (circa 1466-1536)


(Door Kees Versteeg)

Frans Timmermans en Mark Rutte zijn de winnaars van de Europese verkiezingen. Je zou hun triomf een lichte comeback van de ‘floor managers’ kunnen noemen. Floor managers zijn bestuurders die macht hebben in de vorm van bevoegdheden en budgetten, en die in een gezond politiek systeem in hoofdlijnen aangestuurd worden door ‘cloud managers’, schrijvers en filosofen, die verantwoording dragen voor het uitdenken van De Ideeën – het geestelijk geraamte van een samenleving. Een volwaardig systeem kent denkers en doeners. Denkers en doeners horen bij elkaar als scheten en bruine bonen.

Maar ons politiek systeem is niet gezond. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989 en de verschijning van het essay ‘Het einde van de geschiedenis’ van Francis Fukuyama, stuiten de denkers op de hoon van de uitvoerende macht. Ze zouden niet meer nodig zijn. Een Amerikaans type burgerlijk liberalisme zou de wereldgeschiedenis hebben gewonnen. ‘Wie een visie heeft, moet op zoek naar een oogarts’, smaalde Mark Rutte herhaaldelijk. Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.

Ook Thierry Baudet, een beginnende cloud manager, beginnend want nog zonder serieuze oplossingen maar wel met begrip van de diepe crisis waarin Europa zich bevindt, leed een nederlaag, zij het een lichte. Terecht. We moeten de Europese Unie hervormen, niet verwerpen.

We zijn nog steeds in het voorspel. De roep om cloud managers zal steeds luider gaan klinken. Want dit Europa lijkt nog het meest op de Herald of Free Enterprise, de veerboot die wegvoer van de kade met de boegdeuren nog wijd open. De Britse premier Theresa May, die vandaag haar aftreden bekend maakte, kan erover meepraten. Ook de Tories lijken een zinkend schip, net als Labour trouwens.

Een andere cloud manager die ooit werd afgetroefd door de gevestigde macht, was Erasmus. De katholieke kerk – Het Kartel van de Middeleeuwen – stond hem in de weg. Maar hij deed een lovenswaardige poging om de kerk humaner te maken, en dat in schitterende taal.

De Heilige Geest is neergedaald in de gedaante van een duif, niet als een adelaar of havik.

Niets is goedkoper dan om zich van de ernstigste levensvragen met een dooddoener af te maken.

Men moet het huwelijk eerbiedigen, zolang het nog maar een vagevuur is, maar het ontbinden als het een hel wordt.

Wat een plompe geest! Ik vermoed dat het een Hollander was.

  • Nieuw

  • Reacties