Picasso op papier in Kunsthal

7795-picasso-op-papier-in-kunsthal

Picasso op papier: 9 februari t/m 12 mei 2019

Voor Pablo Picasso (1881-1973) was grafiek een kunstvorm waarin hij naar hartenlust kon experimenteren. Picasso maakte meer dan 2500 prenten in de meest uiteenlopende technieken. Museum Boijmans Van Beuningen heeft bijna vierhonderd prenten in zijn collectie, waarvan nu meer dan zeventig werken in de Kunsthal te zien zijn.

Hoogtepunten in de tentoonstelling ‘Picasso op papier’ zijn de kleurenlino’s van stillevens, stierengevechten, mythologische voorstellingen en vooral vrouwen. De techniek van kleurenlino’s leerde Picasso zichzelf aan in 1958, toen hij al ver in de zeventig was. Deze tentoonstelling is ook het startpunt van ‘Boijmans bij de Buren’, een samenwerking tussen Rotterdamse musea om delen van de Boijmans collectie komende jaren tijdens de renovatie zichtbaar te houden in de stad.


Meesterlijke beheersing van de linotechniek
Tot de hoogtepunten behoort zonder twijfel de reeks van acht opeenvolgende proefdrukken van de kleurenlino ‘La Dame à la Collerette (1962)’. In deze serie met het portret van Picasso’s vrouw Jacqueline in historische kledij is prachtig te zien hoe de kunstenaar bij het maken van een prent te werk ging. In ‘La Dame à la Collerette’ komen twee facetten van Picasso’s kunstenaarschap samen: zijn meesterlijke beheersing van de linotechniek en het in zijn werk steeds terugkerende thema van de vrouw.

De vrouw als muze en model
Niet alleen in Picasso’s leven, maar ook in zijn werk hebben vrouwen een belangrijke rol gespeeld. Picasso’s creativiteit werd zelfs zo gestimuleerd door de levensgezellin of geliefde van dat moment, dat zijn omvangrijk oeuvre ook wel wordt ingedeeld naar de periode dat hij met een bepaalde vrouw samen was. Op een ets uit 1905, een van zijn vroegste prenten, komen we Madeleine tegen, een model waarmee hij een korte relatie had. De jonge Marie-Thérèse Walter, zijn minnares vanaf 1927, was de voornaamste muze voor de ‘Vollard Suite’ uit 1930-37. Deze serie is een hoogtepunt in Picasso’s grafische oeuvre. In de ‘Vollard Suite’ treedt de vrouw, in tal van variaties, op als model van een beeldhouwer. Ook wordt ze bemind en bespied door de minotaurus, half mens, half stier, in composities met sterk surrealistische trekken. In het late grafische werk blijven erotiek en voyeurisme belangrijke thema’s. Jacqueline Roque (1927-1986) is Picasso’s laatste levenspartner. Van alle portretten die Picasso heeft gemaakt, vormen die van Jacqueline de grootste groep.

Kunsthal tijdens Boijmans bij de Buren
De Kunsthal werkt mee aan het zichtbaar houden van de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen als onderdeel van het stadsbrede project ‘Boijmans bij de Buren’ waarin acht locaties participeren. Voor een periode van januari 2019 tot en met januari 2020 zijn in samenwerking met Museum Boijmans drie tentoonstellingen in de Kunsthal te zien. Na ‘Picasso op papier’ is vanaf 25 mei een tentoonstelling met prenten van Giovanni Battista Piranesi te zien. In het najaar volgt een tentoonstelling over landschappen.

Meer over Boijmans bij de Buren
De internationale collectie van Museum Boijmans Van Beuningen waaiert uit over Rotterdam. Zo’n 500 topstukken vinden de komende jaren bij acht buurlocaties in elf tentoonstellingen een plek. Bij de ‘Buren’ ontstaan nieuwe dwarsverbanden en ontmoetingen tussen de collectie van Boijmans en die van de gastlocatie. Zo blijft de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen deels te zien tijdens de renovatie van het museumgebouw. Een grootse samenwerking tussen Rotterdamse instellingen!

Alle locaties en tentoonstellingen: www.boijmans.nl/buren

Afbeeldingen: © Pablo Picasso, Buste de femme d'après Cranach le Jeune, 1958 / Buste de Femme au Chapeau, 1962 / La Dame à la Collerette (Portrait de Jacqueline à la Fraise), 1962;

Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, c/o Pictoright Amsterdam 2019,

foto: Studio Buitenhof, Den Haag

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties