De Literaire Salon

7695-de-literaire-salon

Poëzie: is dat een kwestie van aangeboren talent of kan iedereen gedichten leren schrijven? Dat er cursussen gegeven worden en er een vakopleiding bestaat die dichters aflevert, suggereert dat het ook een aan te leren vaardigheid is. Hoe verhoudt het talent van een dichter zich tot zijn vakmanschap?

In het programma Kun je poëzie leren? - op 2 december in Theater ’t Kapelletje - komen drie schrijfdocenten en zes dichters aan het woord.


Voor de pauze: een gesprek over schrijfonderwijs
Poëzie begint met waarnemen, het vinden van woorden en het zoeken van een vorm. Voor veel mensen houdt het daarmee op. Ze schrijven voor hun plezier en als zij erin geslaagd zijn wat ze zien, horen of voelen op papier te zetten, is het doel bereikt. Er zijn ook dichters die meer ambiëren, die streven naar een officiële publicatie en als dichter door het leven en de literatuur willen gaan.

Gerry van der Linden is behalve dichter ook docent aan de schrijversvakschool in Amsterdam, een vierjarige opleiding die studenten opleidt tot schrijvers, dichters of essayisten. Gerry van der Linden begeleidt studenten dus richting een professioneel dichterschap.

Ook Peter Swanborn is dichter. Hij geeft al jaren cursussen aan mensen die dichten en zich daar verder in willen bekwamen. Ambiëren zijn cursisten iets anders dan de studenten aan de schrijversvakschool? En als dat zo is: hoe richt je schrijfonderwijs dan in?

Dean Bowen werd met zijn bundel Bokman dit jaar genomineerd voor de C. Buddingh’ Prijs. Daarmee maakt de spoken word artiest die hij was een stap richting poëzie. Hij geeft les in het voordragen van teksten.

Na de pauze: presentatie bundel Hexagoon
Het werk van zes van de cursisten van Peter Swanborn verschijnt in de bundel Hexagoon, die na de pauze gepresenteerd wordt. Natuurlijk dragen Eddy Geerlings, Pieter Loef, Rob de Moes, Betty van Rijk, Maria Ros en Els van Teeffelen voor uit eigen werk, maar eerst vertellen ze over wat ze wilden leren en beoordelen ze of dat gelukt is. Verder kijken ze vooruit: welke vorm willen ze dat hun dichterschap aan gaat nemen?

Muzikale omlijsting
Het programma Kun je poëzie leren? wordt muzikaal omlijst door Eveline de Bruin, die niet alleen maar eigen teksten schrijft, maar ook gedichten van anderen op muziek zet.

Waar: Theater ’t Kapelletje, Schiekade 45-47, Rotterdam

Wanneer: 2 december, 14.00 tot 16.00 uur, zaal open om 13.30 uur

Entree: € 7,00 (kaarten reserveren kan op http://theaterkapelletje.nl/)

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties