Expo Hansje de Reuver druk bezocht

7661-expo-hansje-de-reuver-druk-bezocht

(Door Jim Postma)

De expositie van Hansje de Reuver getiteld Con Amore met fotografieën en schilderwerken is afgelopen zondag geopend met een speech van uitgever Pieter Kers. De expo bij Hans Walgenbach Art & Books in de Gouwstraat 15 in Rotterdam-Zuid is nog te bewonderen tot en met zaterdag 8 december.

De tentoonstelling (zie foto’s) werd druk bezocht met bekende Rotterdamse kunstenaars en kunstliefhebbers zoals bijvoorbeeld Andrea Vos, Rosalie Peters, Elin Haitsma, Max Wijlacker, Mieke van Quasie-modo, Vicky Jongsma, Jacqui Burger, David de Gier, Einar Been, Jentius Hogendijk, Rommert Boonstra, Rob Peters, Siem Burger, Danny van Walsum, Jan Oudenaarden, Hans Sibarani, Siep Fiets, Max Franke, Fons Burger en nog vele anderen.


De ‘bijzondere winkel’ van Hans Walgenbach aan de Gouwstraat 15 is open op vrijdag en zaterdag vanaf 13.00 uur. Alle foto’s en schilderijen zijn te koop.

Fotobijschrift: Hansje de Reuver (rechts) hier samen met Rosalie Peters en Einar Been.

-.-

Hieronder de speech van Pieter Kers.

Lieftallige aanwezigen, lieve Hansje,

Als er bij iemand de Maas door de aderen stroomt is het Hansje de Reuver wel. Zij is volgens mij de ultieme Rotterdamse, het type met niet alleen een grote bek, maar bovendien en vooral een heel groot hart. Ik heb haar goed leren kennen toen we samen, ondersteund door de stille kracht van Erik Brus, werkten aan Ken zo in Boijmans, het boek dat zij initieerde en ik publiceerde ter gelegenheid van de 80e verjaardag van haar soul-mate Frans. Ik maakte in die periode voor het eerst echt kennis met haar werk en heb sindsdien het gevoel persoonlijk getuige geweest te zijn van het Rotterdamse culturele leven in de vroege jaren '80, terwijl ik toen toch echt nog maar een puber was. Hansje echter stond er toen, en staat er nog, middenin. Zij nam in die tijd een camera ter hand en werd chroniqueur van een tijdperk, veel van haar foto's worden nog steeds gebruikt.

Ik weet niet of Hansje zich van haar roeping op jonge leeftijd al bewust was, maar wel dat al vroeg zichtbaar was wat later essentieel werd voor haar werk. Ik bedoel daarmee niet zozeer artistiek verlangen, al was dat er ongetwijfeld toen ook al, maar emotie, lef en ook zorgzaamheid en persoonlijke toewijding. Hansje is er niet alleen voor zichzelf, ze is niet voor niets haar werkzame leven begonnen als sociaal werker, waarbij ze overigens tijdens haar baan in de avonduren een HBO-opleiding Sociaal Cultureel Werk afrondde, over toewijding gesproken.

Op de foto hierboven: De toegestroomde menigte vlak voor de opening van de expo van Hansje de Reuver bij galerie Hans Walgenbach. Rechts bovenaan met de rode sjaal uitgever Peter Kers, voor zijn toespraak. (Foto: Marijke Kers.)

Hansjes artistieke reis begon rond 1980. Al in 1978 was ze met haar toenmalige levensgezel Adriaan Monshouwer mee naar Vietnam als cameraassistente en het duurde daarna nog even, maar vanaf begin jaren '80 is er geen houden meer aan. Ze ontdekte de fotografie als medium en stortte zich vol overgave in het vak. Het eerste werk dat ze zelf vermeldenswaard vindt en waarvan de vruchten ook op deze expositie zichtbaar zijn, zijn de film-stills die ze maakte voor"Het veld van eer", de film die Bob Visser maakte over de oorlog die vandaag precies honderd jaar geleden tot een einde kwam. Hansje is terecht trots op dit werk, want het is zo sterk dat ik ook nu niet kan wachten om die film een keer te zien.

Toch was dat pas de opmaat tot het werk waarin het beste in haar bovenkwam, de fotografie van De Rotterdamse Mensch. Zo'n beetje vanaf het midden van de jaren '80 werd Hansje een voorname fotograaf van het Rotterdamse, culturele wereldje. Ze ontwikkelt in die tijd een pure, directe stijl en fotografeert onopgesmukt wat haar raakt of wat ze mooi vindt.

Foto hierboven: Hansje de Reuver op de achtergrond bij haar expositie in de winkel van Hans Walgenbach.

De pure kwaliteit van haar foto's zijn het resultaat van haar aanpak, wat ze maakt komt recht uit haar hart."Als fotograferen niet van binnen komt laat mij er dan maar buiten" dichtte Frans Vogel daarover. Het bewijs voor deze aanpak is in veel series terug te vinden zoals bij de Rotterdamse jongens met hun moeder, met overigens o.a. de niet onaardige alliteratie Vaandrager-Vogel-Visser voor de camera. Deze serie, die misschien wel zijn oorsprong vond in het veel te vroege overlijden van haar broer Wim, laat bijzonder goed haar persoonlijke betrokkenheid bij haar werk zien. Sommige fotografen maken er een sport van om te verdwijnen in de omgeving, als de spreekwoordelijke vlieg op de muur, maar Hansje deed precies het omgekeerde. Zij was echt bij de situatie betrokken, je krijgt als je de foto's ziet het gevoel dat ze hield van de mensen die ze fotografeerde en het is daarom dat de kijker ook nu nog het gevoel krijgt die ie er zelf ook bij was.

Dat dat goed uitpakt en niet klef wordt of zo, komt volgens mij door een combinatie van twee factoren. Enerzijds is dat het ontbreken van enige gène, Hansje sprong ergens voor (dat is nog terug te zien in de film Exiting) en iedereen werd zonder pardon vol in z'n smoel gefotografeerd. Maar het is ook haar zorgzame en liefdevolle toewijding aan de mensen, meestal creatieve, vrije en soms ook verwrongen geesten, die voor haar camera kwamen en door haar mooi maar oprecht verbeeld werden. Niet voor niets dichtte Hans Sleutelaar over Hansje "Voor talent is zij moeder, engel en loeder ineen". Een voorbeeld van haar aanpak is de reeks portretten van Cor Vaandrager. Hij was een moeilijke, getormenteerde man maar op foto's van Hansje kun je zien dat hij haar genegenheid vertrouwde en op z'n gemak was. Dat was niet mogelijk geweest zonder haar persoonlijke toewijding.

Foto hierboven: Een van de foto's van Hansje de Reuver bij de verfilming van 'Veld van eer' van producent Bob Visser over de Eerste Wereldoorlog.

Er volgden na al die Rotterdamse jongens en hun moeder een groot aantal andere projecten die de Rotterdamse cultuur mede op de kaart zetten en Hansje heeft daarbij vele opdrachten voor lokale en nationale media mogen maken. Uiteindelijk leidde al dat werk tot een aantal publicaties waarvan je er één met recht een klein magnum opus kunt noemen, het boekje Rotterdamsche Mensch dat in 2003 het levenslicht zag.

Sindsdien heeft, mede onder invloed van kunstenaar Willem van Drunen, ook een andere discipline haar aandacht getrokken. Al aan aantal jaren profileert Hansje zich namelijk ook als schilder en net als bij haar fotografie legt ze ook nu een ongepolijste, persoonlijke stijl aan de dag. Dit is ondermeer meer zichtbaar in het materiaal waar ze veel op werkt. Maar er is ook een opvallend verschil met wat haar fotografie zo kenmerkte. Want in tegenstelling tot het rumoerige van dat werk maakt ze als schilder mooie, verstilde keuzes. Ik ben benieuwd waar deze esthetiek nog toe gaat leiden.

Lieve Hansje, je mag trots zijn op wat je vandaag aan iedereen laat zien. Op zoek naar afsluitende woorden van het type persoonlijke boodschap, realiseerde ik me dat ik het nooit beter zou kunnen zeggen dan Hans Sleutelaar deed in het gedicht Liedje dat hij voor jou schreef ter gelegenheid van je tot nu toe laatste publicatie "Rotterdamsche Mensch, een fragment". Ik heb aan die tekst niets toe te voegen, wat hij dichtte luidt als volgt:

Wie kent haar niet?
Markante muze van de
maaskant – HdR te R.

Voor talent is zij moeder,
engel en loeder ineen.
Gebekt als zij: geen.

Jij stoot, spetter, droom
van een vrouw – hebbie
d'r haar op of touw?

Foto hierboven: Twee frontsoldaten uit de film 'Veld van eer' gekiekt door Hansje de Reuver.

Foto: Max Franke

Foto: Hansje de Reuver

Foto: Hansje de Reuver.

Credits voor filmpje: Max Franke.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties