Jan Henderikse - Alles en Niets: 3 mrt. t/m 1 0 juni. 2018

7060-jan-henderikse-alles-en-niets-3-mrt-t-m-1-0-juni-2018

Na succesvolle tentoonstellingen met de nul-groep, Jan Schoonhoven en herman de vries presenteert het Stedelijk Museum Schiedam een groots overzicht van het jongste lid: Jan Henderikse. Hij maakt radicale kunst, van afval en alledaagse producten als kratten bier, centen en kurken. Ook verheft hij de eenvoudige dingen van het leven tot kunst. Soms oogt het leeg, dan weer overdadig: alles en niets. Het is voor het eerst dat het werk van Jan Henderikse (Delft, 1937) op zo’n grote schaal is te zien. Jan Henderikse. Alles en Niets loopt van 3 maart t/m 10 juni 2018 en bevat een nieuwe installatie die hij speciaal voor deze tentoonstelling maakte.

Afbeelding: Jan Henderikse, Cut-rite, 1966, Collectie Centraal Museum

Liefde voor afval
Het werk van Henderikse is geworteld in nul, maar door zijn radicale aanpak en het gebruik van verschillende media heeft het ook te maken met nouveau realisme, popart, Fluxus, conceptuele kunst en appropriation art. Over zijn materiaal zegt Henderikse: ‘Voor mij had het werken met afval vooral ook met liefde te maken. De liefde van mensen voor al die spullen en dingen. Vandaag is het ‘begeerte’ en morgen is het ‘afval’. Dat houdt me bezig. Mij interesseert álles wat de mens beweegt!’

Wilhelmus
Jan Henderikse verklaart de werkelijkheid tot kunst, door begin jaren zestig een geschreven versie van het Wilhelmus te signeren. Op die manier maakt hij het volkslied tot kunstwerk. Ook verklaart hij alle artikelen uit de Hema tot kunst en betitelt hij een Amsterdams filiaal van het warenhuis als kunstwerk. Als hij dat wil signeren als ‘grootste ready-made assemblage van Jan Henderikse’ bedankt de Hema vriendelijk en gaan de plannen niet door.

Van God los
Jan Henderikse. Alles en Niets bevat werk van privéverzamelaars en musea in Nederland, België en Duitsland. Uit de eigen collectie komt Kratjeswand, dat de kunstenaar in 1962 voor de nultentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam maakt. Het stond ook in het Guggenheim Museum in New York. In Amsterdam wil Henderikse twintig kratten bier van de marmeren trap gooien. ‘Ik zag het helemaal voor me, zo’n fantastische schuimlaag op de museumvloer.’ Ook stelt hij voor om een flitsapparaat bij de uitgang te plaatsen zodat bezoekers nog dagenlang vlekken voor de ogen hebben. ‘Echt kunst om mee te nemen’, vindt Henderikse. Directeur Willem Sandberg keurt het af en vraagt: ‘Ben je van God los?’

Common Cents
Op de tentoonstelling zijn ook de muntenreliëfs van Henderikse te zien die hij in de jaren zestig exposeert onder de titel Jan Henderikse uses Commom Cents. Daarover zegt hij: ‘Het was een titel met een aardige dubbele bodem. Ik heb altijd gevonden dat je als kunstenaar je gezonde verstand moet gebruiken. Kunstenaars moeten niet te veel filosoferen over hun eigen werk, dat brengt alleen maar ellende en flauwekul. Onleesbare onzin, tot aan Mondriaan toe.’

Money is art, art is money
Veel muntenreliëfs ontstaan in New York waar hij in de jaren zestig in het befaamde Chelsea Hotel woont met buren als Leonard Cohen en Janis Joplin. Jan Henderikse: ‘De lobby hing stampvol met kunstwerken van bewoners, waaronder ook een muntenreliëf van mij. Tot op zekere dag twee jongens de lobby uitrenden met mijn reliëf onder de arm! Sindsdien weet ik het zeker: ‘Money is art, art is money’.’

Mislukte en afgedankte foto’s
De jaren tachtig ziet Henderikse als het einde van de traditionele ‘sta- en hangkunst’. Hij begint te filmen en verzamelt oude, afgedankte of mislukte foto’s. Henderikse is een van de eerste kunstenaars die daar de kwaliteit van ziet. Op de tentoonstelling is de serie Welcome all aboard te zien. Het zijn de niet verkochte foto’s van mensen die op de loopplank van een cruiseschip staan. Henderikse: ‘De foto’s spraken me aan omdat ze zo stereotype waren, een herhaling van telkens weer dezelfde afbeelding, altijd weer in dezelfde pose.’

Nul en opvolgers
Nadat Henderikse zich in 2000 in Antwerpen vestigt, pendelt hij tussen New York en België. Het assembleren van alledaagse objecten blijft zijn grote liefde. Speciaal voor de tentoonstelling maakt hij een nieuwe installatie. Jan Henderikse. Alles en Niets past in de serie tentoonstellingen die het Stedelijk Museum Schiedam wijdt aan kunstenaars van de nulgroep en andere kunstenaars uit de jaren zestig. Op het programma stonden eerder de tentoonstellingen nul = 0, de Nederlandse nulgroep in een internationale context (2011), herman de vries – all (2014), De werkelijkheid van Jan Schoonhoven (2015) en Eye Attack, Op Art en kinetische kunst (2016).

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties