IFFR: ‘Sleutelaar is hier’

6983-iffr-sleutelaar-is-hier (Door Ronald Glasbergen)


Een paar jaar geleden vestigde dichter-journalist Hans Sleutelaar zich na vijftig jaar opnieuw in Rotterdam. Hij had samen met zijn vrouw Kristien in Thailand en daarvoor in Frankrijk gewoond. Zij werd ziek, daarom keerden ze terug.

Haar broer, cameraman Stephan Warmenhoven besloot een film over hem te maken. Dat werd ‘Sleutelaar is hier’. Dankzij de maker en de dichter is het een Rotterdams meesterstuk.

Kent u de wet van schrijver Sleutelaar? Hij zegt dat je altijd de helft van de tekst moet schrappen. Hij was befaamd als redacteur van Johnny van Doorn en Jan Cremer. De film vertelt direct aan het begin dat Sleutelaar de zwijgende dichter werd genoemd. De teksten van de Voice Over van de filmmaker passen daarbij: ‘Hij is een weinigschrijver, van veelschrijverij moet hij helemaal niks hebben’.


De in 1935 geboren dichter spreekt zoals hij schrijft, bondig en trefzeker. Hij vertelt over zijn vriendschap met Cor Vaandrager, die hij ontmoette toen hij met zijn jazzcombo optrad. Vaandrager was de man die de kaartjes scheurde. De film vertelt en laat Sleutelaar aan het woord over geschiedenissen , die voor kenners van de Rotterdamse literatuur inmiddels legendes zijn geworden. Over de tijdschriften ‘Gard Sivik’ en ‘De Nieuwe stijl’, de Bende van Vier, bestaande uit de jonge dichters Cornelis Bastiaan Vaandrager, Armando, Hans Verhagen en Hans Sleutelaar.

‘Wollt Ihr die totale Poesie?’ dichtte Sleutelaar ooit in Gard Sivik een eenregelig gedicht, naar hij zelf zegt uit tijdgebrek. Bedoeld en onbedoeld lijken de commentaren van de dichter vaak ook al dichtkunst. Hij vertelt over Gard Sivik, het roemruchte Vlaams Rotterdamse tijdschrift .

Met Armando schreef Sleutelaar het interviewboek ‘De SS'ers: Nederlandse vrijwilligers in de Tweede Wereldoorlog’. Dat ging, vertelt hij, volgens de Gard Sivik principes van hem en zijn vriend Vaandrager: ‘isoleren en annexeren’ Daarmee wordt bedoeld dat fragmenten uit het gewone leven, in dit geval uit de verhalen van ex SS'ers, gefilterd en tot ‘eigen’ literatuur gemaakt werden.

Steeds langs de dichtkunst en pingpongend tussen heden en verleden, zoals wanneer Sleutelaar een gedicht uit een cyclus van Armando over de dood voorleest: ‘als er twee ogen sluiten komt er heel wat kijken’.

We zien de kunstenaar Lucio Fontana aan het werk met één van zijn perforatiedoeken en we horen hoe Sleutelaar gehecht is aan twee kleine zeefdrukjes van Yves Klein. Hoe hij telkens aan wie erom vraagt, even bondig uitlegt wat de betekenis van die monochrome kleurvlakken is. Hoe hij vertelt over zijn werk bij het weekblad de Haagse Post, of als redacteur die op verzoek van de uitgever Jan Cremer moet overhalen aan het schrijven te gaan, of we luisteren naar de nuchtere bespiegelingen van Hans Sleutelaar. Zijn intussen overleden vrouw Kristien is de hele film door voelbaar aanwezig.

Er zijn eigenlijk, zoals haast in alle films, twee films: de taalfilm die de inhoud bepaalt en de beeldfilm die je de werkelijkheid met andere ogen laat beleven. De dichter is instrument van de taal,vindt Sleutelaar in een gesprek met Jules Deelder, niet andersom. De taal laat de dichter spreken.

Niet onvermeld mag blijven dat in de gedichten en talloze observaties die Sleutelaar vertelt over Rotterdam, als hij er weer eens terugkeerde, altijd iets van noodlot in de lucht hangt. Veel gedichten getuigen ervan zoals ‘Herinnering’: ‘Rotterdam is een godverlaten kade / onder koud lamplicht, zwavelgeel, / en een zwarte maandoorvlaagde wade / omspant het onuitsprekelijk geheel.’ Of de strofen in het prachtige ‘Rotterdam Revisited’ met ‘de Hef waakt stil over dit verbeten leven.’

Maar het noodlot is inmiddels aardig uit de lucht in deze stad. De filmer intussen, is geen fly-on-the wall maar discreet genoeg, om zijn onderwerp intact te laten. Hij maakte een fascinerende en ontroerende oer-Rotterdamse film. Met dank aan de dichter die ons als instrument van zijn nuchtere maar beeldrijke taal, tot aan het einde van de film beroert.

De film ‘Sleutelaar is hier’ van Stephan Warmenhoven duurt 57 minuten en draaide vrijdag 26 januari op de Rotterdam Dag van het IFFR.

‘Sleutelaar is hier’ wordt ook aanstaande zaterdag 3 februari om 17 uur uitgezonden door RTV Rijnmond,

Bron portretfoto(otje): Vera de Kok - bron onderste foto: IFFR

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties