Toppianiste Nino Gvetadze in Westvest90-kerk Schiedam

6952-toppianiste-nino-gvetadze-in-westvest90-kerk-schiedam


De in Georgië geboren en in Nederland woonachtige pianiste Nino Gvetadze speelt vrijdagavond 26 januari in de Westvest90-kerk in Schiedam. Op het programma staat onder meer 24 Preludes, opus 28 van Frédéric Chopin, een werk van haar nieuwste cd. Tijdens het concert zal Nino ook enkele stukken toelichten.

Nino Gvetadze beleefde haar grote doorbraak in 2008, toen zij de tweede prijs, de persprijs en de publieksprijs won tijdens de International Franz Liszt Piano Competition. Twee jaar later veroverde ze in Engeland de prestigieuze Borletti-Buitoni Trust Award. Sindsdien geeft Nino concerten over de hele wereld en soleert ze met grote orkesten onder leiding van onder meer Michel Plasson en Jaap van Zweden. Recensenten prijzen haar vermogen om virtuositeit altijd in dienst te stellen van poëzie en verbeeldingskracht.

Programma
- SchumannKinderszenen, opus 15
- BrahmsTwee intermezzo’s voor piano
- Liszt Spanish Rhapsody
- Chopin24 Preludes, opus 28
- Pianiste Nino Gvetadze

Vrijdag 26 januari 2018, aanvang 20.15 uur

Locatie: Westvest90-kerk, Westvest 90, Schiedam

Tickets & Info: www.westvest90.nl en 010-4260756. Voorafgaand aan het concert zijn er vanaf 19.30 uur ook kaarten verkrijgbaar in de kerk, tenzij uitverkocht.

Jeroen Waardenburg :
Westvest tja............dus gewoon de kerk van de Protestantenbond,nog een werkende kerk en voor een protestantse kerk een mooi kerkje.Hartje Schiedam.
pianiste Nino Gvetadze daar al het nodige van gehoord;wij kunnen niet anders zeggen PRACHTIG!!!

woensdag 17 jan 2018

Ronald Sörensen :
Schitterende vrouw en adembenemende muziek.(kan ook andersom)

woensdag 17 jan 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties