Moreau, Malle en de 'Birth of Cool'

(Door Ronald Glasbergen)

Begin december 1957 reist jazztrompettist Miles Davis naar Parijs voor een serie concerten. Aankomend regisseur Louis Malle voltooit op dat moment zijn eerste speelfilm. Het is een tikje ongewone ‘film noir’. De B-story is klassiek noir, de A- story bestaat hoofdzakelijk uit een wanhopige held opgesloten in een lift en los daarvan de zich bedrogen wanende heldin gespeeld door Jeanne Moreau die in de nacht op zoek is naar haar geliefde.

'Ascenseur pour l'échafaud' / 'Lift naar het schavot' is de titel. Voormalig parachutist en Indo-China veteraan Julien Tavernier (Maurice Ronet), gaat na zijn ontslag uit dienst werken bij Simon Carala (Jean Wall) een rijke wapenhandelaar in Parijs. Tavernier en de vrouw van Carala, de jonge Florence (Jeanne Moreau) worden verliefd. Dat is allemaal backstory.


De film begint met een hartstochtelijk telefoongesprek tussen Julien en Florence. Kort daarna bedreigt Tavernier een sarcastische en totaal niet bange Carala met een pistool. Pas als Carala zich erover verbaasd hoe Tavernier aan zijn pistool komt, wordt hij onrustig. Even later is Carala dood. Van dichtbij door het hoofd geschoten. Tavernier doet er alles aan om het op zelfmoord te laten lijken. Hij is via de gevel naar Carala's verdieping geklauterd en weer terug. De collega in de kamer tussen de zijne en het trappenhuis weet niet betere of hij heeft zijn kamer niet verlaten. Samen met de collega verlaat Tavernier als laatste het pand. Hij loopt naar zijn auto een riante Amerikaanse cabriolet die geparkeerd staat voor een bloemenwinkel. Alles loopt voor Tavernier volgens plan. Hij start de auto, opent het dak en werpt nog één blik naar de overzijde naar de etage waar hij vandaan komt. Hij heeft het touw vergeten dat hij bij zijn geveltoerisme gebruikt heeft. Hij snelt terug het gebouw in neemt de lift naar boven. Op dat moment schakelt een portier de stroom uit en lift met daarin Tavernier zit vast. Buiten maakt het opgeschoten vriendje van het meisje van de bloemenwinkel zich van de auto meester. Buitenkansje voor een joyride met zijn vriendin in wagen van Tavernier.

Noël Calef, een Bulgaarse emigrant schreef het verhaal, of eigenlijk de twee verhalen. Hijzelf was in de jaren dertig naar Frankrijk gekomen, overleefde de oorlog in interneringskampen in Frankrijk en Italië. Hij was getalenteerd, sprak vloeiend meerdere talen en schreef een twintigtal boeken. In 1958 worden twee boeken van hem verfilmd. Beide met Jeanne Moreau in een hoofdrol. 'Échec au porteur' van Gilles Grangier en Louis Malle's 'Ascenseur pour l'échafaud'. Malle schreef zelf mee aan het scenario. Louis Malle was voordien cameraman geweest voor Jaques Cousteau en had onder meer diens Oscar winnende documentaire 'The Silent World' (1956) gefotografeerd. Daar was het mede aan te danken dat hij nu als vijfentwintigjarige de kans kreeg een speelfilm te maken. De camerastijl in 'Ascenseur’ heeft veel trekken van een documentaire.

Jeanne Moreau was op dat moment op zijn minst in Frankrijk al een ster. Ze had in grote toneelstukken op het podium had gestaan en ze had naast Burt Lancaster in 'The Train' en Jean Gabin in 'Gas Oil' hoofdrollen gespeeld. Behalve talentvol, leidde ze een onstuimig leven. Sacha Distel zal later over haar zeggen dat ze een tornado in de liefde was, de vleesgeworden droom van de jonge mannen die ze kende. Louis Malle werd in 1958, het jaar dat de film uitkwam, zesentwintig jaar oud. Jeanne Moreau was vier jaar ouder. Ze kregen een relatie. Het was één van de grote liefdesrelaties in beider leven. Van de films die haar grote internationale roem zouden bezorgen was de noir-tragedie 'Ascenseur pour l'échafaud', de eerste.

Toen de film op de montagetafel lag, ontbrak de muziek. Van trompettist, arrangeur en jazzgrootheid Miles Davis was in 1957 het album 'The Birth of Cool' uitgekomen met daarop arrangementen uit de jaren '49 en '50. Hij zou een tournee van een paar maanden door Frankrijk maken. Over het contact van Malle en Davis gaan verschillende verhalen, die elkaar overigens niet uitsluiten. Evenals in film kan je de waarheid en de werkelijkheid van verschillende kanten bekijken. Twee biografen van Miles Davis vertellen in hun boek dat Juliette Greco, een voormalige geliefde van Miles Davis, hem bij Louis Malle geïntroduceerd had. Louis Malle zelf vertelde later in een interview dat hij de organisator van Miles Davis's concerten in Frankrijk, Marcel Romano, gevraagd had om Miles bij aankomst in Parijs te vragen of hij de soundtrack wilde improviseren: 'Miles stemde in maar met de mededeling dat hij nog nooit iets dergelijks gedaan had en dat hij eerst wilde zien of de film hem zou bevallen’.

Een opnamesessie werd afgesproken voor de avond van vierde december 1957. Miles Davis, drummer Kenny Clarke en een drietal Franse sessiemuzikanten kwamen samen met Louis Malle en een aantal technici in de voormalige radiostudio van Poste Parisien in Parijs. De uren tot aan tot middennacht, vertelt Malle later, was er nog geen noot opgenomen. Er werd gekeken, gerookt, gepraat. Miles Davis was een trompetist met brede kennis van muziek die altijd op onderzoek uit was. Rond 12 uur begon Miles, voor het doek waarop verschillende fragmenten geprojecteerd werden, te spelen. Er is een filmopname van hem die nacht, een sigaret in dezelfde hand waarmee hij ook de ventielen van zijn trompet bespeeld. Om vier uur in de ochtend zitten de opnamen erop. Als het album van het jaar er voor de 'Birth of Cool', de geboorte van cooljazz vertolkte, dan waren de ijle heldere trompetsolo’s die hij hier in de Parijse nacht speelde de 'cool' zelf. In de film waarin maar een klein deel van de opgenomen muziek gebruikt wordt, zullen beeld en muziek elkaar naadloos aanvullen en versterken. Voor alle drie de helden van dit verhaal was het een nieuwe ervaring. Voor Miles Davis die voor het eerst een soundtrack improviseerde, voor Malle die zijn eerste speelfilm maakte, voor Moreau die naadloos de artistieke driehoek van muziek, film en spel voltooide.

Miles overleed in 1991, Malle in 1995. Jeanne Moreau op 31 juli 2017. Ze was een groot, icoon van de Franse naoorlogse cinema. Misschien wel de grootste. Kijk naar Florence in 'Ascenseur pour l'échafaud' van Louis Malle, naar Catherine in 'Jules et Jim’ (Truffaut,1962), naar Lidia in 'La Notte' (Antonioni, 1961) naar Celestine in ''Dagboek van een kamermeisje' Bunuel, 1964, luister naar Lysiane in ‘Querelle’ (Fassbinder, 1982) of bekijk haar als gokverslaafde peroxide blondine in 'La Baie des Anges' (Demy,1962) of haar rollen in meer dan honderddertig speelfilms, luister vooral naar haar chanson 'Le vrai scandale c'est la mort' en je begrijpt een beetje wat de magie van de actrice was, waarom de recente dood van chansonnier en actrice Jeanne Moreau, warmbloedig symbool van 'cool', zoveel waardering en emotie losmaakt.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De beste keeper


Zegt de bejaarde man aan de bar zo luid mogelijk:

‘Mijn vrouw is de allerbeste keeper van de wereld.

Zij is de enige die twee ballen tegelijk kan stoppen!’


Wim de Boek

  • Nieuw

  • Reacties