Veiling Looijschelder met veel lentezon

(Door Jim Postma)

Als de organisatoren van de veiling van de kunstwerken van Louis Looijschelder in Galerie Kralingen afgelopen zaterdag alles van tevoren hadden geweten, dan was die zeker verplaatst geworden naar ‘een rainy day’. De ideale dag dus om kunstveilingen te houden, maar nu gooide eigenlijk de eerste fraaie lentedag qua bezoekers een beetje ‘roet in het eten’.

Hierboven: Veilingmeester Kees Vrijdag heeft er duidelijk zin in tijdens de veiling van de werken van Louis in Galerie Kralingen. (Foto © Rinus Vuik)

Op weg naar de Gashouderstraat (Galerie Kralingen) zaten de terrassen langs de Oude Dijk vol met massa’s zonaanbidders. Louis Looijschelder zelf verklaarde na afloop van zijn toch nog wel geslaagde veiling een oude koopmansspreuk: ‘Vrouwen bloot, handel dood.’ Hij kon er gelukkig zelf nog om lachen.

Hierboven: Gelachen werd er volop tijdens de veiling. Links Wim de Boek, een van de mede-organisatoren, naast hem gastvrouw en gastheer Micheline Nijsten en Georges Knap, de galeriehouder. (Foto © Rinus Vuik)

Aan de bijzonder humorvolle veilingmeester Kees Vrijdag met zijn bekende humor heeft het zeker niet gelegen. Alleen het bieden ging wat trager dan verwacht. Niettemin was het ook weer een hele leuke reünie van oude bekenden uit het inmiddels (qua leeftijd) toch uit redelijk uitgedunde kunstwereldje. Een van de ongetwijfeld nestors daarin was daarin de bekende Rotterdamse uitgever Willem Donker.

Hierboven: Kees Vrijdag heeft weer een werk van Looijschelder verkocht. Louis zelf op de achtergrond gelooft het kennelijk wel. (Foto © Rinus Vuik)

Hij wist te vertellen dat onlangs zijn goede vriend en collega Cees van Maurik (82) is overleden en inmiddels afgelopen maandag in Crooswijk is gecremeerd.

Hierboven: Biedingen vanuit de zaal. (Foto © Rinus Vuik)

De toch nog immer goedlachse Louis Looijschelder, inmiddels zelf ook niet meer de jongste, nam er nog maar eens een goed glas wijn op en zei daarbij toch vrolijk: ‘Cést la Vie!’ Vele van zijn bezoekers volgden hem gelukkig daarin spontaan. En zo werd het uiteindelijk toch nog voor alle medewerkers een prachtige lentedag met de gebruikelijke stralende nazit.

Hierboven: Kunstenares Liesbeth van Ginneken showt hier een van de werken van Louis (Foto © Rinus Vuik)

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties