Bob van Persie met ‘One man – Full House’

6458-bob-van-persie-met-one-man-full-house

(Door Jim Postma)

Het was weer ouderwets ‘bomvol’ tijdens de opening van de expositie van Bob van Persie, getiteld ‘One Man – Full House.’ Alle inner- en outercircles van het Rotterdamse kunstwereldje gaven weer acte de presence afgelopen zondag in Galerie Wind aan de Prins Hendrikkade 123h – 124a. De werken van Van Persie, ‘images van stadions’, zijn daar nog te bewonderen tot en met 14 mei. (Foto: Bob van Persie met de gelukkige winnares van de door hem beschikbaar gestelde voetbal, hier tijdens de feestelijke presentatie van zijn expositie in galerie Wind op het Noordereiland. Foto © Rinus Vuik)


Bijzonder knap nieuw werk, een lust voor het ware kunstenaarsoog. Hoewel ook daarin de meningen nog wel eens kunnen verschillen. Zoals een bezoeker het formuleerde: ‘Ik zie toch in de afgelopen tientallen jaren weinig vernieuwend in de werken van Bob. Waarom maakt hij bijvoorbeeld niet eens ‘images’ van de voetbalvelden zelf. Met scheids- en grensrechters, het gevecht van de spelers om de bal. Meer vaart er in dus!’

Kunstenaar Bob van Persie, de vader van stervoetballer Robin van Persie, werkt al jarenlang met schijnbaar weggegooide waardeloze materialen, zoals oude kranten en tijdschriften uit de hele wereld.

Hij verstaat daarin als geen ander om die via zijn kunstwerken weer nieuw leven in te blazen. Zijn voornaamste inspiratiebron daarin en zeker niet verwonderlijk zijn de talloze stadions die hij samen met zoon Robin heeft bezocht.

Bob van Persie zegt daar zelf over: ‘Af en toe, als een volle tribune opveert, lijkt dit op een windvlaag door een korenveld. Daar krijg ik zelf kippenvel van.’

Het was zijn goede vriend en collega kunstenaar Hans Citroen die voor Bob de openingsspeech uitsprak. Normaal citeren wij (redactie RV&M) hieruit, maar vanwege de zeer plezierige lezenswaardige tekst, hierbij de volle speech. Zeker ook interessant voor de tientallen bezoekers die buiten de bomvolle galerie zijn gebleven.


Hans Citroen:

Dames en heren, vrienden en vriendinnen. Even een tikkie kunstgeschiedenis. Ik vertel Bob zo nu en dan dat hij past in de traditie van de Nul-groep. Jan Schoonhoven, Jan Hendrikse de vroege Armando enzo. Een generatie voor ons. Bob houdt van het ritme van de herhaling en het gebruik van niet waardevolle materialen. Ik wees naar zijn proppies. Hiernaast: Collega-kunstenaar Hans Citroen tijdens zijn openingsspeech. Foto © Rinus Vuik)

Bij het woord Nul lacht Bob. Wat gemelijk. Hij wil niet ergens bij horen. Laatst toen ik er weer over begon zei hij dat er een verschil is met Nul. Zijn proppies zijn mensen. Ze zitten op de tribune. Ze zijn niet abstract.

“Waar kijken ze naar,” vroeg ik.

Hij lachte. Weer gemelijk en zweeg.

“Ik weet het wel,” zei ik. “Ze kijken naar Robin, je kleine jongen.”

Hij ontkende dat. Hij jokte.

Ik wil u graag iets vertellen over Bobs verbondenheid met zijn zoon Robin waarin zijn kunstenaarschap tot uiting komt.

Maart 2002, Feijenoord-RKC, 15.51 uur, een legendarisch moment: De net 18 jarige A-junior Robin van Persie - zojuist ingevallen - pakt in de 63ste minuut de bal af van specialist Pierre van Hooijdonk om zelf de vrijetrap te nemen. RKC-keeper Sinouh ranselt de bal uit de bovenhoek.

“Wat een brutaal ventje! Je moet er toch niet aan denken dat die vrije trap erin zou zijn gegaan,” riep Studio Sport-presentator Van Gelder geschokt. Robins inbreuk op Van Hooijdonks gezag overschaduwde het prachtige schot en de fenomenale redding.

“Z’n vader is kunstenaar. Dat wordt dus nooit wat met die jongen,” concludeerde voetbalanalist Johan Derksen.

“Z’n moeder, José Ras is ook kunstenaar. Die jongen is dubbel belast, die Derksen zou eens moeten weten,” dacht ik.

Waarom is Robin toch voetballer geworden? Hebben zijn ouders het kunstenaarschap beëindigd om Robin als voetballer te laten slagen? Of is het geen beletsel gebleken? Of sterker nog: was hun kunstenaarschap een pre?

Hierboven: Grote drukte tijdens de opening (Foto © Rinus Vuik)

Ik denk het laatste. Kunstenaars kunnen met bestaansonzekerheid omgaan. Voor degene die ooit een studie begon aan de Academie van Beeldende Kunsten is de vraag: “Wat als dit alles uiteindelijk tot niks leidt,” geen issue. Kunstenaars hebben oog voor talent en beseffen dat het er jong moet inslijten. Een kereltje dat na zijn tiende voor het eerst tegen een bal schopt zal ongeacht zijn potentiële aanleg geen voetballer worden. Schoolse kennis is van later zorg. Het mantra “Jongen maak toch eerst je MAVO af” kost tijd die niet meer in te halen is.

Bob ging met Robin om zoals met een muziek- of dansgetalenteerde wordt omgegaan. Deze gelijkschakeling van voetbal met kunstzinnigheid werd met scepsis ontvangen. Op school kwam het wel eens tot een aanvaring.

“Hij moet minder voetballen en meer tijd nemen voor zijn huiswerk,” kreeg Bob te horen bij de rapportbespreking, waarop Bob de leerkracht geduldig uitlegde dat het niet kon omdat Robin voetballer was. Hij zei dus niet “zou worden”. Robin was het. Zo ook is Bob kunstenaar.

Bob en ik kennen elkaar al 56 jaar. We zaten bij elkaar op het Dalton Lyceum in Voorburg. Onze eerste ontmoeting was een upper-cut tijdens een schoolreisje in België. We waren in een klooster ondergebracht. Iemand had bokshandschoenen gevonden. Er ontstond een toernooitje en geheel per ongeluk, een lucky punch, raakte ik Bob op het puntje van zijn kin. Niet echt hard maar hij ging neer.

Jaren later spraken we elkaar bij het inleveren van werk bij de regeling die heerlijke alles-kan-periode. We waren Hageneurs die Rotterdammer werden. Het klikte tussen ons. We maakten samen kunstwerken. Bij voorbeeld: Bob balanceert een penseel gedrenkt in Oostindische inkt op zijn neus en ik sta met een vel papier klaar om de val van de penseel met een stuk papier op te vangen. Het kunstwerk ontstond. Het was niet van Bob, en ook niet van Hans: het was een citroenpersie. Een halve citroen op een citruspersje was ons logo. We waren niet vies van het extreem voor de hand liggende.

We wilden weg uit het atelier. De wijde wereld in. We huurden een vitrine in de voetgangerstunnel van het Rotterdamse Centraal Station en vestigden daar Museum de Keikdoos. Drie weken na de start huldigden we de miljoenste bezoeker en haalden daarmee de krant.

Aanvankelijk schreven we Kijkdoos met een lange ij maar tijdens de Paasdagen werd die letter veranderd in een korte ei. Mede onder het motto dat taalfouten de aandacht vergaren.

Om de week maakten we een andere inrichting. We lieten dansende kippen in bakpannetjes zien, en omdat ook dieren de aandacht trekken een Goudse kaas met honderd muizen, de verjaardag van Koningin Juliana met appeltjes van Oranje en het scheve leeglopende schilderij waardoor er een verf uit de vitrine liep en er een rode plas ontstond. De gehaaste museumbezoeker annex reiziger liep er doorheen waardoor de vloer van de voetgangerstunnel werd voorzien van rode voetstappen. De reizigers hielpen mee. De kijker participeerde. Ook kregen collega’s de gelegenheid om hun kunsten te tonen. Cor Vaandrager stalde een basgitaar en richtte het verzoek aan Martin Mooy om hem honderd gulden te geven. Jules Deelder liet zijn speelgoedpistooltjes zien en moest die inleveren bij de spoorwegpolitie omdat ze te echt leken. Charley van Rest bood zijn viriele diensten aan en verzocht dames in nood om zich tegen betaling voor een beurt bij hem te melden. Deze inrichting werd na klachten door de spoorwegpolitie gecensureerd. Ook onze vrienden Jaap Zwier en Woody van Amen maakten swingende inrichtingen. Het museum mocht er zijn.

Hierboven: Bestudering van kunstliefhebbers van de catalogus (Foto © Rinus Vuik)

We deden de Keikdoos tot 1976. We wilden nog doorgaan met Museum De Kunstkop een vitrine van drie bij drie meter bij Ter Meulen maar we kregen geen financiële hulp. Het toenmalige CBK bewonderde ons werk maar subsidieerde geen galerietjes. Daarna kozen Bob en ik ons eigen pad, maar we zagen elkaar vaak bij inrichtingen van Black Cat, de legendarische Galerie van Hans Rothmeier op de Mauritsweg.

Bob ontwikkelde zich tot een merkwaardig kunstenaar. Je gaat als kunstenaar op zoek naar iets dat bij je past en dan ga je dat specifieke spoor ontwikkelen tot een specialisme, dat is de gebruikelijke route. Klaas Gubbels, de koffiekan, is daarvan een treffend voorbeeld. Bob doet dat in zekere zin ook met de prop maar hij bevaart ook speelse zijrivieren. We zien hem de snaren van de Willemsbrug betokkelen. En dan maakt ineens een Cola-bord van takken. Of hij gebruikt tubes in plaats van propjes. En dan zijn er ineens wandelstokken die van vistuig worden voorzien. The old man and the sea.”

Een van de beste proppen die ik van hem zag lag in zijn hand. We vulden de Keikdoos met proppen.

“Kijk dat! Maar dan 10 meter hoog op het plein voor het Centraal Station.”

Het leek me een geweldig ding daar. Ook nu nog, 42 jaar later. Nog steeds een goed idee. Wel efkens wat spiritueler dan die twee bollen die niet door zijn gegaan.

Bob was rond 1975 al propbezeten geraakt. Overigens is de prop een merkwaardig fenomeen. Het is geen product, er is ook geen proppenmachine ontwikkeld. De prop is een emotionele handeling, een uiting. Weg ermee! Strikt individueel.

We vulden Museum de Kijkdoos, zoals ik net zei, dus met proppen. De vitrine werd een kunstwerk zoals Bob er nog veel van zou maken.

De passanten, de museumbezoekers, mochten ons een kaartje sturen met een schatting van het juiste aantal. Er waren ruim duizend inzendingen. De eerste prijs was een groot kunstwerk, tweede prijs een middelgroot kunstwerk en de derde prijs een klein kunstwerk. We brachten de werken thuis bij de winnaars die zich voor de deur met het kunstwerk liet fotograferen. De week daarop waren ze met hun prijs in Museum De Keikdoos te zien. Alle bezoekers hadden gewonnen.

Ik open bij deze de tentoonstelling van “een levenlang proppen en speelse zijrivieren” van de volstrekt unieke kunstenaar Bob van Persie. (Hieronder een van de vele werken van Bob van Persie)

Foto's: Rinus Vuik.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

All in the family

Als je heel toevallig
In hetzelfde nest
geboren bent

Wat is toevallig?

Wil nog niet zeggen
dat je broers en
zussen hebt.


Jim Postma

  • Nieuw

  • Reacties